five

Een archeologisch bureau-onderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen in het project Fochteloerveen II, gemeente Ooststellingwerf (F)

收藏
DataCite Commons2025-06-13 更新2025-06-14 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zw7-5awe
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Naar aanleiding van de tweede module landinrichting Fochteloerveen heeft het ARC, namens DLG, een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Langs het bijzondere natuurgebied worden kaden aangelegd, slenken en drainagesleuven gegraven om de waterhuishouding te reguleren. Tijdens de aanleg van deze sleuven bestaat de kans dat mogelijke archeologische resten beschadigd worden. Het vooronderzoek betreft een bureauonderzoek met aansluitend een verkennend booronderzoek.Doel van beide onderzoeken is het geplande werkgebied op de aanwezigheid van archeologische indicatoren te toetsen. Archeologische indicatoren worden verwacht in min of meer complete podzolprofielen, in het bijzonder als de B-horizont (deels) behouden is. Tijdens het begin van vorige eeuw is in het gebied op grote schaal veen afgegraven. Na het afgraven is het bovenste deel van het veen teruggeplaatst om de grond nog enige vruchtbaarheid te geven. Op basis van deze kennis lijkt het aantreffen van complete podzolgronden gering. Uit het veen zijn in 1935 wel een tweetal belangrijke archeologische vondsten geborgen. Tijdens het booronderzoek is in totaal 18 km onderzocht en zijn er 395 boringen bekeken. Gezien het grote aantal boorpunten is het plangebied opgedeeld in vier deelgebieden.De boorpunten liggen voornamelijk lintgewijs verspreid over het terrein. Tussen de boorpunten is het oppervlak afgezocht op eventuele archeologische indicatoren.Zowel in de boorkernen als bij de oppervlaktekartering zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Het veldonderzoek heeft de volgende resultaten opgeleverd.In vijftien boorpunten is een restant van een B-horizont waargenomen (zie afb. 6). De top van de B-horizont lijkt te ontbreken. Ook gezien het ontbreken van enige relief is het vrij zeker dat de top van deze B-horizonten niet meer aanwezig zijn. Naast vijftien boorpunten met een B-horizont is bij een aanzienlijker aantal boorpunten een B/C-horizont waargenomen. De B/C-horizont is de overgangslaag,waarbij nog een oranje gekleurde onderkant van de B-horizont te zien is. De kans op het aantreffen van intacte archeologische resten is hierbij echter relatief gering.In totaal gaat het om 160 boorpuntnummers waarbij een B/C-horizont is waargenomen, de boornummers liggen verspreid over alle deelgebieden. Tot slot is er in deelgebied I in de boorpunten 50 en 51 tot op een grote diepte veen gevonden. Tot op maximaal op 4,05 m –mv zijn hier veenlagen in de bodem aangetroffen. Het vermoedden bestaat dat zich op deze plek een pingo(ruine) in de ondergrond bevind.Een aanvullend onderzoek middels een kruisraai, waarbij veertien aanvullende boorpunten zijn uitgezet met boorpunt 50 als centrumpunt, heeft het volgende opgeleverd. De begrenzing van het veengat is aan drie zijden gevonden. Alleen aan de noordwestzijde is de begrenzing niet gevonden, de begrenzing hier valt buiten het onderzoeksgebied. Bij de overige drie randen gaat het om scherpe begrenzingen.Het betreft telkens een oplopende overgang tussen de veenpakketten van twee naastgelegen boorpunten waarbij het verschil in diepte van de veenlagen in alle drie de gevallen 1,20 m bedraagt.Gezien de gelijke, abrupte overgang van veen naar zand, mogen we hier naar alle waarschijnlijkheid over een pingo spreken. Tijdens de grote veenafgravingen van afgelopen eeuw is het terrein hoogstwaarschijnlijk geegaliseerd en bij deze werkzaamheden is de pingo vermoedelijk aangetast.De kenmerkende wallen rondom een ruıne, zijn niet aangetroffen. Vanwege deze verstoring bestaat er vermoeddelijk een geringe kans dat zich hier nog intacte archeologische resten in de bodem bevinden.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2015-06-11
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务