Inventariserend veldonderzoek (IVO-O), karterende en waarderende fase Farmsum, Kloosterlaan-Oosterwierum Gemeente Eemsdelta (GR)
收藏DataCite Commons2026-01-15 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/SHSX69
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Het plangebied ligt in het landschappelijke gebied van Fivelingo. Op de geomorfologische kaart is het plangebied gekarteerd als vlakte van getij-afzettingen (code M72). Op de bodemkaart is het hele plangebied gekarteerd als knippige poldervaaggronden (profielverloop 3, code gMn88C). De bodemopbouw in de directe omgeving bestaat uit klei (met mogelijke wierdelagen) met daaronder veen en dekzand. De top van het dekzand ligt in het plangebied grotendeels tussen -2 en -4 m beneden NAP. De noordoostelijke helft van het zuidelijke deel bevindt zich tussen 0 en -2 m beneden NAP.</p><p>
In de directe omgeving van het plangebied zijn vindplaatsen uit het mesolithicum en neolithicum aanwezig (waaronder het hunebed bij Heveskesklooster). Binnen het plangebied zijn volgens de verwachtingskaart twee mogelijke huiswierden aanwezig. Direct ten noorden en oosten van het plangebied is de wierde Oosterwierum aanwezig met daarin mogelijk nog sporen van het Johannieter klooster, die mogelijk in onderhavig plangebied doorloopt. Op het kadastrale minuutplan uit 1811-1832 en op latere kaarten is het plangebied onbebouwd.</p><p>
In het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting voor vegetatieniveaus of kwelder- en oeverwallen binnen het pakket getij-afzettingen, en voor de top van het onderliggende dekzand. Verder kunnen watergerelateerde resten onderin het veen voorkomen. In het dekzand kunnen resten worden aangetroffen vanaf het laat paleolithicum tot en met het neolithicum, en in de getij-afzettingen kunnen resten voorkomen uit de vroege ijzertijd tot en met de late middeleeuwen.</p><p>
In het plangebied zijn 858 boringen gezet waarvan 231 onder begeleiding van een inspecteur Onderzoek Ontplofbare Oorlogsresten (OOO). Boringen zijn gezet in een grid van 10 x 12,5 m met een Sonic mechanische boor met een boorkop van Ø 10 cm. Boringen zijn gezet tot minimaal 0,3 m- in het pleistocene dekzand waarbij in elke boring ca. 0,3 m van de top van het dekzand is verzameld als monster. Indien met het blote oog archeologisch relevante niveaus in het kleipakket zijn waargenomen, zijn deze eveneens als monster verzameld. Monsters zijn uit het veld meegenomen en gezeefd op kantoor.</p><p>
Tijdens het veldonderzoek is een bodemopbouw waargenomen overeenkomend aan de aangetroffen bodemopbouw tijdens het verkennende veldonderzoek. In algemene zijn bestaat de bodemopbouw binnen het plangebied uit dekzand, afgedekt door veen en getijdenafzettingen waarbij recentelijk een pakket zand van 1,5 tot 5 m dik is opgebracht. In het dekzand is over het algemeen een podzolbodem waargenomen, die een indicatie vormt voor een hoge en droge locatie die geschikt was voor bewoning. Ter hoogte van het vegetatieniveau, direct op het veen, zijn sporen van menselijke activiteit waargenomen in de vorm van wierdelagen met archeologische indicatoren.
Van alle boringen is een monster verzameld van het dekzandniveau om te onderzoeken op archeologische indicatoren. Indien met het blote oog archeologisch relevante niveaus in het kleipakket zijn waargenomen, zijn deze eveneens als monster verzameld en onderzocht op archeologische indicatoren. In totaal zijn 3213 indicatoren verzameld uit de gezeefde klei- en zandmonsters. De hoofdcategorieën betreffen aardewerk, bouwkeramiek, houtskool, dierlijk botmateriaal en natuursteen. Op basis van individuele indicatoren of een cluster aan indicatoren, zijn 17 vindplaatsen herkend. Vindplaats 3 tot en met 16 zijn aanwezig op het dekzandniveau en vindplaats 17 tot en met 19 zijn binnen het kleiniveau aanwezig. </p><p>
Op basis van het karterend booronderzoek wordt geconcludeerd dat binnen het plangebied vier vindplaatsen aanwezig zijn die behoudenswaardig zijn. Geadviseerd wordt om vindplaats 17 in situ te behouden of indien dit niet mogelijk blijkt, wordt geadviseerd de vindplaats op te graven conform KNA protocol 4004. Voor vindplaats 3, 4 en 18 wordt geadviseerd om de vindplaats in situ te behouden of indien dit niet mogelijk blijkt, de vindplaats nader te onderzoeken en af te bakenen doormiddel van een proefsleuvenonderzoek conform KNA protocol 4003. Ter hoogte van vindplaats 5 tot en met 16 en vindplaats 19 wordt geadviseerd aanvullend karterend en waarderend booronderzoek uit te voeren om de begrenzing en behoudenswaardigheid van de vindplaatsen vast te stellen. Voor overige delen van het plangebied die geldt vrijgave voor toekomstige bodemingrepen.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-01-14



