Bureauonderzoek Esweg te Eelde (gemeente Tynaarlo)
收藏DataCite Commons2025-01-27 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/VDACIK
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Antea Group projectnummer 494211 In juni-juli 2024 is in opdracht van Enexis B.V. door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd, om een archeologische verwachting op te stellen voor een tracé in Eelde. Hier worden werkzaamheden uitgevoerd aan de laag- en middenspanningskabels. Het tracé wordt aangelegd langs de Esweg, De Reeakker, Steenakkerweg, Groote Veen en de Hartakker. Het gehele tracé heeft een lengte van 1.740 meter. Hiervan wordt 70 meter uitgevoerd door middel van gestuurde boringen. De overige 1.670 meter wordt gedaan door middel van open ontgravingen. Deze bestaan uit sleuven met een breedte van 0,5 meter. De sleuven zullen tot maximaal 0,8 beneden maaiveld worden aangelegd ter plaatse van de middenspanningskabels, en op maximaal 0,6 meter beneden maaiveld ter plaatse van de laagspanningskabels. Het totale oppervlak in open ontgraving bedraagt circa 835 m2. Het plangebied bevindt zich in meerdere vigerende bestemmingsplannen. Voor het grootste gedeelte van het tracé geldt dat het in twee vigerende bestemmingsplannen ligt waar geen dubbelbestemming archeologie in is opgenomen. In de andere bestemmingsplannen zijn wel dubbelbestemmingen met de waarde archeologie opgenomen, maar slechts 30 meter van het tracé valt in een dubbelbestemming met de waarde archeologie waarvan de vrijstellingsgrenzen worden overschreden. Dit houdt in dat op basis van de bestemmingsplanregels voor een zeer groot deel van het tracé geen omgevingsvergunning en daarmee ook geen nader archeologisch onderzoek is vereist. De gemeente Tynaarlo beschikt echter wel over een (recente) archeologische beleidsadvieskaart. Deze beleidskaart is vastgelegd in de Structuurvisie Archeologie, en gaat daarmee boven het bestemmingsplan. Aan de hand van deze archeologische beleidsadvieskaart wordt duidelijk dat voor het deel van het tracé in de wijk Groote Veen geen nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Hier is in 2008-2010 al een archeologische opgraving uitgevoerd. Voor de overige delen van het tracé geldt een hoge tot middelhoge archeologische verwachting en is nader onderzoek noodzakelijk. Landschappelijk gezien ligt het plangebied deels op de Rug van Tynaarlo en deels op een dekzandrug/zone met grondmorenewelvingen. Nabij gelegen, namelijk aan weerszijde van de Rug van Tynaarlo, liggen beekdalen. De hoge ligging in het landschap en de aanwezigheid van water in de nabije omgeving zorgen ervoor dat het een aantrekkelijke bewoningslocatie moet zijn geweest in de prehistorie. Dit wordt bevestigd door bekende archeologische gegevens: de opgraving van De Steekproef heeft in de wijk Groote Veen voornamelijk bewoningsresten uit de ijzertijd en Romeinse tijd aangetroffen. Nabij het plangebied was er dus vermoedelijk wel activiteit in deze perioden. Resten uit eerdere perioden kunnen niet worden uitgesloten. In latere perioden, vanaf de middeleeuwen, was het plangebied voornamelijk in gebruik als es. Tevens loopt het tracé parallel aan een historische weg. Binnen dit deel van het plangebied worden dan ook resten van een esdek en infrastructuur verwacht. Onder het esdek kunnen mogelijk nog oudere sporen aanwezig zijn (ijzertijd//Romeinse tijd). Afhankelijk van de dikte en diepteligging van het esdek, en de geplande ontgravingsdiepte, is het mogelijk dergelijke resten aan te treffen. Binnen het onderzoeksgebied zijn wel meerdere bodemverstoringen bekend. Voor het deel van het tracé dat binnen de grenzen van de eerder genoemde opgraving valt, geldt dat er geen archeologische resten meer aanwezig zullen zijn. Daarnaast moet er rekening worden gehouden met bodemverstoringen vanwege de aanleg van eerdere kabels en/of leidingen. Bodemkundige gegevens laten zien dat de bouwvoor ten noorden van de Esweg tussen de 0,3 en 0,5 meter dik is. Ten zuiden van de Esweg is deze wat dikker, namelijk gemiddeld 0,7 meter beneden maaiveld. Indien de bodem nog intact is, zijn hieronder nog eventuele archeologische resten te verwachten. Deze zullen bestaan uit (mogelijk) een esdek, met daaronder de C-horizont waarin eventuele (eerdere) archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Aan de hand van een uitgevoerde KLIC-oriëntatieverzoek werd dan ook duidelijk dat voor grote delen van het plangebied inderdaad al een verstoorde bodem aanwezig is vanwege bestaande kabels en/of leidingen. Voor kleine delen langs de Esweg geldt echter dat hier mogelijk buiten een bestaand kabelbed wordt gewerkt. Hier is de bodem vermoedelijk nog intact. Advies Antea Group Aan de hand van bekende archeologische gegevens, landschappelijke kenmerken en de mate van bodemverstoring wordt duidelijk dat een groot deel van het plangebied kan worden vrijgegeven voor het uitvoeren van de voorgenomen bodemingrepen (zie Afbeelding 20). Advies tot begeleiding Voor het tracé langs de Esweg geldt een hoge archeologische verwachting en bestaat de mogelijkheid om een intacte bodem aan te treffen. Gezien de ligging van het tracé, namelijk parallel aan de oude Esweg, worden er voornamelijk resten van infrastructuur en mogelijk een esdek verwacht. Onder het esdek kunnen mogelijk nog resten uit de ijzertijd/Romeinse tijd aanwezig zijn. Deze resten kunnen mogelijk al op een diepte vanaf 0,7 meter beneden maaiveld worden aangetroffen. Op basis hiervan wordt geadviseerd om de werkzaamheden binnen dit deel van het plangebied (zie Afbeelding 20 en bijlage 494211-05) uit te voeren onder archeologische begeleiding (proefsleuven, variant archeologische begeleiding, protocol 4003). Advies tot vrijgave Voor de overige delen van het tracé geldt dat er een zeer grote kans is dat de bodem recent verstoord is. Dit overlapt namelijk met de locatie van een eerder uitgevoerde opgraving, of er wordt binnen een bestaand kabelbed gewerkt. Antea Group adviseert voor deze delen vrijgave voor nader archeologisch onderzoek. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Op 4‐9‐2024 is het bevoegd gezag (Gemeente Tynaarlo, de dhr. M.A. Huisman) akkoord gegaan met bovenstaand advies (selectiebesluit).
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-24



