five

Abbekesdoel 43a, 45 en 46, Bleskensgraaf (gemeente Molenlanden)

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-08-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XK3-B7JE
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in oktober 2019 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Abbekesdoel 43a, 45 en 46 in Bleskensgraaf, gemeente Molenlanden. De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen sloop van vier bestaande schuren gevolgd door de nieuwbouw van een woning. Voor de nieuwe ontwikkeling is een aanpassing van het bestemmingsplan nodig.<br>Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit volgt dat het plangebied zich in de Alblasserwaard bevindt, een komgebied dat zich tussen de Lek, de Merwede en de Noord uitstrekt. Voordat de rivieren in de Late Middeleeuwen van doorgaande dijken werden voorzien, hadden deze vrij spel en veranderden hun loop voortdurend. Eén van de rivierlopen die door het onderzoeksgebied liep, was de Schoonrewoerdse stroomgordel. Deze ontstond in het Laat-Neolithicum en was watervoerend tot in de Midden-Bronstijd. Op de oever- en beddingafzettingen, die mogelijk in de noordwesthoek van het plangebied zijn aan te treffen, kunnen archeologische resten uit het Laat-Neolithicum en de Bronstijd aanwezig zijn. Eventueel zijn ook jongere resten, uit de IJzertijd en de Romeinse tijd, aanwezig. De resten zullen zich manifesteren als een ‘vuile laag’ met kleine fragmenten aardewerk, vuursteen, houtskool en/of bot.<br>Ten gevolge van afdekking door veen en komklei zullen resten goed bewaard zijn gebleven. Hierbij moet worden opgemerkt dat archeologische booronderzoeken in de nabije omgeving geen aanwijzingen voor vindplaatsen hebben opgeleverd.<br>Wegens vernatting en grootschalige veenvorming die zich vanaf de Bronstijd voltrok, moet worden aangenomen dat de bewoningsmogelijkheden sterk afnamen. Dit veranderde in de Late Middeleeuwen toen de natuurlijke afwatering verbeterde. Uit historische informatie is bekend dat het gebied in deze periode gefaseerd werd ontgonnen en dat de bewoning zich concentreerde langs zogenoemde ontginningsassen. Eén van deze ontginningsassen betreft de oevers van de direct ten noorden van het plangebied gelegen Graafstroom, een in de tweede helft van de 13e eeuw gegraven waterloop.<br>Op basis van de beschikbare oude kaarten lijkt pas in het vierde kwart van de 19e eeuw sprake te zijn van bebouwing in het plangebied. Dit betreft vermoedelijk een boerderij die in het noordwesten van het plangebied gesitueerd was. In de daarop volgende perioden werden verschillende bijgebouwen opgericht. Omdat uit de periode vóór het eerste kwart van de 19e eeuw geen gedetailleerd kaartmateriaal beschikbaar is, kan de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Late Middeleeuwen (13e eeuw en later) en/of de Nieuwe tijd, op grond van de ligging ter plaatse van een ontginningsas, niet worden uitgesloten. Eventuele resten zullen zich in het noordelijk deel van het plangebied bevinden en bestaan uit opgebrachte kleilagen met vondstmateriaal (zoals aardewerk, baksteen, dierlijk bot enz.), afvalkuilen en sporen van bebouwing zoals muurresten en resten van vloeren. Ter plaatse van het huidige erf en op de locaties van bestaande bebouwing kunnen deze in meer of mindere mate zijn verstoord bij de aanleg en sloop van funderingen en tijdens andere grondroerende werkzaamheden.<br>Het zuidelijk deel van het plangebied, dat zich op enige afstand van de ontginningsas uitstrekt, kende vermoedelijk een agrarisch grondgebruik. Hier worden geen bewoningsresten verwacht.<br>Teneinde de verwachting op basis van het bureauonderzoek te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de natuurlijke ondergrond, overeenkomstig de verwachting op basis van het bureauonderzoek, uit kleiige komafzettingen (Formatie van Echteld) en riet- en bosveen (Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop) bestaat. De bovengrond bestaat uit een 10 à 35 cm dikke, bijna gerijpte, matig siltige kleilaag en/of een 15 à 30 cm dikke laag volledig veraard, sterk kleiig veen. Deze lagen vormen de bouwvoor. In boring 1 wordt de bouwvoor afgedekt door een 30 cm dik (sub)recent ophogingspakket en een 20 cm dikke verhardingslaag. In boring 4 is op het onverstoorde veen geen (oude) bouwvoor aangetroffen, maar wordt het veen afgedekt door een 50 cm dik (sub)recent zandpakket.<br>Op grond van de geringe rijping van de kleiafzettingen en het ontbreken van veraarde lagen in het veen is het niet aannemelijk dat de klei- en veenpakketten een ondergrond hebben gevormd voor bewoning of andere menselijke activiteiten. In boring 1, die tot 4 m –mv is doorgezet, zijn de verwachtte oever- en/of beddingafzettingen van de Schoonrewoerdse meandergordel niet aangetroffen. Mogelijk moet deze fossiele meandergordel verder noordwestelijk, buiten het plangebied, worden gezocht. In geen van de boringen zijn ophogingslagen uit de Late Middeleeuwen en/of de Nieuwe tijd (ouder dan 19e eeuw) aangetroffen.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2020-07-21
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务