five

De opgraving van de mesolithische en neolithische vindplaats Urk-E4 (Domineesweg, gemeente Urk)

收藏
DataCite Commons2025-06-13 更新2025-06-14 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zxp-3thk
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
De conclusies van het onderzoek kunnen als volgt worden samengevat:- de vindplaats Urk-E4 is gelegen op een rivierduin nabij een oude loop van de Vecht;- als gevolg van erosie is met name het hogere deel van de duin sterk aangetast, zodat geen uitspraken kunnen worden gedaan over de representativiteit van de aangetroffen bewoningssporen;- de duin is gedurende het Mesolithicum en Neolithicum bewoond geweest;- tot de mesolithische bewoningsfase (7300-5059 cal. BC) kunnen enkele vuurstenen werktuigen worden gerekend en een aantal diepe haardkuilen;- de vondstenlaag die over het duinoppervlak is aangetroffen heeft waarschijnlijk het loopvlak voor de mesolithische en neolithische bewoning gevormd, waardoor afval uit beide perioden vermengd is;- tot de neolithische bewoningsfase moet het grootste deel van het vuursteen, het aardewerk en het natuursteen worden gerekend;- het vuursteen maakt op typologische en technologische gronden een ‘late’ indruk door de beperkte rol van de klingtechnologie en het voorkomen van spitsen met oppervlakteretouche;- voor het vuursteen lijkt sprake van een breed activiteitenspectrum;- het aardewerk is overwegend gemagerd met steengruis en opgebouwd uit rolletjes;- de potten hadden overwegend een S-vormig profiel (met soms een scherpere knik op de buik) en ronde of puntvormige bodems (soms plat);- versiering komt vrij weinig voor en is vooral beperkt tot de rand en de hals;- sommige versieringsmotieven verwijzen naar Trechterbeker- of Rössenaardewerk;- de neolithische bewoning lijkt op grond van met name het aardewerk vooral aan het latere deel van de midden-Swifterbantcultuur en de late Swifterbantcultuur (ca. 4200-3400 cal. BC) te moeten worden toegeschreven;- er zijn geen aanwijzingen voor bewoning door de Trechterbekercultuur of de laat-neolithische bekerculturen, wat past bij het inzicht dat de duintop rond 3400 cal. BC onder het grondwater moet zijn verdwenen;- op de duin is kleinschalig geakkerd;- onder het botanisch materiaal zijn verkoolde resten van met name wilde planten aangetroffen, maar ook van cultuurgewassen (Triticum monococcum/dicoccum en Hordeum vulgare);- een datering van een graankorrel leverde een ouderdom van ca. 4200-4000 cal. BC op, maar deze datering geeft geen ouderdom voor de akkerlaag aan;- de akkerlaag moet gezien de diepteligging ten opzichte van NAP van vóór ca. 3800 cal. BC dateren;- onder het zwaar gefragmenteerde botmatriaal zijn resten van huisdieren (rund, schaap/geit en hond) en wilde dieren (wild zwijn, edelhert, bever, otter, das, wilde kat) aangetroffen, en een grote groep waarvan niet duidelijk is of het wild zwijn of tam varken betreft;- opvallend is de quasi-afwezigheid van vogel- en visresten, maar de betekenis hiervan is niet te schatten;- op het hogere deel van de duin is een grafveld aanwezig dat waarschijnlijk tot de Swifterbantcultuur moet worden gerekend;- in het grafveld zijn resten van minimaal tien individuen aangetroffen, waarbij het gaat om volwassen mannen en vrouwen en één jongere;- er is sprake van een variabele begravingswijze;- bijgaven zijn beperkt tot barnstenen kralen (waarschijnlijk met een snoer om het hoofd);- er zijn geen sporen van zwaardere woonconstructies zoals huisplattegronden herkend;- de gegevens reflecteren voor de neolithische bewoningsfase een breed spectrum economie die gebaseerd is op jacht, veeteelt, akkerbouw en waarschijnlijk visvangst;- op de duin zijn activiteiten van diverse aard ontwikkeld;- waarschijnlijk hebben we hier te maken met de resten van een basiskamp, maar er kunnen geen uitspraken worden gedaan over de bewoningsduur.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2015-06-11
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务