Zeelandsestraat 70, Millingen aan de Rijn (gemeente Berg en Dal)
收藏DANS Data Station Archaeology2023-01-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/1I5T2O
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
ADC ArcheoProjecten heeft in juli en augustus 2022 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Zeelandsestraat 70 in Millingen aan de Rijn, gemeente Berg en Dal. De aanleiding voor het onderzoek is de nieuwbouw van vier woningen op onderhavige locatie. Hiervoor is een omgevingsvergunning noodzakelijk. Een bestemmingsplanprocedure voor beëindiging van de varkenshouderij en wijziging van de bestemming is reeds doorlopen. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Het plangebied bevindt zich in het zuidoostelijk deel van de Millingerwaard en strekt zich uit over de fossiele Nielstroomgordel. Deze stroomgordel was in de vroege prehistorie één van de actieve rivierlopen van de Rijn in dit deel van de Millingerwaard totdat deze rond de jaartelling zijn hoofdafvoer definitief naar het noorden verlegde en begon aan de opbouw van de Waalstroomgordel. Op basis van archeologische waarnemingen die in de omgeving van het plangebied op de stroomrug zijn gedaan moet rekening worden gehouden met vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen. Eventueel kunnen ook vindplaatsen uit de Midden- en Late Bronstijd aanwezig zijn. Een vindplaats zal zich manifesteren als een humeuze en/of ontkalkte kleilaag met kleine fragmenten aardewerk, houtskool, bot en natuursteen. Indien aanwezig zal deze laag zich op of in de top van de oeverafzettingen bevinden. Behalve een zogenoemde ‘vuile laag’ kunnen ook grondsporen aanwezig zijn. Een vindplaats kan verschillende complextypen herbergen zoals een nederzetting of een grafveld. In de Laat Romeinse tijd nam de afvoer van de Waalstroomgordel sterk toe, waarbij oude stroomgordelafzettingen in de Millingerwaard in de loop der eeuwen als gevolg van laterale erosie werden opgeruimd. In de lagere delen van het gebied vond afzetting van klei plaats. In het begin van de 14e eeuw werden de broekgronden in het onderzoeksgebied ontgonnen. Met uitzondering van ontginningssporen zoals greppels zijn in het plangebied, op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor een opgehoogde huisplaats, geen resten uit de Late Middeleeuwen of de Nieuwe tijd te verwachten. Teneinde de hierboven beschreven verwachting te toetsen en aan te vullen is op de bouwkavels een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Dit wijst uit dat de diepere ondergrond uit zandige kronkelwaardafzettingen (Formatie van Echteld) bestaat. Deze afzettingen hangen samen met de Niel-stroomgordel. De kronkelwaardafzettingen gaan op een diepte variërend van 95 tot 130 cm - mv (circa 10,35 tot 9,95 m +NAP) over in een pakket kleiige komafzettingen (Formatie van Echteld). De bovenste 30 à 45 cm van deze afzettingen wordt gevormd door de huidige bouwvoor. In geen van de boringen zijn oeverafzettingen met daarin ontkalkte of humeuze lagen aangetroffen die als een potentieel archeologisch niveau beschouwd kunnen worden. Op grond hiervan dient de hoge verwachting voor de periode IJzertijd tot en met Vroege Middeleeuwen naar laag te worden bijgesteld. De lage verwachting voor de periode Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd dient op grond van de resultaten van het verkennend booronderzoek te worden gehandhaafd.
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2022-12-13



