five

Inventariserend veldonderzoek – verkennende fase Barneveldsestraat 6 te Scherpenzeel, gem. Scherpenzeel (Gld) Laagland Archeologie Rapport 23

收藏
DANS Data Station Archaeology2016-08-28 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z8Q-FSQ2
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in augustus 2016 een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd in een terrein nabij de boerderij aan de Barneveldsestraat 6. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure vanwege het voornemen op het terrein een nieuwe pluimveestal te bouwen. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen; het verkennend booronderzoek had tot doel dit verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Op grond van het onderzoek diende een advies te worden opgesteld voor eventueel aanvullend onderzoek danwel het terrein ten aanzien van het omgevingsaspect archeologie vrij te kunnen geven.</p><p>Op basis van het bureauonderzoek is gesteld dat het plangebied ligt op een dekzandrug in een van oorsprong relatief laag en nat landschap. Vermoedelijk moeten grote delen van dit landschap met veen overdekt zijn geweest. Qua archeologische verwachting werd alleen gerekend met de kans op de aanwezigheid van vindplaatsen uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum en mogelijk ontginningssporen en verkavelingssporen vanaf de volle middeleeuwen.</p><p>Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat er ter plaatse van de dekzandrug sprake is van een ophogingspakket, deels liggend op een begraven (en geroerde) A-horizont. Gezien het ophogingspakket is de dekzandrug van nature zeker een halve meter lager geweest waardoor er nauwelijks nog sprake is van een aanzienlijke verhoging in het gebied. Het oorspronkelijke bodemprofiel is grotendeels tot in de BC-horizont en deels in de C-horizont geroerd. Op grond van de aanwezigheid van veenresten is het vrijwel zeker dat de dekzandrug overdekt is geweest met veen. </p><p>De bevindingen passen in het verwachtingsmodel. Tussen de perioden van het mesolithicum tot en met de volle middeleeuwen worden er geen archeologische vindplaatsen verwacht. Bovendien zal de oorspronkelijk vrij lage dekzandrug ook in voorgaande perioden niet een zodanig verhoging in het landschap zijn geweest om voor de toenmalige jagers-verzamelaars een aantrekkelijke tijdelijke vestigingsplaats te vormen. Mochten er alsnog een vindplaats uit die perioden aanwezig zijn, dan zal die vanwege de verstoring van de top van de zandrug ook sterk zijn verstoord. </p><p>Er zijn bij het verkennend veldonderzoek ook geen archeologische indicatoren aangetroffen. Dit is vanwege de ingezette methode voor verkennend onderzoek ook niet goed mogelijk vanwege de boordichtheid en het beperkte volume van de 7 cm diameter boorkernen. Voor wat betreft de verwachting voor laatmiddeleeuwse ontginnings- en verkavelingsporen kunnen er met het uitgevoerde booronderzoek geen aanwijzingen voor worden gevonden. Voor zover die aanwezig zijn is de archeologische waarde gering en leidt de bouw van de pluimveestal niet tot aanzienlijke aantasting van deze zich over een groter areaal uitstrekkende sporen.</p><p>Gezien de lage archeologische verwachtingswaarde zoals die in onderhavig onderzoek is vastgesteld wordt door Laagland Archeologie geadviseerd geen aanvullend archeologisch onderzoek te laten uitvoeren en gelden er ten aanzien van archeologische waarden in het plangebied geen verdere bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling.</p>
提供机构:
Laagland Archeologie
创建时间:
2016-08-29
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务