five

Inventariserend veldonderzoek d.m.v. Boringen (verkennende fase) Natuurgebied Noord-Kethel (gemeente Schiedam en Rotterdam)

收藏
DANS Data Station Archaeology2009-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XD8-DQ3H
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In mei 2010 heeft Oranjewoud BV in opdracht van Dienst landelijk Gebied Regio West (DLG) een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het Natuurgebied Noord-Kethel. Als basis voor het veldonderzoek dient het bureauonderzoek en PvE dat is geschreven door BOOR, alsmede enige aanvullingen op het bureauonderzoek door Oranjewoud. De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de optimalisatie van het watersysteem in het natuurgebied waarbij het waterpeil wordt verhoogd, nieuwe sloten worden gegraven, bestaande sloten worden verbreed en duikers en peilscheidingen worden aangebracht. Door de geplande maatregelen zal verstoring van de ondergrond en de eventueel daarin aanwezige archeologische resten plaatsvinden. Op basis van het verwachtingsmodel uit de bureaustudie luidde de verwachting dat zich binnen het plangebied archeologische waarden zouden kunnen bevinden uit de prehistorie (met name IJzertijd), Romeinse Tijd en Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De archeologische resten zijn deels gerelateerd aan geologische eenheden als 'hoogveenkussens' en geulafzettingen (kreekruggen) die in het veld zichtbaar kunnen zijn. Op basis van veldonderzoek kan worden geconcludeerd dat de kans op de aanwezigheid van intacte archeologische waarden (resten en/of sporen) binnen een groot deel van het plangebied laag kan worden ingeschat. Twee kleine zones worden echter kansrijker geacht; zone 1 en 2 (zie tevens kaartbijlage 232226-A). Zone 1 betreft een kreekrug die ligt in de zuidwesthoek (nabij boringen 106 - 111). Aanbevolen wordt om middels karterende boringen de afzettingen van deze oude kreek nader te onderzoeken en te controleren op archeologische resten (met name vanaf de Romeinse Tijd). Zone 2 betreft een kleine zone in het oosten (bij boringen 67 - 70) waar veen vrij dicht aan het oppervlak voorkomt en zwak tot matig veraarde veenlagen zijn aangetroffen. Hier kunnen op of in het veen mogelijk archeologische resten voorkomen uit met name de IJzertijd. Ook hiervoor wordt aanbevolen middels nader karterend booronderzoek de aan- of afwezigheid van archeologische indicatoren aan te tonen. Wij stellen voor om voor het karterende booronderzoek om de 10 m een boring te zetten. Op basis van de lengte en breedte van de genoemde zones gaan wij uit van circa 7 karterende boringen in zone 11 en circa 4 karterende boringen in zone 22 (in totaal gaat het om circa 11 aanvullende karterende boringen). Wij stellen tevens voor om de resultaten van dit vervolgonderzoek te verwerken in de huidige rapportage. De implementatie van de bovenstaande aanbeveling is afhankelijk van het oordeel van het bevoegd gezag, in deze de provincie Zuid-Holland. 1. 13 boringen minus de reeds gezette 6 verkennende boringen. 2. 8 boringen minus de reeds gezette 4 verkennende boringen. Advies voor vervolgonderzoek Aanbevolen wordt om de hierboven aangegeven zones (zone 1 en 2) middels nader karterend booronderzoek te onderzoeken op de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. Daarnaast wordt aanbevolen de rest van het onderzochte plangebied vrij te geven voor wat betreft archeologie. Altijd bestaat er de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden in het plangebied toch (losse) sporen en/of vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Indien dergelijke sporen worden aangetroffen bestaat er een wettelijke verplichting tot het binnen drie dagen melden aan het bevoegd gezag (de Monumentenwet, artikel 53). In dit geval is dat de provincie Zuid-Holland.</p>
提供机构:
Oranjewoud BV
创建时间:
2010-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务