Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Het Zwanewater aan de Badweg te Huissen Gemeente Lingewaard
收藏DANS Data Station Archaeology2019-08-06 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZQQ-48Z7
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>KSP Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-(O)verig); booronderzoek) uitgevoerd voor de locatie het Zwanewater aan de Badweg in Huissen (gemeente Lingewaard). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers.</p><p>Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging op de stroomgordel van Malburgen, afgedekt door kom- en/of oeverafzettingen van de Nederrijn is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor nederzettingsresten uit de Late IJzertijd tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Mogelijk zijn deze afzettingen ten gevolge van de zandwinning (het huidige Zwanewater) afgegraven. Aan het plangebied is geen verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Midden-Neolithicum en lage verwachting voor bebouwingresten vanaf de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd.</p><p>Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. De natuurlijke ondergrond bestond, zoals op grond van het bureauonderzoek werd verwacht, uit zandige beddingafzettingen van de Malburgen stroomgordel, die in de boringen 1, 5 en 9 werden afgedekt door kleiige komafzettingen van de Nederrijn met een maximale dikte van 80 cm, waarbij in boring 1 ook nog een dun pakket oeverafzettingen van de Malburgen stroomgordel tussen de bedding- en komafzettingen is aangetroffen. Uit het booronderzoek is verder gebleken dat in de meeste boringen, met uitzondering van boring 1, 5 en 9, de oorspronkelijke ooivaaggrond als gevolg van de zandwinning was verdwenen en afgegraven tot in de zandige beddingafzettingen van de Malburgen stroomgordel. Daarna was er ter stabilisatie van de oevers een 45-100 cm dik kleipakket opgebracht. Uit de boringen 1 en 5 valt op te maken dat, nadat de Malburgenstroomgordel niet meer actief was (650 na Chr.) er door de Nederrijn nog 50-80 cm komklei is afgezet. Het grootste aandeel van deze komklei, zal zijn afgezet na de bedijking in de 12e/13e eeuw. Door de bedijking werd het overstromingsgebied ingeperkt, waardoor de uiterwaard sneller opslibde. Waarschijnlijk is de onderste 20 cm van de komklei voor de bedijking afgezet en de rest erna. Eventuele vindplaatsen worden dan ook verwacht op de overgang van het onderste deel van komklei, voor zover nog aanwezig, tot diep in de beddingafzettingen. Uit boring 1 blijkt, dat de bodem in het uiterste noordelijke deel niet is afgegraven en nog intact is. Daarnaast blijkt uit de boringen 5 en 9, gelegen in het zuidelijke deel van het plangebied waar de ontgravingen gaan plaatsvinden, dat de bodem (ooivaaggrond) tussen de Badweg en het damlichaam nog geheel dan wel deels intact kan worden aangetroffen. Het archeologische niveau kan hier worden verwacht vanaf 30-50 cm -mv. Op basis hiervan is de hoge verwachting voor nederzettingsresten vanaf de Late IJzertijd tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) voor het uiterste noordelijke deel van het plangebied en de strook tussen de Badweg en het damlichaam gehandhaafd en voor de rest van het plangebied naar laag bijgesteld (Figuur 15). De opgestelde ‘geen’ verwachting voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met Midden-Neolithicum alsmede voor nederzettingsresten vanaf het Laat-Neolithicum tot en met de Midden-IJzertijd is gehandhaafd. De resultaten van het booronderzoek gaven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen.</p><p>Aangezien het doel is om natuurvriendelijke oevers aan te leggen, waarvoor er moet worden afgegraven, is er geen perspectief voor in situ behoud. Gezien de smalle strook met een hoge archeologische verwachting (Figuur 15) en het feit dat de verstoring van de bodem niet meer dan 0,3 m -mv zal bedragen, waarbij het archeologische niveau pas vanaf 0,3 m -mv kan worden aangetroffen, adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek.</p>
提供机构:
KSP Archeologie vof
创建时间:
2019-05-16



