Een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) en een archeologische begeleiding – beperkte verstoring in de Laurentiuskerk te Raerd, gemeente Boornsterhem (F)
收藏DANS Data Station Archaeology2012-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XQC-5XHK
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de Stichting Restauratie Laurentiuskerk Raerd heeft Archaeological Research & Consultancy (ARC bv) archeologisch onderzoek uitgevoerd in de Laurentiuskerk te Raerd. Dit onderzoek maakt deel uit/is het gevolg van de restauratie van het kerkgebouw. Het veldwerk, dat bestond uit een IVO-P (Fase 1) en een archeologische begeleidingprotocol beperkte verstoring (Fase 2), is uitgevoerd tussen 5 januari en 18 februari 2010.<br>Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de huidige kerk (in het rapport aangeduid als Bouwfase 3), behalve de in het begin van de 19e eeuw gesloopte laatmiddeleeuwse bakstenen kerk (Bouwfase 2), waarschijnlijk nog een voorloper heeft gehad in de vorm van een tufstenen kerk (Bouwfase 1). Er zijn geen resten in situ aangetroffen van een tufstenen kerk, maar de aanwijzingen voor deze bouwfase bestaan uit losse vondsten: twee bouwstenen van tufsteen, de onderzijde van een tufstenen basement, een fragment van een sarcofaagdeksel van rode Bremer zandsteen, drie fragmenten van een bronzen klok en bronzen gietresten van de klok.<br>Een opmerkelijke vondst is een heiligenfibula met een afbeelding van Christus uit de Vroege Middeleeuwen. Deze mantelspeld is mogelijk ouder dan de tufstenen bouwfase.<br>Van de tweede bouwfase zijn ook slechts ex situ-resten aangetroffen, met ´e´en uitzondering: funderingssleuven. In een van deze sleuven is een speklaag aangetroffen die bestond uit vijf sterk humeuze kleilagen (steigeraarde) die werden afgewisseld door vier schelpenlagen. Het vondstmateriaal dat aan deze bouwfase is te relateren bestaat uit een fragment van een roodachtige zandstenen altaarsteen, een natuurstenen venstertraceringsonderdeel, drie zandstenen bouwornamenten, kalkstenen<br>vloertegels, kloostermoppen, bakstenen tegels, dakpannen en een olielamphouder, een gebrandschilderd ruitje, aardewerk, een metalen riemtong, een pelgrimsinsigne, acht munten en een aantal nieuwetijdse (fragmenten van) grafzerken.<br>Verder is tegen de noordelijke kerkmuur een structuur van 2×1 m van kloostermoppen aangetroffen. Het betreft een hoek van een rechthoekige ruimte die door een muur in twee¨en wordt gedeeld. De functie is onbekend.<br>Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de huidige kerk (in het rapport aangeduid als Bouwfase 3), behalve de in het begin van de 19e eeuw gesloopte laatmiddeleeuwse bakstenen kerk (Bouwfase 2), waarschijnlijk nog een voorloper heeft gehad in de vorm van een tufstenen kerk (Bouwfase 1). Er zijn geen resten in situ aangetroffen van een tufstenen kerk, maar de aanwijzingen voor deze bouwfase bestaan uit losse vondsten: twee bouwstenen van tufsteen, een onderdeel van een deelzuil van een venster, een fragment van een sarcofaagdeksel van rood zandsteen, drie fragmenten van een bronzen klok en bronzen gietresten van de klok.<br>Een opmerkelijke vondst is een heiligenfibula met een afbeelding van Christus uit de Vroege Middeleeuwen. Deze mantelspeld is mogelijk ouder dan de tufstenen bouwfase.<br>Na de sloop van de laatmiddeleeuwse kerk en de daarop volgende bouw van de huidige kerk is de laatmiddeleeuwse fundering geheel verwijderd. Na verwijdering werd een egalisatielaag van wit zand onderin de sleuf gegooid. Daarop werd met kloostermoppen afkomstig van de afgebroken laatmiddeleeuwse kerk een fundering gemetseld. Hierop is vervolgens de opstrekkende kerkmuur gezet. In 1909 is het interieur van de kerk veranderd, waarbij de preekstoel naar de oostwand van het voormalige koor werd verplaatst, de in de vloer van het middenpad aanwezige grafzerken rechtop tegen de lange wanden werden gezet en de banken werden gegroepeerd. Tijdens deze aanpassingen werd de stenen vloer met de grafzerken verwijderd en vervangen door een houten vloer.<br>Naast de vier reeds bekende grafkelders zijn elf grafkuilen aangetroffen. Net als de grafkelders zijn de kuilen oost-west georiënteerd, met uitzondering van een noordwest-zuidoost georiënteerd graf dat in het koor ligt. In de meeste graven is menselijk botmateriaal aangetroffen. Het botmateriaal is niet voor onderzoek meegenomen, maar is weer met grond afgedekt. In twee kindergraven (s38 en s39) is hout van de kisten aangetroffen. Verder zijn menselijke resten aangetroffen die niet in een grafcontext lagen. Het betreft botmateriaal dat in de loop van de tijd verspreid in de grond is geraakt.</p>
提供机构:
Archaeological Research en Consultancy
创建时间:
2012-01-01



