five

BO IVO Wouderhuizerweg 84 te Apeldoorn Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Woudhuizerweg 84 te Apeldoorn, gemeente Apeldoorn (GD)

收藏
DANS Data Station Archaeology2021-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XGN-KNQ7
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in december 2020 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Woudhuizerweg 84 te Apeldoorn. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van de huidige opstallen, gevolgd door de bouw van vier nieuwe woningen.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Het plangebied ligt op een kleine opduiking, gevormd door erosiemateriaal. Op basis van de onderzoeksresultaten van aangrenzend booronderzoek is geen dekzand op deze afzettingen te verwachten. De top bestaat vermoedelijk uit tot bouwvoor omgevormd eerddek. Er wordt geen podzolprofiel verwacht, evenmin als een plaggendek. Het gebied was tot aan ongeveer de 14e eeuw waarschijnlijk erg vochtig. Door diverse ingrepen verbeterde de afwatering vanaf de 14e eeuw en werd het gebied geleidelijk ontgonnen. In de 18e eeuw was hier nog sprake van vochtige heidegronden. In 1832 was het plangebied in gebruik als grasland. Vanaf ongeveer 1935 was het westelijke plangebied ingericht als boerenerf. In de navolgende decennia breidde dit erf zich uit tot het gehele plangebied.</p><p>Afhankelijk van de relatieve hoogte ten opzichte van het omliggende gebied van de oorspronkelijke Pleistocene top kunnen in het plangebied resten uit de periode laat-Paleolithicum – vroeg-Neolithicum worden verwacht. Resten uit latere perioden worden niet verwacht. Tot aan de 14 eeuw was het terrein waarschijnlijk te vochtig om geschikt te zijn voor landbouwdoeleinden. Op oude kaarten is het plangebied tot 1935 onbebouwd gebleven en het terrein is pas na circa 1750 ontgonnen. <br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Op basis van het uitgevoerde booronderzoek en de onderzoeksresultaten van eerder uitgevoerd booronderzoek in het aangrenzende gebied zijn er geen aanwijzingen dat hier sprake is van een opduiking. Waarschijnlijk hebben ophogingen in de afgelopen eeuw het beeld vertekend. De resultaten van het booronderzoek ondersteunen het beeld van een vochtig gebied dat waarschijnlijk weinig aantrekkelijk is geweest voor bewoning.<br>Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.<br>Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Apeldoorn. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevr. M. Kenemans.<br>In een selectiebesluit is daarbij het volgende aangegeven: Met betrekking tot een bestemmingsplanwijziging kan de archeologische waarde van het plangebied (dubbelbestemming) afgeschaald worden naar een lage verwachting (beleidscategorie 5). In het kader van een te verlenen omgevingsvergunning dient archeologisch vervolgonderzoek uitgevoerd te worden voorafgaand aan voorgenomen graafwerkzaamheden indien die de bij beleidscategorie 5 behorende vrijstellingsgrens van 2500 m2 zullen overschrijden.<br>Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
提供机构:
Laagland Archeologie VOF
创建时间:
2021-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务