five

Utrecht, Riool Water ZuiveringsInstallatie (RWZI) Gemeente Utrecht (Utrecht)

收藏
DANS Data Station Archaeology2013-03-07 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z5R-YNSE
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In maart 2013 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied op het terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) aan de Brailledreef in Utrecht (gemeente Utrecht). De aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuwbouw van een nieuwe zuiveringsinstallatie op het terrein. Bij de voorgenomen werkzaamheden zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en hiermee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. Om de omgevingsvergunning te kunnen aanvragen, is op grond van het gemeentelijk beleid daarom eerst een archeologievergunning nodig. 1) Op basis van het onderzoek is sprake van een vierledige archeologische verwachting: a. In de ondergrond van het plangebied bevinden zich begraven dekzandruggen waarop potentieel bewoning mogelijk is uit het Laat-Paleolithicum, het Mesolithicum en Neolithicum. b. In het zuidwesten van het plangebied bevinden zich naar verwachting oeverafzettingen van de Vecht. Hierop zijn bewoningsresten te verwachten, die dateren vanaf de IJzertijd. De mate van intactheid van de oevers hangt daarbij met name af of daar in het verleden klei is afgegraven ten behoeve van de steenindustrie, waarvan eveneens sporen aanwezig kunnen zijn. c. Dwars door het plangebied ligt de Hoofdijk, een dijk die in 1125 is aangelegd ten behoeve van de ontginning van het oostelijk Vechtgebied. Langs de dijk heeft mogelijk bewoning plaatsgevonden vanaf de Late Middeleeuwen, mogelijk de voorloper van het huidige Achttienhoven. d. In het plangebied heeft een kruitmolen gestaan, die in 1622 is gesticht. De molen is in de loop van de 18e eeuw uitgegroeid tot een bedrijfsterrein dat een groot deel van het plangebied omvatte. Er kwamen diverse bedrijfsgebouwen voor. De molen is in 1843 opgeheven en ontmanteld. 2) Het plangebied is tegen het eind van de jaren ’60 van de vorige eeuw deel gaan uitmaken van de bebouwde kom van Utrecht en op het terrein van de waterzuivering komen te liggen. Het is tot tweemaal toe in gebruik geweest als slibbassin. Daarvoor hebben vermoedelijk bodemingrepen in het plangebied plaatsgevonden en is grond op het terrein gestort. 3) Het verkennend onderzoek heeft op hoofdlijnen de archeologische verwachtingspatronen in het plangebied bevestigd en nader in beeld gebracht: a. Er bevinden zich twee dekzandruggen in de ondergrond van het plangebied op een diepte van circa 1,5 tot 2,0 m –Mv. De top van deze ruggen is intact gebleven getuige het voorkomen van in-en uitspoelingshorizonten (sporen van bodemvorming). In een boring is een Maasei aangetroffen, iets wat van nature daar niet voor kan komen. Antropogene invloed is daarbij niet uitgesloten. b. Er is slechts beperkt sprake van oeverafzettingen in het plangebied, namelijk alleen langs de zuidwestgrens van het plangebied. De oorspronkelijke top ervan is verdwenen, mogelijk ten gevolge van het afgraven van klei. Hoewel (pre-)historische resten daar niet meer worden verwacht, zijn sporen van steenindustrie, waaronder bakovens en bebouwing, zeker mogelijk. Dit is immers iets ten zuidoosten van het plangebied ook reeds aangetroffen. Aan het maaiveld is eveneens een fragment misbakken aardewerk aangetroffen, dat dateert uit de 15e eeuw, maar of dit direct op nijverheid ter plaatse wijst, is onzeker. c. Op de plekken waar op basis van kaartmateriaal de Hoofdijk en bebouwing gelegen heeft, zijn op komafzettingen ophoogpakketten aangetroffen, die bestaan uit een mengsel van klei en veen. Mogelijk zijn deze pakketten te relateren aan de historische dijk en ophogingen ten behoeve van woonplaatsen uit de Middeleeuwen. Op diverse plekken zijn namelijk in het opgebrachte materiaal scherven uit die tijd waargenomen. Deze lagen bevinden zich op een diepte vanaf circa 0,9 m –Mv. d. In het grootste deel van het plangebied zijn bodemlagen en puinlagen aangetroffen, die vermoedelijk te relateren zijn aan de buskruitfabriek, die tot in de 19e eeuw in het plangebied heeft gestaan. Ook deze resten worden vanaf een diepte van minimaal 0,9 m –Mv verwacht. Naar verwachting zullen ook nog funderingen van bouwwerken aanwezig zijn, aangezien in ieder geval in een boring ondoordringbaar puin aangetroffen is. Concluderend hebben grote delen van het plangebied een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische vindplaatsen.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2013-03-08
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务