Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Prinses Beatrixstraat 11 te Bergeijk, gemeente Bergeijk
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-29e-9zrj
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van mevr. H. Sengers, een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Prinses Beatrixstraat 11 te Bergeijk. De ontwikkeling voorziet in de geplande herontwikkeling van het huidige terrein met woningbouw. De aanwezige bedrijfsschuur wordt gesloopt en aan de zuidzijde van het plangebied wordt een nieuw woonhuis gerealiseerd. Hiervoor is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk en dient het gehele perceel onderzocht te worden. Het plangebied is in totaal 2.062 m² groot. Het plan voor bevindt zich in de bestemmingsplanfase en er zijn nog geen gedetailleerde bouwplannen aanwezig. Derhalve is de nieuwe bodemverstoring nog onbekend, maar deze zal naar verwachting dieper zijn dan 30 cm-mv ten behoeve van de aanleg van een vorstvrije fundering en kabels en leidingen.Voor het plangebied geldt volgens de beleidskaart van gemeente Bergeijk een hoge archeologische verwachting vanwege de ligging binnen de historische kern. Gemeentelijke eis is om bij bodemingrepen groter dan 250 m² en dieper dan 0,3 m, voorafgaand aan de ruimtelijke planvorming een archeologisch onderzoek plaats te vinden.Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een KNA conform Bureauonderzoek en een Verkennend Booronderzoek uitgevoerd waarbij een gespecificeerd archeologische verwachtingsmodel is opgesteld en getoetst en advies voor eventueel vervolgonderzoek is geformuleerd.Bureauonderzoek Het bureauonderzoek toont aan dat het plangebied een hoge verwachting heeft op archeologische resten uit alle perioden vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd en een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. Archeologische resten worden verwacht vanaf het maaiveld tot in het pleistocene zand op 1,90 meter minus maaiveld. Prehistorische vindplaatsen en mogelijke strooivondsten worden in de top van het pleistocene zand verwacht. Mogelijke vindplaatsen uit recentere perioden worden in de eerdlaag verwacht in de bovenste 190 cm van het bodemprofiel.Door de bebouwing van het plangebied met de huidige bebouwing is de bodem in deze delen vermoedelijk verstoord geraakt tot minimaal 0,80 m-mv De verstoring buiten de gebouwen is veroorzaakt door kabels en leidingen en bestrating tot een onbekende diepte en met een onbekende omvang. De exacte mate van verstoring zal door middel van verkennend booronderzoek worden bepaald. Door de nieuwe ontwikkeling wordt de bodem naar verwachting tot minimaal 0,80 m-mv verstoord. Dat betekent dat potentiële archeologisch niveaus zowel binnen als buiten de gebouwen verstoord kunnen worden.Veldonderzoek Op grond van de resultaten van het verkennend booronderzoek blijkt dat in het plangebied nog sprake is van een grotendeels intact plaggendek op dekzand. Vanaf het maaiveld is, op boring 1 na, sprake van een subrecente ophooglaag, op de oorspronkelijke bouwvoor. Hieronder is onder de oorspronkelijk bouwvoor vanaf een diepte tussen 45 cm-mv en 90 cm-mv sprake van een plaggendek waarin archeologische indicatoren aanwezig zijn. Vanaf 110 cm-mv is sprake van dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. De aangetroffen indicatoren zijn mogelijk middels bemesting in het plaggendek opgenomen. Er zijn geen concrete aanwijzingen voor een vindplaats binnen het plangebied. Hierbij dient opgemerkt te worden dat een verkennend bodemonderzoek niet primair gericht is op het opsporen van vindplaatsen.Selectieadvies Hamaland Advies adviseert om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling. Op basis van het veldonderzoek is sprake van een relatief jong plaggendek dat zich ontwikkeld heeft vanaf de 17e -18e eeuw. Hierin zijn een beperkt aantal, zeer gefragmenteerde indicatoren aangetroffen die als bemestingsmateriaal in het plaggendek terecht zijn gekomen. Deze vondsten komen hoogstwaarschijnlijk niet van de locatie zelf. Er is geen intacte podzol aangetroffen en ook ontbreekt een duidelijke cultuurlaag met vondstmateriaal in de top van het dekzand. Dit is het niveau waarop sporen en vondsten van voor de vorming van het plaggendek (van voor de 17e eeuw) verwacht kunnen worden. Daarnaast blijkt uit historisch kaartmateriaal dat het plangebied niet bebouwd is geweest totdat de huidige bebouwing in de jaren ’50 van de 20e eeuw werd gerealiseerd. Hamaland Advies acht de kans daarom zeer klein dat met de geplande bodemverstoring intacte archeologische vindplaatsen verloren zullen gaan. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat steentijdvindplaatsen en andere kleine fenomenen, zoals veldovens, meiers e.d. moeilijk met verkennend booronderzoek aan te tonen zijn. Het primaire doel van het verkennend bodemonderzoek was bovendien het toetsen van de mate van intactheid van de bodemopbouw.Selectiebesluit Het rapport en het selectieadvies zijn op 3 augustus 2017 beoordeeld door het bevoegd gezag (Gemeente Bergeijk) en diens adviseur (mw. R. Berkvens van de ODZOB). Mw. drs. R. Berkvens stemt in met het advies van Hamaland wat betreft de conclusie dat een archeologisch onderzoek in dit geval dan niet noodzakelijk wordt geacht.Uit het archeologisch vooronderzoek blijkt dat het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde heeft. Omdat de geplande bodemingrepen hier echter beperkt in oppervlak en/of diepte zijn, is de kans op het aantreffen van waardevolle archeologische vindplaatsen klein. De kans is groot dat er slechts flarden van bewoningssporen en losse vondsten zullen worden aangetroffen. De kans dat een complete huisplattegrond wordt aangetroffen, zal minimaal zijn. De meerwaarde van archeologisch onderzoek in dit gebied lijkt dan ook niet op te wegen tegen de kosten die samenhangen met een archeologische onderzoek.De archeologische verwachting en daarmee de dubbelbestemming blijft wel voor het hele plangebied van kracht, maar vormt geen belemmering voor de huidige geplande ontwikkeling.De aanwezigheid van archeologische resten kunnen nooit geheel worden uitgesloten op basis van het uitgevoerde onderzoek. Er bestaat nog steeds een kans op het aantreffen van (losse) archeologische vondsten of grondsporen, welke informatie kunnen geven over de historie van Bergeijk. Deze vondsten kunnen interessant zijn voor de heemkundekring van Bergeijk. Mochten er tijdens toekomstige grondwerkzaamheden toch onverwacht archeologische vondsten en structuren worden aangetroffen, dan dient men dit zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Bergeijk te melden (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10).Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Bergeijk hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31



