five

Hei- en Boeicopseweg 54 - 58 te Hei- en Boeicop, gemeente Zederik

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xqm-ykt8
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In dit rapport worden de onderzoeksresultaten gepresenteerd van het waarderend onderzoek door middel van proefsleuven, dat is uitgevoerd door Synthegra bv in opdracht van de Gemeente Zederik. Fase 1 van het onderzoek heeft plaatsgevonden in de periode 7 tot en met 12 februari 2008 aan de Hei- en Boeicopse weg 54–58 te Hei– en Boeicop (gemeente Zederik). Twee aanvullende proefsleuven (fase 2) zijn aangelegd op 13 oktober 2008. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van ongeveer 8.000 m2 waarvan 780 m2 (10% van het plangebied) is onderzocht. Het plangebied wordt ontwikkeld ten behoeve van woningbouw, waardoor eventuele aanwezige archeologische waarden verloren kunnen gaan.In 2007 is door Synthegra bv een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd. Tijdens het booronderzoek is een ophogingslaag aangetroffen die waarschijnlijk is gerelateerd aan het bewoningslint van Hei- en Boeicop, waarvan de oorsprong teruggaat tot in de 12e eeuw. Op basis hiervan is besloten een waarderend archeologisch proefsleuvenonderzoek uit te voeren.Het proefsleuvenonderzoek heeft aangetoond dat zich binnen het onderzochte deel van het plangebied resten van archeologische waarde bevinden. De proefsleuven 1, 3, 5 en 7 hebben enkele kuilen en greppels opgeleverd. Deze sporen zijn afgedekt met een beschermende laag klei die tussen de 50 cm tot 120 cm onder maaiveld reikt. De (paal)kuilen in sleuf 1 zijn mogelijk deel van een gebouw uit de nieuwe tijd. In sleuf 3 zijn een 20e-eeuws gedempte sloot en verder drie kuilen waargenomen. In sleuf 9 zijn een met 19e- en 20e-eeuwse afval gedempte sloot en een recente kuil aangetroffen. Sleuf 5 leverde een haaks op de nederzettingsas georiënteerde greppel met houtresten op. De functie en datering hiervan zijn onbekend. Mogelijk betreft het een beschoeide erf- of perceelsafscheidingsgreppel. In sleuf 8 is een aantal zeer recente paalsporen blootgelegd. De aangetroffen sporen concentreren zich vooral in het zuidwestelijk deel van het terrein (sleuf 1, 7 en 5) langs de Hei- en Boeicopseweg. Behalve sporen is een pakket kleiige ophogingslagen aangetroffen met relatief veel nederzettingsafval. Deze vormen een terp, met een kern uit de Late Middeleeuwen langs de Hei- en Boeicopseweg (tot ca. 50 m van de rijbaan), die in de 17e -19e eeuw uitgebreid is over het gehele plangebied. Het geringe aantal sporen en vondsten in het noordoostelijke deel (ter plekke van sleuf 2, 3, 4 en 6) kunnen mogelijk wijzen op een achterterrein / buitenterrein van een nederzetting waar weinig activiteiten hebben plaatsgevonden. Mogelijk heeft dit deel van de onderzoekslocatie altijd een weiland- of akkerlandfunctie gehad.Vooral bij de aanleg van de vlakken zijn vondsten tevoorschijn gekomen, maar ook bij het documenteren en onderzoeken van de profielen zijn vondsten aangetroffen. Deze vondsten zijn verdeeld over 63 vondstnummers (50 verzameld tijdens fase 1 en 13 verzameld tijdens fase 2 van het onderzoek). Voornamelijk de sleuven die het dichts bij de weg liggen (sleuf 1 en 7), hebben veel fragmenten aardewerk opgeleverd. Uit alle eeuwen van de 12e tot en met de 19e eeuw is aardewerk aangetroffen. Het merendeel van het aardewerk is gevormd door aardewerk uit de nieuwe tijd, vooral door fragmenten roodbakkend aardewerk, die overwegend gedateerd worden in de 17e tot 18e eeuw. Uit een twee gedempte sloten (sleuf 3 en 9) is veel industrieel wit en Europees porselein afkomstig, uit de late 19e tot 20e eeuw. Behalve fragmenten aardewerk zijn ook fragmenten baksteen, leisteen (vermoedelijk dakbedekking), pijpaardewerk (stelen van kleipijpen), fragmenten glas en dierlijk botmateriaal aangetroffen.Tijdens het onderzoek zijn de meest informatieve profielwanden gedocumenteerd. De profielen bestaan in hoofdlijnen uit een humeuze donker bruingrijze kleiige bouwvoor met vondsten uit de 17e tot 20e eeuw, met daaronder een pakket van één tot enkele ophogingslagen lagen van bruingrijze, grijze of bruine klei. Onder deze kleilagen ligt donkerbruin veen met houtresten, waaruit geen vondsten afkomstig zijn. Alleen in werkput 2 zijn sporen bot in dit veen aangetroffen. De dikte van het antropogene ophogingspakket nam af van ca. 90 cm in sleuf 1 in het zuidwesten tot 50 cm in sleuf 4 en 6 in het noordoosten. In sleuf 8 (in het zuidwesten) is slechts de onderste 30 tot 40 cm van dit ophogingspakket bewaard. De rest van het pakket, inclusief de bovengrond, is weggegraven ten behoeve van de bouw van het schoolcomplex. De samenstelling van de antropogene kleilagen varieert per put. In sleuven 7 en 1 kan de onderste kleilaag op grond van aardewerkvondsten en het ontbreken van baksteensporen in de tweede helft van de 12e of het eerste kwart van de 13e eeuw worden gedateerd. Deze afval- en/of ophogingslaag van humeuze, donker grijze klei ligt op het donkerbruine veen en is afgedekt door een bruingrijze kleilaag met aardewerk uit dezelfde periode, vermengd met roodbakkend aardewerk uit de 17e of 18e eeuw en fragmenten baksteenpuin.In werkput 5 is de (noordelijke) begrenzing van twee lagen aangetroffen. De onderste venige laag is slechts 10 cm dik en is vondstloos. Deze overgangslaag van veen naar klei-ophoging in sleuf 1 en 7 kan een loopvlak zijn geweest aan de achterrand van de ophoging uit de 12e – 13e eeuw, waarin ophogingsklei en veen uit de ondergrond is vertrapt en vermengd is geraakt.De profielen in werkput 2, 3, 4 en 6 geven informatie over de stratigrafie in een ander perceel ten oosten van de 20e eeuw gedempte sloot en een bestaand pad achter (ten noorden van) huisnummers 52 en 54. In het zuidelijk gedeelte (in werkput 2 en 3) zijn onder de bouwvoor twee kleiige ophogingslagen aangetroffen. In het noorden (sleuf 4 en 6) ligt slechts één ophogingslaag tussen de bouwvoor en het veen. In alle kleiiige ophogingslagen zijn baksteenresten aangetroffen.Op basis van deze resultaten is aan het terrein een middelhoge archeologische waarde toegekend. Het terrein wordt daarom vanuit archeologisch gezichtspunt als behoudenswaardig geacht. De gemeente Zederik zal in overleg met de provinciaal archeoloog (drs. R. Proos) een selectiebesluit nemen ten aanzien van de vindplaats.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务