five

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Groenloseweg 112 te Winterswijk, Gemeente Winterswijk

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x2t-q3uw
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft ten behoeve van de herontwikkeling van het bestaande erf aan de Groenloseweg 112 een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Binnen het plangebied wordt de bestaande schoppe verbouwd tot woning, er wordt een bijgebouw gebouwd en de bestemming wordt van agrarisch veranderd in een woonbestemming. Het plangebied heeft op oppervlakte van ca. 2.500 m2 en het nieuwe bijgebouw heeft een oppervlakte van 150 m2. De nieuwe ontwikkeling geeft een nog onbekende bodemverstoring. Maar verwacht mag worden dat de funderingen een vorstvrije diepte hebben tot in de natuurlijke ondergrond en daarmee de bodem zullen verstoren.Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Winterswijk ligt het plangebied in een gebied met een hoge verwachting. In het bestemmingsplan Buitengebied Winterswijk2 heeft het plangebied ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’. Het beleid van de Gemeente Winterswijk is archeologisch onderzoek te verplichten bij een verstoringsoppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 30 cm-mv.3 Het plangebied dient vanwege de oppervlakteoverschrijding te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek (SIKB protocol 4002) dat aangevuld is met een verkennend booronderzoek (SIKB protocol 4003).ConclusieUit het bureauonderzoek blijkt dat het oostelijke deel van het plangebied op een dekzandrug ligt met een dik plaggendek. De andere helft van het plangebied ligt op dekzandwelvingen of op een ten dele verspoelde dekzandvlakte. Een dekzandrug is een erg aantrekkelijke plek voor bewoning en landgebruik in alle archeologische periodes. Laagtes en welvingen zijn minder aantrekkelijke locaties en hebben dan ook een lagere archeologische verwachting. De verwachting van dit plangebied is dan ook in tweeën gesplitst voor de twee landschapstypes. Wat voor beide gebieden telt is dat er een lage verwachting geldt voor de Late Middeleeuwen, aangezien het plangebied in het buitengebied ligt. In die periode concentreerde het leven zich in dorps- en stadskernen. Voor de Nieuwe Tijd geldt juist weer een hoge verwachting door het historische erf (De Kappe) dat binnen het plangebied heeft gestaan en waarvan alleen de nog aanwezige schoppe resteert. Het cartografisch onderzoek laat zien dat het plangebied in het verleden bebouwd is geweest en in gebruik is geweest als landbouwgrond. De funderingen van deze gebouwen kunnen nog aanwezig zijn binnen het plangebied. Agrarische bewerking van grond en de inrichting van het erf hebben eventueel een bodemverstoring veroorzaakt van minder dan 0,50 m-mv. Hoe diep de funderingen van de voormalige bebouwing hebben gereikt is onbekend. Of oudere archeologische resten verstoord zijn door deze funderingen is onbekend. Ook is onbekend of de onbebouwde delen van het plangebied verstoord zijn in het verleden. Een booronderzoek zal hierover uitsluitsel moeten geven.Uit het booronderzoek is gebleken dat in het centrale en westelijke deel van het plangebied ter plaatse van de dekzandvlakte sprake is van een tot in het dekzand verstoorde bodem. Een uitzondering vormt de oostzijde van het plangebied rond boring 6, waar sprake is van een intact plaggendek met houtskoolfragmenten. Dit plaggendek dateert vermoedelijk uit de Late Middeleeuwen of vroege Nieuwe Tijd.In boring 4 en boring 6 is een menglaag aanwezig (respectievelijk een B/C-horizont en een A/Bhorizont), waaruit opgemaakt kan worden dat de oorspronkelijke bodem een veldpodzol betrof. Deze is door grondbewerking in het verleden vermengd geraakt met de top van het dekzand en het aanwezige plaggendek (boring 6). SelectieadviesVanwege het ontbreken van een intacte bodem is de kans dat met de voorgenomen bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan nihil. Daarom adviseren wij om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren en de locatie vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling, met uitzondering van de kleine zone rond boring 6 (het blauwe kader in bijlage 3). Deze zone betreft het deel van het plangebied dat op de hoge kamp gelegen is. Wij adviseren om de bodemingrepen rond boring 6 te beperken tot de subrecente bouwvoor (maximaal 70 cm-mv). De opdrachtgever heeft laten weten dat in deze zone alleen wat struweel gepland is als afscheiding van de nieuwe woning met de doorgaande provinciale weg.SelectiebesluitHet conceptrapport is op 24 september 2020 beoordeeld door de Regioarcheoloog van de ODA namens gemeente Winterwijk.4 Behoudens enkele opmerkingen die in deze definitieve versie van het rapport verwerkt zijn, is de gemeente akkoord met het selectieadvies. Uit het onderzoek blijkt dat de bodem grotendeels verstoord is. Alleen de boring aan de zuidwestkant van het perceel laat een intacte bodem zien. Ook is bij deze boring houtskool aangetroffen, wat een archeologische indicator kan zijn. In het rapport wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd voor het terrein, uitgezonderd de zuidwestkant (omgeving boring 6). Maar omdat aan deze kant van het terrein geen diep verstorende werkzaamheden gaan plaatsvinden, is verder archeologisch onderzoek niet nodig voor de geplande herontwikkeling. Op 3 november 2020 is een aangepast ontwerp voor de ontwikkeling aangeleverd door de opdrachtgever (zie bijlage 1), waarbij de archeologisch waardevolle zone (het blauwe kader rond boring 6, zie bijlage 3) gevrijwaard wordt van bodemingrepen (behoud in situ).VoorbehoudHet uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Winterswijk (dhr. K. Meinderts) hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务