Ltihoijen-Dorpspad 2A 220318_A22003_BU_Definitief
收藏DANS Data Station Archaeology2021-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XVP-XSCK
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Princen BV is door Bodac B.V. een verkennend archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het aanvragen van een bouwvergunning voor het perceel aan het Dorpspad 2A. Het onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of in het gebied archeologische waarden aanwezig kunnen zijn, in hoeverre de voor archeologie relevante bodemlagen intact zijn gebleven en wat de diepteligging van deze lagen is. Het verkennend booronderzoek is uitgevoerd als aanvulling op het bureauonderzoek onder hetzelfde projectnummer.Het verkennend archeologisch booronderzoek heeft als doel om door middel van boringen de ontstaansgeschiedenis, aard, topografie, morfologie en bodemvormende processen van de ondergrond in het plangebied in kaart te brengen. Aan de hand van de resultaten van het verkennend archeologisch booronderzoek wordt de mate van intactheid van de bodem en de daarmee samenhangende archeologische potentie van het plangebied bepaald. Ten behoeve van het landschappelijk bodemonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd. Wat is de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van de ondergrond in het plangebied? In hoeverre is deze opbouw nog intact? Hoe verhoudt de in het veld waargenomen bodemopbouw zich tot de resultaten uit het vooronderzoek? Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en NAP? Alhoewel niet het doel van een verkennend archeologisch booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen?Zo ja,Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn zij aangetroffen?Wat is de ruimtelijke spreiding van de indicatoren?Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren?In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld?Worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen ingrepen?Is het plangebied voldoende onderzocht en zo niet, welke vorm vervolgonderzoek wordt geadviseerd?Het verkennend booronderzoek heeft duidelijk gemaakt dat er kans is op archeologische waarden binnen het overgrote deel van het plangebied. Er geldt voor de onverstoorde delen van het plangebied een hoge verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd, welke zich bevinden in het antropogene ophogingsdek. Deze kunnen in de onverstoorde delen van het plangebied worden aangetroffen vanaf 20 centimeter onder maaiveld tot 100/130 centimeter onder maaiveld. De resten zullen bestaan uit nederzettingssporen zoals huisplattegronden, afvalkuilen en waterputten. Onder de woerd is een overstromingsdek aangetroffen welk jonger is als de derde fase stroomrug van Lith (3.760 en 2.750 jaar geleden). Deze afzetting bevat archeologische indicatoren in de vorm van aardewerk spikkels, dierlijk botmateriaal en houtskool. Er zijn aanwijzingen dat de top van dit overstromingsdek is verstoord/opgenomen in de ophogingslagen van de woerd. Op 75 meter ten noordwesten van het plangebied is in een controle boring het overstromingsdek 15 tot 30 centimeter hoger aangetroffen dan in het plangebied. Het maaiveld is hier lager en er is geen sprake van een ophogingslaag. Mogelijk zijn ondanks verstoring van de top van het ovestromingsdek diepere sporen nog (deels) bewaard gebleven.De aanleg en sloop van een mestkuil in het zuiden van het plangebied heeft de bodem tot 150 centimeter onder maaiveld verstoord. Aanleg van de huidige bebouwing (varkensschuur) heeft de bodem 50 tot 70 centimeter onder maaiveld verstoord. Onder de verstoringen kunnen enkel diepere sporen of sporen waarvan de bovenkant zich dieper bevind (deels) bewaard zijn gebleven. Na vergelijking van de bekende verstoringen en de geplande ingrepen is geconcludeerd dat er slechts over een oppervlak van 28 m2 intacte bodem wordt verstoord. Over een oppervlak van 153 m2 wordt de bodem onder de huidige bebouwing nog 30 tot 50 centimeter verstoord, tot een diepte van 4,70 meter boven NAP. De geplande ingrepen reiken tot ±100 centimeter onder maaiveld en zullen mogelijke archeologische resten in de ophogingslaag verstoren. De top van de stroomrug of gordel wordt niet verstoord. Het advies van Bodac is om het plangebied vrij te geven en af te zien van vervolgonderzoek. De verstoring van intacte bodem door de geplande ingrepen is dermate klein (28 vierkante meter) dat de informatiewaarde van eventueel vervolgonderzoek laag zal zijn. De verwachte informatiewaarde van de gedeeltelijke verstoring van de bodem onder de huidige bebouwing is dermate laag, dat onderzoek naar de eventueel aanwezige archeologische resten slechts zeer beperkt waardevolle informatie zal opleveren.</p>
提供机构:
Bodac B.V.
创建时间:
2022-01-01



