Muntendam, Tussenklappenpolder, Gemeente Midden-Groningen (Gr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase.
收藏DANS Data Station Archaeology2020-11-11 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XNG-ZE58
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Tijdens het veldonderzoek (verkennende fase) op 4 juni 2020 is het verwachtingsmodel getoetst en zijn 23 boringen uitgevoerd. Deels in overeenstemming met wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek bestaat de bodem in Deelgebied A van boven naar beneden uit bouwvoor/geroerde toplaag op een afdekkende kleilaag (Dollardklei) op veen. In dit deelgebied zijn vijf boringen (Boringen 1 t/m 5) verricht en zijn geen archeologische lagen en/of archeologische indicatoren gevonden. In Deelgebied B (ter hoogte van het slibdepot) zijn twee boringen gezet (Boringen 6 en 7). In dit deelgebied ligt een opgebracht/verstoord pakket met een dikte van circa 225 centimeter. Een ongestoorde kleilaag is waargenomen op een diepte van 225 centimeter beneden maaiveld (– 0,25 meter NAP). Ook hier zijn geen archeologische lagen en/of archeologische indicatoren gevonden. Deelgebied D betreft het meest zuidelijke gelegen deelgebied. Hier zijn zestien boringen gezet (Boringen 8 tot en met 23). De bodem in dit deelgebied bestaat van boven naar beneden uit: bouwvoor, een verstoringslaag en dekzand (C-horizont). De top van het dekzand is in alle boringen niet intact, maar verrommeld en op sommige plekken volledig opgenomen in de bouwvoor en de onderliggende verstoringslaag. Dit komt waarschijnlijk door de landbouwactiviteiten die in het deelgebied in het verleden hebben plaatsgevonden. Slechts in vier boringen (Boringen 11, 12, 22 en 23) zijn restanten waargenomen van een B, B/C-horizont, de restanten van een mogelijke podzolbodem. Deze kenmerkt zich door een verstoorde top van het dekzand, waarin zich bruine, B-horizont brokken bevinden. Slechts in één boring (Boring 16) in Deelgebied D, is een klein fragment handgevormd aardewerk gevonden in de bouwvoor. Er zijn geen fragmenten vuursteen of houtskool gevonden.</p><p>Het onderzoek heeft géén duidelijke aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van archeologische waarden in de Deelgebieden A, B en D. In Deelgebied A is weliswaar een afdekkende kleilaag (Dollardklei) aanwezig, maar hieronder ligt een dik pakket veen. De boringen zijn hier tot 300 centimeter beneden maaiveld gezet, het dekzand is daarbij niet aangeboord. Er zijn geen archeologische indicatoren in deelgebied A gevonden en geen archeologische lagen. Dit terrein valt af voor archeologisch vervolgonderzoek. In Deelgebied B (nabij het slibdepot) is een opgebracht/verstoord pakket aanwezig met een dikte van circa 225 centimeter. Hieronder is de ongestoorde bodem waargenomen bestaande uit een kleilaag. In deelgebied B zijn geen archeologische lagen en/of archeologische indicatoren gevonden. Beide boringen geven geen aanleiding tot een archeologisch vervolgonderzoek in deelgebied B. Tijdens het veldonderzoek zijn in deelgebied D geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een (duidelijke) archeologische vindplaats. Een eventueel aanwezig archeologisch niveau in het dekzand is door het ploegen volledig opgenomen in de bouwvoor en de onderliggende verstoringslaag. Slechts in vier boringen (Boringen 11, 12, 22 en 23) zijn restanten van een podzolbodem waargenomen, in de verrommelde top van het dekzand. In één boring (Boring 16) in Deelgebied D, is een klein fragment handgevormd aardewerk gevonden in de bouwvoor. Geadviseerd wordt om één vondst te selecteren om te deponeren in het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis. Er zijn in dit deelgebied geen intacte bodemhorizonten waargenomen en geen cultuurlagen. Een archeologisch vervolgonderzoek in dit deelgebied is daarom niet noodzakelijk.</p><p>Voor Deelgebied E wordt geadviseerd om een archeologische begeleiding uit te voeren indien de toekomstige bodemingrepen het tracé van de historische weg (Legeweg) verstoren (Figuur 18). Om het ontstaan en gebruik van de weg te onderzoeken is een booronderzoek geen geschikt middel (zie ook het selectie-besluit hieronder). Eveneens wordt voor Deelgebied F geadviseerd om het grondwerk uit te laten voeren onder archeologische begeleiding (Figuur 18). Hier zijn meerdere archeologische onderzoeken uitgevoerd, zowel booronderzoeken als proefsleuven-onderzoeken (zie Hoofdstuk 2.3; Appendix IV en V). Daarbij zijn vindplaatsen met vuursteenvondsten en (mogelijke) haardkuilen vastgesteld en onderzocht. Vergelijkbare vindplaatsen kunnen ook worden verwacht in het huidige plangebied. Naar aanleiding van deze onderzoeken is geadviseerd om grondwerk in deze zone onder archeologische begeleiding te laten uitvoeren (Schrijer 2018; De Roller 2018 en Van Hoof 2016c; Figuur 18).</p>
提供机构:
De Steekproef
创建时间:
2020-11-12



