Transect-rapport 2093: Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, IVO Verkennende en Karterende Fase. Arkel, Rietveld 14, Gemeente Molenlanden (ZH)
收藏DANS Data Station Archaeology2019-06-27 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XEM-V3HT
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In maart 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan het Rietveld 14 in Arkel (gemeente Molenlanden). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van twee bestaande bedrijfsloodsen. Bij de realisatie van deze twee uitbreidingen zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de bodem verstoord zal worden en daarmee potentieel archeologische resten. In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Molenlanden’ (2015) een dubbelbestemming Waarde Archeologie 4. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen (ca 1450 m2) archeologisch vooronderzoek nodig is. Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O).</p><p>Conclusie • Op basis van het bureauonderzoek is een hoge verwachting vastgesteld voor de periode Late IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. Deze verwachting is gebaseerd op de vermoedelijke ligging van oeverafzettingen van de Linge stroomrug in de ondergrond van het plangebied. Deze hebben vanaf de Late IJzertijd mogelijk een gunstige locatie voor bewoning gevormd. De verwachting op archeologische resten uit de Nieuwe tijd is laag, aangezien op historisch kaartmateriaal enkel sprake is van het gebruik van het plangebied als bouwland/weiland. • Op basis van de resultaten van het Inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase) is de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek naar beneden bij te stellen. Er zijn in navolging van de verwachting uit het bureauonderzoek intacte oeverafzettingen van de Linge stroomrug aangetroffen, die begraven liggen onder een dun overslagdek. Aanwijzingen in de vorm van archeologische indicatoren ontbreken echter in dit niveau, waarmee in het plangebied zeer waarschijnlijk geen archeologische vindplaats aanwezig is. Daarbij is in deelgebied West een omvangrijk waterbassin aanwezig (tot circa 2,0 m -Mv), waarvan zeer waarschijnlijk is dat de aanleg ervan een groot deel van de ondergrond in dit deelgebied verstoord heeft.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-04-03



