Aardgastransportleidingtracé Odiliapeel-Melick (A-665)
收藏DANS Data Station Archaeology2011-09-08 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZPT-CE3H
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de N.V. Nederlandse Gasunie (hierna: Gasunie) heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau archeologisch veldonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de aanleg van een aardgastransportleiding tussen Odiliapeel (Gemeente Sint Anthonis) en Melick (Gemeente Roerdalen; A-665). De lengte van het tracé bedraagt circa 65 km. Aanvankelijk zou de aardgastransportleiding tussen Odiliapeel (Gemeente Sint Anthonis) en Hommelhof (Gemeente Schinnen) worden aangelegd, maar gedurende het onderzoek is door de Gasunie besloten om onderhavig tracé aan de zuidkant in te korten tot het gasstation bij Melick. Een deel van het verkennend onderzoek had echter inmiddels al plaatsgevonden ten zuiden van het gasstation bij Melick. Daarom valt een deel van de verkennende boringen (boringen 630 t/m 779) buiten dit rapport. Het leidingtracé Melick-Hommelhof wordt apart gerapporteerd. De basis voor het archeologische onderzoek is een eerder uitgevoerd bureauonderzoek (Van Dijk, 2007) en de goedkeuring van de hierin gegeven adviezen door de provincie Limburg.<br>In onderhavig rapport wordt het verkennend en deels karterend onderzoek (oppervlaktekartering en karterend booronderzoek) behandeld in de tracédelen met een middelhoge en hoge archeologische verwachting in de gemeenten Sint Anthonis, Venray, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Kessel, Venlo, Beesel, Roermond en Roerdalen. De vraag van het onderzoek was of er binnen de te onderzoeken delen van het aardgastransportleidingtracé aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Het doel van het onderzoek was dan ook te bepalen in welke delen van het aardgastransportleidingtracé archeologisch vervolgonderzoek zinvol is.<br>Uit het onderzoek blijkt dat op 55 locaties vermoede lijk archeologische waarden worden aangesneden door het aan te leggen leidingtracé. Het betreft locaties met reeds bekende archeologische vindplaatsen uit de Prehistorie, Romeinse tijd, Middeleeuwen of Nieuwe tijd of plekken waar het onderzoek indicatoren voor archeologische vindplaatsen heeft opgeleverd. Deze locaties zijn gegroepeerd tot 30 vindplaatsen, die bestaan uit kampementen/nederzettingsresten, begravingen, wegen, etc. De vindplaatsen zijn doorgenummerd op de 39 vindplaatsen van het aardgastransportleidingtracé Hommelhof-Schinnen (Moonen, 2009). De vindplaatsen zijn nummers 40 t/m 69.<br>Om de behoudenswaardigheid van archeologische vindplaatsen nader te bepalen, wordt geadviseerd om op 25 vindplaatsen vervolgonderzoek uit te voeren (vindplaatsen 41 t/m 44, 48 en 50 t/m 69); de andere vindplaatsen zijn niet behoudenswaardig. Aanbevolen wordt om het vervolgonderzoek zodanig in te vullen, dat op de meest efficiënte methode de (op dit moment) meest relevante informatie wordt verzameld. Daarom wordt geadviseerd om het vervolgonderzoek de invulling te geven van een (alsnog) karterend booronderzoek, waarderend booronderzoek, onderzoek middels controleboringen, een gedetailleerde oppervlaktekartering en een proefsleuvenonderzoek. De booronderzoeken hebben als doel beter inzicht te krijgen in de bodemopbouw, de begrenzing van vondstspreidingen (beter) vast te stellen of vindplaatsen in kaart te brengen waar dit nog onvoldoende is gebeurd. De proefsleufonderzoeken hebben tot doel de behoudenswaardigheid van een aantal archeologische vindplaatsen vast te stellen. Indien behoudenswaardige resten worden aangetroffen, dient in overleg met het bevoegd gezag (de betreffende gemeente) en de Gasunie te worden besloten hoe met de archeologische resten dient te worden omgegaan. Voorafgaand aan de vervolgonderzoeken dienen Programma’s van Eisen (PvE) te worden opgesteld waarin de precieze aard en locatie van de proefsleuven wordt omschreven. De PvE’s dienen te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag: de gemeenten en/of de RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).<br>Met betrekking tot de bevindingen van onder havig onderzoek dient contact opgenomen te worden met RCE en de gemeenten Sint Anthonis, Venray, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Kessel, Venlo, Beesel, Roermond en Roerdalen. Het bevoegd gezag is meestal de gemeente, maar in het geval van archeologische monumenten is de RCE het bevoegd gezag.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2011-09-09



