five

Bureauonderzoek Herenlaan 26 en 36 te Maasland, gemeente Midden-Delfland (ZH)

收藏
DANS Data Station Archaeology2021-10-18 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XA7-3FYF
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in samenwerking met ArcheoWest in oktober 2019 een bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie Herenlaan 26 en 36 te Maasland (gemeente Midden-Delfland). Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de vervangende bouw van een kas en de aanleg van twee silo’s op een terrein met een oppervlakte van ruim 4,5 hectare.</p><p>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht en of deze door de werkzaamheden worden bedreigd. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.</p><p>Het uitgevoerde bureauonderzoek heeft geleid tot het volgende verwachtingsmodel. Tijdens en na de afzettingen van de Hoekpolder Laag is vanaf de midden ijzertijd kortstondig bewoning mogelijk geweest op goed ontwaterde locaties langs kreken en prielen. De verwachting is dat de daaropvolgende vernatting, bewoning grotendeels onmogelijk maakte. Na het afzetten van de Gantel Laag aan het einde van de ijzertijd en het droogvallen van grotere delen van de kwelders nam het bruikbare grondareaal en de bewoonbaarheid van het gebied in de Romeinse tijd toe. Dit leefniveau zo blijkt uit het archeologische onderzoek in de omgeving, bevindt zich rond 70 cm -mv. Dit niveau is na de Romeinse tijd vernat en er heeft in de lagere delen veengroei kunnen plaatsvinden. Ter plaatse van de hogere landschapszones heeft zich vaak een humeuze laag of vegetatiehorizont ontwikkeld, die wel de ‘Woudlaag’ genoemd wordt. Na de Romeinse tijd bleef het lange tijd te nat voor bewoning en pas in de 10e eeuw werd het weer droger.1 In het tweede kwart van de 12e eeuw vonden opnieuw overstromingen plaats, die in de noordzijde van het plangebied de oude afzettingen geërodeerd hebben en elders in het plangebied een tot 70 cm dikke kleilaag hebben gevormd. Vanaf de 10e eeuw vond mogelijk bewoning op huisterpen plaats, later concentreerde de bewoning zich langs de dijken. Uit kaartmateriaal blijkt dat er tussen 1712 en 1940 geen bebouwing heeft gestaan in het plangebied.<br>Het grootste deel van het plangebied heeft een middelhoge archeologische verwachting voor de periode ijzertijd – late middeleeuwen. Dit geldt niet voor de voormalige kreekgeul langs de noordwestzijde van het plangebied, deze heeft een lage verwachting. Een lage verwachting krijgt ook een zone langs de Herenlaan als gevolg bodemverstoring door diverse bouw-, en sloopactiviteiten vanaf 1940.</p><p>Ervan uitgaande dat bij de vervangende kasbouw slechts weinig nieuwe bodemverstoring plaatsvindt. De bestaande palen worden afgeknepen en tussen de nieuwe palen komt voldoende ruimte (grid van 5x 8 m) voor toekomstig onderzoek. De westelijke silo wordt gebouwd in een zone met een lage verwachting. De oostelijke silo komt in een zone waar vanaf 1940 tot op heden diverse bouw- en sloopwerkzaamheden hebben plaatsgevonden en de kans groot is dat de bodem geroerd is.</p><p>Op basis van het bovenstaande wordt geadviseerd om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren ter plaatse van de kasbouw en de westelijke silo.Voor de oostelijke silo (Opp. 180 m2) kan een archeologisch verkennend booronderzoek worden uitgevoerd om de bodemopbouw en eventueel bodemverstoringen vast te stellen. Gezien de beperkte oppervlakte van de verstoring lijkt de kans dat daadwerkelijk archeologische resten aanwezig zijn beperkt.<br>De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Midden-Delfland of diens adviseur.</p>
提供机构:
Laagland Archeologie
创建时间:
2021-09-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务