Bureauonderzoek Adriaan Tripbos te Sappemeer (gemeente Midden-Groningen)
收藏DataCite Commons2026-03-30 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/XOV06N
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In februari 2025 is in opdracht van Staatsbosbeheer door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek
uitgevoerd voor plangebied Adriaan Tripbos te Sappemeer (gemeente Midden-Groningen). Aanleiding voor het
onderzoek zijn de geplande natuurherstelmaatregelen welke in het bos gaan plaatsvinden. </p><p>
Staatsbosbeheer heeft diverse natuurherstelmaatregelen gepland. De omvang van de ingrepen verschilt per
maatregel. Grotendeel van de werkzaamheden betreft onderhoud en zijn van minimale omvang welke geen
invloed zullen hebben op de mogelijke aanwezige archeologie. De werkzaamheden voor het verdiepen en
verbreden van de sloot hebben hier echter wel invloed op. </p><p>
Het plangebied valt binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Midden
Groningen, geheel in werking en vastgesteld op 03-02-2022. Op de locatie van het plangebied gaat het om
Waarde – Archeologie 4. Hierbij geldt een onderzoeksplicht en een omgevingsvergunning bij werkzaamheden
dieper dan 40 cm -mv en een oppervlakte groter dan 200 m2. </p><p>
Het plangebied is gelegen in Archeoregio Drents zandgebied. Het landschap werd grotendeels gevormd in de
voorlaatste ijstijd, het Saalien. Gedurende deze ijstijd was de huidige provincie Drenthe bedekt met een ijskap. </p><p>
Dit landijs zorgde voor opstuwing van de ondergrond wat tot vorming van stuwwallen heeft geleid. Tijdens het
Weichselien, de laatste ijstijd, bereikt het landijs Nederland niet. Wel kwam het land te liggen in een periglaciale
zone. Door de beken en afstromend smeltwater zijn fluvioperiglaciale afzettingen afgezet. De schaarse
begroeiing en het droge klimaat zorgde ervoor dat zand vrij kwam. Dit zand werd weggeblazen door de wind en
over het landschap afgezet. Deze dekzanden zijn afgezet op en rondom ruggen en op flucioperiglaciale
smeltwaterafzettingen. In het Holoceen (ca. 11.500 jaar geleden) steeg de temperatuur en was er sprake van
een relatieve zeespiegelstijging. Door de stijging van de temperatuur smolt het landijs, ontdooide de permafrost
en nam de neerslag toe. Het keileem in de ondergrond liet weinig water door, dus de waterafvoer werd
belemmerd. Door de verslechterde afwatering vond veengroei plaats. </p><p>
Het plangebied is gelegen binnen de Oude Groninger Veenkoloniën. Dit is een jong verveend gebied waar vanaf
de 10e eeuw begonnen is met de verveningen en ontginningen van het Bourtanger moeras voor eigen gebruik. </p><p>
In de 13e eeuw, de late middeleeuwen, werd het ontginnen steeds systematischer gedaan. Vanaf de 17e eeuw
werd het gebied op commerciële wijze verveend en kwam bewoning in het gebied meer op. Hoogezand en
Sappemeer waren dan ook de eerste nederzettingen van de oude Veenkoloniën. Sappemeer is vernoemd naar
het gelijknamige meer welke in 1618 is drooggelegd. In 1621 konden de eerste huizen gebouwd worden. </p><p>
Op de kadastrale minuutkaarten (188-1832) is te zien dat het plangebied door diverse percelen kruist. Het land
was niet bebouwd en werd gebruik als akkerland. Sappemeer is gelegen tussen linies uit de Tweede
Wereldoorlog. Aan de westzijde is op 10 km afstand de Frieslandriegel gelegen. Dichterbij gelegen in het oosten
is op circa 3 km afstand de Q-lijn linie gelegen. </p><p>
Op basis van het bureauonderzoek is het volgende advies geformuleerd. Volgens de archeologische waarden-
en verwachtingenkaart valt het plangebied binnen een hoge en lage verwachting, en volgens de beleidskaart en
het bestemmingsplan binnen Waarde – Archeologie 4. Een deel van het plangebied valt binnen zones zonder
verwachting en waarde archeologie. </p><p>
Antea Group adviseert vrijgave voor het gehele plangebied. Op de locatie van de te verbrede sloot is uit eerder
onderzoek gebleken dat hier een verstoorde bodem aanwezig is, hierdoor is de kans op het aantreffen van
archeologische resten, ondanks wat de archeologische waarden en verwachtingen kaart stelt, klein. </p><p>
Op de locatie van het plangebied waar de beplanting mogelijk dieper dan 40 cm -mv reikt en binnen een hoge
archeologische verwachting geldt kan een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende
boringen geadviseerd kunnen worden. Dit zou dan enkel om 1 à 2 boringen gaan. Door het geringe formaat van
het vervolgonderzoek en dus ook de eventuele informatie winst is ervoor gekozen om dit deel ook vrij te geven
voor de werkzaamheden.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-03-26



