Veldhoven Plangebied Christinastraat
收藏资源简介:
<p>In opdracht van Woningstichting Aert Swaens, heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (karterende fase) uitgevoerd in het plangebied Christinastraat te Veldhoven. De plannen voor de hele locatie hebben betrekking op nieuwbouw.</p><p>Op basis van het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat in het plangebied naar alle waarschijnlijkheid hoge zwarte enkeerdgronden aanwezig zijn. Omdat de enkeerdgronden zijn gevormd onder hoge en droge omstandigheden en vaak gelegen zijn nabij oude nederzettingen of hoeven is de kans op het aantreffen van vindplaatsen zeer hoog. Archeologische vondsten en bewoningssporen kunnen bij een intact bodemprofiel worden verwacht aan de basis van het esdek en in de top (Ah-, E-, Bhen Bs horizonten) van een eventueel daar onder begraven bodemprofiel (meestal een humuspodzol). De plaggenbemesting kwam vanaf ongeveer de 13e eeuw in zwang, zodat vooral vindplaatsen van vóór de middeleeuwen nog intact en goed geconserveerd zullen zijn. Vanwege de dikte van het esdek zullen eventuele vindplaatsen veelal nog gaaf aanwezig zijn, omdat ze door de ophoging geleidelijk buiten het bereik van het eergetouw en de keerploeg (sinds de 15e-16e eeuw) zijn geraakt. De oudere grondbewerking (met eergetouw) zal hooguit de bovenste 15 cm van de oude bodem hebben geroerd en dus nauwelijks verstoringen van de originele bodem hebben veroorzaakt. Eventueel mestaardewerk uit de middeleeuwen en uit recentere periode is meestal van elders aangevoerd en duidt dan geen vindplaats ter plaatse aan. Pre-middeleeuws aardewerk dat zich in (de basis van) het esdek bevindt kan door biologische activiteit en regelmatig ploegen omhoog gewerkt zijn en daardoor weer wel een aanwijzing zijn voor een vindplaats in de begraven ondergrond onder het esdek. De grondwaterstand is meestal laag en het profiel is dus goed ontwaterd. Hierdoor zullen vooral organische resten en botmateriaal minder goed geconserveerd zijn.<br>Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het gehele plangebied een hoge verwachting voor steentijden tot en met de late middeleeuwen. Het plangebied is gelegen op een dekzandrug en dus van oudsher interessant voor bewoning wegens de hoge en droge ligging. De vermoedelijke aanwezigheid van hoge zwarte enkeerdgronden in het plangebied kan gezorgd hebben voor een goede conservering van de archeologische resten. Voor de nieuwe tijd is de verwachting eerder laag: het plangebied valt buiten nabijgelegen bebouwingsclusters en dorpskernen zoals bekend op historisch kaartmateriaal. Onbekend is echter in welke mate de aanleg van moderne, twintigste-eeuwse bebouwing en infrastructuur de bodem in het plangebied heeft verstoord. Indien hierbij diepe verstoring van de ondergrond heeft opgetreden, kan de verwachting voor alle perioden worden bijgesteld naar laag.</p><p>Uit de boringen bleek dat de bodem in het plangebied in het verleden is ontgraven tot op de C-horizont, waarna humeuze grond is teruggestort. Dit is mogelijk gebeurd bij de aanleg van de huidige bebouwing in het plangebied, maar gezien de aanwezigheid van grote vlakken die vergraven zijn ten oosten van het plangebied op de gemorfologische en bodemkaart kan dit ook eerder zijn gebeurd. Nergens werden nog restanten van het oorspronkelijke podzolprofiel in de vorm van een Ah-, E-, B- of BC-horizont waargenomen. Ook de top van de C-horizont is hierbij aangetast.</p><p>Uit het bureauonderzoek bleek een hoge archeologische verwachting voor het plangebied op het aantreffen van archeologische resten van de steentijden tot en met de late middeleeuwen. Uit het veldonderzoek bleek echter dat het plangebied in het verleden is ontgraven tot op de C-horizont. Eventuele aanwezige archeologische resten zullen hierbij dan ook verdwenen zijn. Vervolgonderzoek wordt binnen het plangebied dan ook niet noodzakelijk geacht.</p>



