Plangebied Landgoed Meelbergsven-II te Valkenswaard; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek. RAAP-notitie 6115.
收藏DANS Data Station Archaeology2017-11-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZA9-YZ5E
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Inleiding In opdracht van dhr. J.C. Scholt (Meelbergsven B.V.) heeft RAAP een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd in plangebied Landgoed Meelbergsven-II te Valkenswaard. Het doel hiervan was het verkrijgen van inzicht in de archeologische resten die in het plangebied verwacht worden en de (te verwachten) fysieke kwaliteit daarvan. Middels het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over de landschappelijke en archeologische context van het plangebied, op basis waarvan een archeologische verwachting is opgesteld. Deze gegevens zijn met een booronderzoek in het veld getoetst.</p><p>Bureauonderzoek Volgens de geomorfologische kaart is het plangebied gelegen in een zone met dekzandruggen. In het zuidwesten van het plangebied komen lage landduinen voor, met bijhorende vlakten en laagten. Direct ten zuidwesten, maar ook ten noordwesten en ten noorden van het plangebied komen vennen voor. Het plangebied is op ca. 140 m ten oosten van het beekdal van de Dommel gelegen. Volgens de bodemkaart komt binnen het plangebied een veldpodzol voor.</p><p>Volgens ARCHIS 3 bevinden zich in het plangebied zelf geen (bekende) archeologische vindplaatsen. In de ruimere omgeving zijn, in de buurt van het Malpieven, enkele vindplaatsen van jager-verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Neolithicum) bekend. Het plangebied maakte van oudsher deel uit van een uitgestrekt heidegebied. Tussen 1925 en 1950 is het plangebied ontgonnen en in gebruik genomen als bouwland en nadien als weiland. Vanwege de ligging in een gradiëntzone was er, op uitzondering van het noordoostelijke deel van het plangebied, een hoge archeologische verwachting op vindplaatsen van jagerverzamelaars (vuursteenstrooiingen). Er is over het algemeen een lage archeologische verwachting op vindplaatsen van landbouwers, al kunnen resten (bewoning, begraving) uit de Late Prehistorie niet geheel uitgesloten worden. De gaafheid van de verwachte vindplaatsen is afhankelijk van de mate van intactheid van de veldpodzol. Op het AHN is te zien dat het plangebied vermoedelijk geëgaliseerd is. De invloed hiervan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid diende bij het booronderzoek gecontroleerd te worden.</p><p>Verkennend booronderzoek De bodem bleek op basis van het booronderzoek over het algemeen niet meer intact als gevolg van egalisering. Onder een gemiddeld circa 50 cm dikke A-horizont, waarin de top van de veldpodzol is opgenomen, bevindt zich direct de BC- en vooral de C-horizont. De van nature uit hoger gelegen landschapsdelen (landduinen en dekzandwelvingen) zijn “afgegraven” (of afgetopt, nagenoeg heel het plangebied), en de lager gelegen landschapsdelen “opgehoogd” (ter plaatse van boring 4). Op basis van het veldonderzoek kan de hoge archeologische verwachting voor intacte vindplaatsen van jager-verzamelaars worden bijgesteld naar laag. Ook de verwachting voor vindplaatsen uit de Late Prehistorie kan naar laag worden bijgesteld. De hogere land-schapsdelen, die het meest interessants zijn als locatie van nederzetting en/of begravingen, zijn door de egalisatie “afgegraven” (afgetopt) waardoor eventueel aanwezige sporen grotendeels verstoord zullen zijn.</p><p>Aanbeveling/Advies De natuurlijke bodem is in het plangebied over het algemeen niet meer intact. Hierdoor zullen eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen in het plangebied (grotendeels) verstoord zijn, waardoor het plangebied vanuit archeologisch oogpunt kan worden vrijgegeven voor de voorgenomen plannen.</p><p>Dit rapport geeft uitsluitend een selectieadvies. Om deze te laten bekrachtigen in een selectiebesluit kan contact worden opgenomen met de bevoegde overheid, de gemeente Valkenswaard.</p>
提供机构:
RAAP
创建时间:
2017-11-14



