Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Zoetlandselaan te Beusichem, gemeente Buren (GD) Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Zoetlandselaan te Beusichem, gemeente Buren (GD)
收藏DANS Data Station Archaeology2022-09-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZKT-NPVM
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in februari 2022 een Inventariserend veldonderzoek - karterende fase uitgevoerd aan de Zoetlandselaan te Beusichem. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van nieuwe woningen.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4003.<br>Voor het plangebied is in een eerder stadium een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek het plangebied op de Buren en Ravenswaay stroomgordels en liggen er vindplaatsen rondom het plangebied uit de periode Late IJzertijd tot Late Middeleeuwen. De archeologische verwachting is hoog voor de perioden Late IJzertijd tot Late Middeleeuwen en op basis van het historische kaartmateriaal is de archeologische verwachting voor Nieuwe tijd middelhoog, omdat vanaf begin 19e eeuw tot begin jaren ’60 geen bebouwing aanwezig was. De archeologische verwachting voor perioden vroeger dan Late IJzertijd is laag, omdat de rivieren van de aanwezige stroomgordels zich hebben ingesneden en vroeger aanwezige afzettingen tot meerdere meters diepte hebben geërodeerd.<br>Uit het verkennende booronderzoek is gebleken dat in het zuidelijk deel van het plangebied een onverstoorde bodemopbouw aanwezig is. Een dergelijke onverstoorde bodemopbouw is in een later stadium na de uitvoering van het karterend booronderzoek voor het noordelijk middendeel van het plangebied vastgesteld. Deze bodemopbouw bestaat uit een dikke A-horizont, die oeverafzettingen, oever-op-beddingafzettingen of beddingafzettingen afdekt. De dikke A-horizont bestaande uit meerdere subhorizonten is karakteristiek voor kleigronden die langdurig en intensief in gebruik zijn geweest als cultuurgronden.<br>Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het centrale en noordelijke deel van het onderzoeksgebied, afgezien van het deel in het midden tussen de huizen, archeologische sporen bevat en is de specifieke archeologische verwachting laag (zie Bijlage 7). Aan de westrand, oostrand, zuidrand en het onderzoeksgebied is het zeer waarschijnlijk dat er archeologische vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn. Bovendien is in het noordelijk middendeel nog een potentiële archeologische potentie vastgesteld. Om die reden en kan de hoge archeologische verwachting voor de periode Late IJzertijd-Vroege Middeleeuwen worden gehandhaafd voor de westrand, oostrand, zuidrand en het noordelijk middendeel van het onderzoeksgebied.<br>Het is gebruikelijk dat een bufferzone van minimaal 30 cm tussen diepte verstoring en top archeologische niveau wordt aangehouden. Om die reden wordt geadviseerd van een archeologisch vervolgonderzoek af te zien als bodemingrepen beperkt blijven tot 4,16 m +NAP (10 cm à 30 diepte t.o.v. huidig maaiveld) binnen de zones waarbinnen vervolgonderzoek geadviseerd is.<br>Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems) als er bodemingrepen dieper dan deze geadviseerde niveaus worden uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).<br>Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).<br>De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Buren, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer J. van Dam (Omgevingsdienst Rivierengebied).<br>Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.</p>
创建时间:
2022-01-01



