Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe (GD) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe (GD)
收藏DANS Data Station Archaeology2022-11-23 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XSQ-95FQ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in mei/juni 2022 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase uitgevoerd aan de Keizerstraat 24 te IJzendoorn. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van nieuwe woningen.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied landschappelijk in een zone met een stroomrug of stroomruggordel. Specifiek ligt het plangebied op de Bommel stroomgordel. Deze stroomgordel is actief geweest vanaf ongeveer 1000 v.Chr. tot ongeveer 500 v.Chr. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met kalkloze ooivaaggronden; zwarte zavel en lichte klei.<br>In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de Romeinse Tijd en de Middeleeuwen bekend.<br>In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als boomgaard en staat er een boerderij met erf aangegeven. Rond 1933 worden in het plangebied twee gebouwen bijgebouwd. Deze gebouwen staan momenteel nog steeds in het plangebied. Als gevolg van deze bebouwing is er rekening te houden met eventuele bodemverstoring.<br>Het uitgevoerde karterende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied karterende boringen gezet. In dit stadium is karterend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat het plangebied archeologische sporen bevat. Er zijn oude woongronden aangetroffen in het plangebied, daaronder zijn een mogelijk spoor en diep spoor uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd aangetroffen. Verder zijn er archeologische indicatoren direct in de daaronder liggende oeverafzettingen aangetroffen. Dit archeologisch niveau begint op 80 tot 120 cm -mv (4,65 à 5,23 m +NAP) in de oeverafzettingen en de bovenzijde van de aangetroffen sporen.<br>Het is gebruikelijk dat een bufferzone van minimaal 30 cm tussen diepte verstoring en top archeologische niveau wordt aangehouden ten behoeve van een behoud in-situ van eventuele vindplaatsen. Om die reden wordt geadviseerd van een archeologisch vervolgonderzoek af te zien als bodemingrepen beperkt blijven tot 5,53 m +NAP (32 cm diepte t.o.v. huidig maaiveld). Bij de bouw van de woningen wordt het plangebied opgehoogd waardoor de fundering van de woningen maximaal tot een diepte reikt 5,55 m +NAP. Hiermee blijft de fundering boven de gestelde grenswaarde, inclusief de bufferzone. De palenrijen zullen op een afstand van meer dan 4m van elkaar gesitueerd worden, waarbij gefundeerd wordt met het minimaal constructief benodigd aantal palen. Verder zal gebruik gemaakt worden van grondvervangende palen ten einde het behoud in situ zo veel mogelijk veilig te stellen.<br>Als de bodemingrepen dieper dan het niveau van 5,53 m +NAP zijn wordt op basis van de onderzoeksresultaten nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems). Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).<br>De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Neder-Betuwe, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw M. Stronkhorst (Omgevingsdienst Rivierenland).<br>Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.<br>Reactie namens bevoegd gezag: Namens de gemeente Neder-Betuwe is regioarcheoloog Rivierenland akkoord met de resultaten en conclusies van dit onderzoek. Het besluit is genomen het selectieadvies (de aanbevelingen) in zijn geheel over te nemen. Vervolgonderzoek kan uitblijven indien niet dieper dan 5,53 m + NAP wordt ontgraven. Voor de bouw van de woningen wordt het plangebied opgehoogd waardoor de ontgraving voor de funderingen maximaal tot een diepte van 5,55 m + NAP zal reiken. Dit is akkoord. De meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten (art. 5.10 Erfgoedwet) blijft te allen tijde van kracht.</p>
创建时间:
2022-01-01



