Proesleuvenonderzoek Stationsstraat Nijmegen, project Ss11. Archeologische Berichten Nijmegen - Briefrapport 132
收藏DANS Data Station Archaeology2013-04-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XXB-NUUC
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Naast enkele recente verstoringen zijn vier archeologische sporen, die alle vier zijn gelegen op het 1e vlak. Alle sporen zijn gecoupeerd, waardoor we hebben kunnen vaststellen dat spoor 2 geen archeologisch grondspoor is. <br>Spoor 1 is een aardewerkconcentratie. In de coupe is geen insteek van een kuil zichtbaar. Aannemelijk is dat deze kuil met humusarme grond is dicht geworpen en dat in de loop van de tijd de weinige humus volledig is uitgeloogd door bodemwerking. Dat er enige tijd is verstreken sinds het dichtwerpen van de kuil illustreert het aardewerk, dat dateert uit het late neolithicum.<br>In het zuidelijke deel van de werkput is een paalkuil (Spoor 4) aangetroffen. Dit spoor heeft een doorsnee van 28 cm en is slechts 10 cm diep. De paalkuil heeft geen vondstmateriaal opgeleverd en is op basis van zijn vulling (humeus, donker grijs en niet al te compact in vergelijking tot de omringende bodem) ruwweg te dateren als post-Romeins.<br>Ongeveer halverwege de proefsleuf ligt een greppel (S3) met een oost-west oriëntatie. Deze greppel zou deel kunnen uitmaken van het greppelsysteem dat in het noordoostelijke deel van het nabij gelegen terrein is aangetroffen, dat is onderzocht tijdens het proefsleuvenonderzoek Ngo2. Dit systeem was niet nader te dateren dan post-Romeins. De greppel is op het vlak 45 cm breed en 20 cm diep (8,30m NAP). In het profiel doorsnijdt hij alle natuurlijke lagen.<br>Vier vondstnummers zijn uitgedeeld voor in totaal 88 vondsten. Tijdens het aanlegen van het 1e vlak is een musketkogel (vnr. 3) gevonden in het noordelijke deel (vak 1) van de put enkele centimeters onder de puinlaag (spoor 5010). Aan de hand van de nog goed zichtbare gietnaden betreft het een lokaal vervaardigd en niet afgevuurde kogel. <br>In de laag (spoor 5020) daaronder zijn twee fragmenten handgevormd aardewerk en twee stukjes verbrande natuursteen, graniet, (vnr. 2) verzameld. De aardewerkfragmenten hebben een zandmagering en kunnen door het ontbreken van eenduidige diagnostische kenmerken slechts circa in de late bronstijd en ijzertijd gedateerd worden.<br>De resterende vondsten (vnrs. 1 en 4) zijn allen potscherven van de aardewerkwerkconcentratie. Het merendeel van de fragmenten (59) is niet groter dan 1 cm2 en als gruis te kenschetsen. Van de 24 scherven tonen 18 wandversiering in de vorm van ruim geplaatste vingertopindrukken. Verder is het aardewerk dunwandig (ongeveer 6/7 mm), reducerend gebakken met een geoxideerd oppervlakte en gemagerd met fijn gebroken kwarts (behoorlijk veel) en zand. Op basis van zijn baksel en vervaardigingstechniek zijn de scherven in het laat neolithicum te dateren.</p>
提供机构:
Gemeente Nijmegen
创建时间:
2013-04-10



