five

N224 Stationsweg Oost te Woudenberg, gemeente Woudenberg, een bureauonderzoek

收藏
DataCite Commons2025-10-13 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/MDKQLB
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
De aanleiding voor het onderzoek zijn voorgenomen reconstructiewerkzaamheden aan de Stationsweg.<br> De voorgenomen ingrepen omvatten aanpassingen aan het bestaande fietspad, voetpad en de rijbaan. Ten westen van de rotonde betreft dit voornamelijk aanpassingen aan de deklaag, kantopsluitingen en aanpassingen van bestaande kolken waarbij de verstoring maximaal 30 cm -mv zal bedragen. Ter plaatse van een groenstrook ten westen van de Landaasweg is een wadi gepland. De bushalte ten westen van de rotonde aan de noordzijde zal worden verplaatst en komt dichter bij de rotonde te liggen. De nieuwe bushalte komt ter plaatse van het bestaande fietspad en voetpad. Ten oosten van de rotonde zullen ook nieuwe kolken worden geplaatst en zal ten noorden en zuiden een voetpad worden aangelegd. Het fietspad bij de oversteek Pothbrug/Valleikanaal zal worden verlegd. Op de locaties waar zal worden verbreed of de verharding wordt aangepast zal tot ca. 40-50 cm -mv worden gegraven, maar dit is afhankelijk van de diepte van het zand.<br> Tussen de Pothbrug tot aan de provinciegrens zal een bestaande duiker/riool onder de fietspaden worden vervangen. Deze zal worden vervangen door een dubbele duiker met grotere diameter onder het noordelijke fietspad waardoor de capaciteit wordt vergroot. De duiker aan de zuidzijde komt te vervallen. De verstoring zal hier reiken tot minimaal 1 m -mv.<br> Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Hieruit is gebleken dat het plangebied zich in het dekzandgebied van de Gelderse Vallei uitstrekt dat wordt gekenmerkt door dekzandruggen of -welvingen afgewisseld met dekzandvlaktes en beekdalen. In het oosten van het plangebied is een beekdal aanwezig. Met name hier moet rekening worden gehouden met resten van tijdelijke jachtkampjes van jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum. Dergelijke vindplaatsen manifesteren zich in de vorm van een strooiing van voornamelijk vuurstenen artefacten, houtskool en haardkuilen. Vanaf het Neolithicum komen ook bewoningssporen voor bestaande uit onder andere huisplattegronden, akkersporen, waterputten en erfscheidingen. Organische, botanische en dierlijke resten in onverbrande vorm zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Anorganische resten en verbrande organische resten zullen redelijk tot goed geconserveerd zijn.<br> De relatief natte omstandigheden maakten het gebied vanaf het Neolithicum of de Vroege Bronstijd waarschijnlijk ongeschikt of minder geschikt voor bewoning. Mogelijk raakte het zelfs geheel overgroeid met veen, maar hierover bestaat geen zekerheid. De kans op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode vanaf de Bronstijd tot de Middeleeuwen wordt hoe dan ook klein geacht.<br> In de 13e eeuw werd het gebied vanaf de hoger gelegen dekzandruggen langs de Lunterse Beek ontgonnen. In deze periode was sprake van verspreide erven en ontstond op circa 1,5 km ten oosten van het plangebied de nederzetting Scherpenzeel en op ca. 1,5 km ten westen van het plangebied Woudenberg. Het plangebied betreft de doorgaande weg tussen Scherpenzeel en Woudenberg die reeds vanaf de Late Middeleeuwen aanwezig was. De bevolkingstoename gedurende de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd maakte het noodzakelijk om ook de meer marginale, minder vruchtbare gronden te ontginnen. Ten behoeve van de verhoging van de bodemvruchtbaarheid en de verbetering van de bodemstructuur werden de gronden bemest met plaggenmest.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-10-08
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务