Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Bouwhuisweg 1 te Laren, gemeente Lochem
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-27j-u4pr
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in overleg met Pit Bouwadvies uit Beltrum in opdracht van Dhr. S. Vrielink en Mevr A.F.S. Olsman-Vrielink, een bureauonderzoek en karterende boringen uitgevoerd voor de ontwikkeling van een nieuwe ligboxenstal van ca. 1125m² en een geplande toekomstige bouw van een loods van ca. 600m² (zie bijlage 1). Het plangebied ligt op het erf van de bestaande boerderij aan de Bouwhuisweg 1 te Laren. De nieuwe ontwikkeling (stal met mestkelder) wordt deels ter plaatse van een te slopen stal gerealiseerd en zorgt voor een nieuwe bodemverstoring tot ca. 2,50cm –mv1. Van de toekomstige bouw van de loods is de exacte omvang en diepte van de nieuwe bodemverstoring niet bekend, maar verwacht wordt dat deze niet dieper zal zijn dan de al genoemde 2,50m-mv. Op de Archeologische beleidskaart van de gemeente Lochem (Kaart 14, 2012) ligt het plangebied in een hoge verwachtingszone met archeologische waarde (cat. 5). In het paraplubestemmingsplan Archeologie heeft het plangebied een 'Waarde - Archeologie 5. Er dient te worden aangetoond dat met de geplande bodemingrepen dieper dan de bouwvoor geen archeologische waarden verloren gaan. Archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen dieper dan 30 cm-mv en meer dan 250m². Het plangebied dient door de overschrijding van de vrijstellingsgrens voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek (karterende fase).ConclusieHet bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden vanaf de Prehistorie. Vanwege de ligging op een dekzandwelving naast een dekzandrug is het plangebied in theorie minder aantrekkelijk geweest voor menselijke bewoning door jagers en verzamelaars vanaf het vroeg-Paleolithicum dan de dekzandrug zelf. Vanaf het LaatPaleolithicum werden namelijk de hogere dekzandruggen en -koppen, gebruikt als woonplaats, begraafplaats en/of akkerland. In bodemkundig opzicht betreft het gebieden die zich kenmerken door de aanwezigheid van met name podzolgronden met daarop een eerdlaag en een relatief lage grondwaterstand. Vanaf het Neolithicum tot heden is het plangebied geschikt voor permanente bewoning en vormde een uitvalsbasis voor de ontginning van de vruchtbare landbouwgronden op de dekzandrug. De nabijheid van het beekdal van de Heurnerbeek draagt bij aan de bewoningspotentie. De grootste trefkans bestaat voor vindplaatsen uit de periode Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd. Dit is de periode van tijdens en na de ontginning van en de vestiging van kleine boerderijen zoals het ‘Hiddink’. Om het verwachtingsmodel te toetsen is een karterend booronderzoek uitgevoerd met in totaal 10 boringen (5 boringen voor de stal en 5 voor de loods).De onderzoeksvragen uit het bureauonderzoek kunnen hiermee als volgt worden beantwoord:Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?De bodemopbouw bestond uit een geroerde puinrijke en plasticrijke bovenlaag van gemiddeld 65 cm dikte met daaronder een donkerbruine humeuze sterk siltige eerdlaag die op een diepte van gemiddeld 110 cm-mv overging in de top van het dekzand. Bij het uitzeven van de boringen is geen enkele indicatie gevonden voor een vindplaats, zelfs geen fragmentjes houtskool.Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn? Hoewel er sprake is van een dikke eerdlaag die gezorgd heeft voor een goede conservering van eventuele aanwezige vindplaatsen, zijn er geen indicatoren die wijzen op menselijke bewoning. Beide onderzochte deellocaties bestaan vermoedelijk sinds de ontginning in de 11e of 12e eeuw uit landbouwgrond. Ze liggen op de flank van de Excelsche Es ten noorden van het oorspronkelijke woonhuis van Erve Hiddink, waarvan bekend is dat deze locatie vanaf 1356 het stamhuis is geweest. Beide onderzoekslocaties liggen relatief ver van de oorspronkelijke bebouwing. Eventuele oudere voorgangers van Erve Hiddink worden hogerop de es verwacht, aan de zuidkant van de Bouwhuisweg. In het plangebied kunnen hoogstens off site structuren van oudere erven (Laat Neolithicum t/m Vroege Middeleeuwen) verwacht worden zoals waterputten, drenkkuilen, meilers, haardplaatsen, etc. Deze laten zich lastig opsporen met behulp van booronderzoek. Vanwege het ontbreken van cultuurlagen en archeologische indicatoren kan de hoge archeologische verwachting voor het plangebied voor alle perioden bijgesteld worden naar laag.SelectieadviesOp grond van het ontbreken van concrete aanwijzingen voor archeologische vindplaatsen uit alle perioden, adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren. Wel kunnen eventuele kleinschalige typen vindplaatsen aanwezig zijn die lastig met behulp van booronderzoek op te sporen zijn zoals kleine tijdelijke jachtkampementen, veldovens en houtskoolmeilers. Hiervoor geldt een meldplicht conform art. 53 van de Monumentenwet, mochten deze onverwachts aangetroffen worden tijdens graafwerkzaamheden.VoorbehoudBovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Lochem) en haar archeologisch adviseur.Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Het conceptrapport en het selectieadvies zal voorgelegd worden aan de opdrachtgever, het bevoegd gezag, gemeente Lochem (dhr. A. Debert) en haar archeologisch adviseur, de regioarcheoloog van de Stedendriehoek (mw. drs. N. Vossen).SelectiebesluitHet rapport en het selectieadvies zijn op 30 juni 2015 beoordeeld door de archeologische adviseur van gemeente Lochem, mw. drs. N. Vossen. Mevrouw N. Vossen gaat akkoord met het selectieadvies. Het rapport is tevens akkoord bevonden. Op grond van het ontbreken van concrete aanwijzingen voor archeologische vindplaatsen uit alle perioden zijn aanvullende maatregelen hier niet nodig.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Lochem (dhr. A. Debert) hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31



