five

Plangebied Verplaatsing Gate 1 op het Chemelot -terrein te Geleen, gemeente Sittard-Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-11-10 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X2V-BFK6
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Brightlands is op dit moment bezig met de voorbereidingen voor de herinrichting van het gebied rondom Gate 1 van het Chemelot-terrein. In het kader van deze ontwikkeling wordt de logistieke toegangspoort van Gate 1 verplaatst en wordt er een ovatonde aangelegd op de toegangsweg naar de nieuwe gate. De toegangsweg zelf wordt vernieuwd. Volgens de gemeentelijke verwachtings - en beleidsadvieskaart heeft het plangebied een (middel)hoge verwachting voor droge landschappen. In het verleden zijn in de directe omgeving vindplaatsen aangetroffen uit met name het vroeg neolithicum en de ijzertijd. De verwachting is dat dergelijke vindplaatsen ook binnen het plangebied aanwezig kunnen zijn. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat in een aantal zones (zware) verstoringen aanwezig zijn (tot < 2,00 m –mv) die het aannemelijk maken dat hier geen intacte (behoudenswaardige) archeologische resten meer aanwezig zijn. Het gaat hierbij om de locatie van de nieuwe loge (zuidelijk deel plot 113 – oude fabriek) en het noordelijke deel van de nieuwe rotonde (zeer veel kabels en leidingen). In de andere zones van het plangebied hebben eventuele verstoringen als gevolg van de aanleg van kabels en leidingen of oude gebouwen naar alle waarschijnlijk een minder grote impact gehad op de bodemopbouw en eventueel aanwezig archeologische resten.</p><p>Op basis van bovenstaande observaties worden de volgende adviezen gegeven (figuur 11): - Vrijgave van de locatie waar de nieuwe loge komt (zuidelijk deel plot 113). Hier heeft in het verleden een aspartaamfabriek gestaan; - Vrijgave van het noordelijk deel van de rotonde waar grote hoeveelheden (hoofd)leidingen liggen; - Archeologische begeleiding bij het uitgraven van het cunet van het zuidelijke deel van de rotonde en de vernieuwing van de toegangsweg. Indien archeologische resten worden aangetroffen, wordt daar waar mogelijk gestreefd naar behoud in situ. Van belang hierbij is dat de vlakken na afloop van het uitgraven niet meer worden bereden en direct worden afgedekt met een nieuwe funderingslaag. Kleinere sporen worden in dit geval sowieso gecoupeerd en afgewerkt, terwijl grotere, diepere sporen sporadisch worden gecoupeerd en/of uitgeboord om de diepte te bepalen. Indien behoud niet mogelijk is, worden archeologische sporen direct opgegraven. De grenzen van de civiele werkzaamheden gelden hierbij tevens als grenzen van het archeologisch onderzoek. Er vindt dus geen onderzoek plaats buiten de zones waar bodemingrepen plaatsvinden. - Voor het noordelijk deel van plot 113 (momenteel verhard) kan, ondanks de aanwezigheid van kabels en leidingen, niet worden uitgesloten dat hier nog archeologische resten aanwezig zijn. Gezien de omvang van het terrein (ca. 1,3 ha) zijn er twee opties: o Optie 1: een proefsleuvenonderzoek. Een dergelijk onderzoek wordt echter bemoeilijkt door de aanwezige kabels en leidingen en het feit dat het terrein momenteel nog in gebruik is. o Optie 2: proefsleuvenonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding. Aangezien het archeologisch niveau zich naar verwachting direct onder de verhardingen bevindt, kan ervoor worden gekozen om bij het verwijderen van de verhardingen onder begeleiding van een archeoloog een archeologisch leesbaar vlak aan te leggen. Hierbij kan een vorm van proefsleuvenonderzoek worden toegepast, waarbij het plangebied wordt onverdeeld in een vakkenpatroon dat in eerste instantie in een vooraf vastgelegd patroon wordt onderzocht. Indien er archeologische resten aanwezig zijn, worden vervolgens ook de omliggende vakken onderzocht. Indien er aan de andere kant sprake is van grootschalige verstoringen kan er in overleg met het bevoegd gezag voor worden gekozen worden om bepaalde vakken niet of in een minder intensieve vorm te begeleiden. De precieze eisen dienen in een programma van eisen te worden vastgelegd. Het grote voordeel van deze aanpak is dat de methodiek op basis van voortschrijdend inzicht kan worden aangepast gedurende het proces, zodat zowel een goede erfgoedzorg is gewaarborgd als de civiele werkzaamheden zo min mogelijk hinder ondervinden. Dit vraagt echter wel om een goede afstemming en duidelijke afspraken als ook een goede communicatie tussen de civiel uitvoerder, de archeologisch uitvoerder en het bevoegd gezag.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau bv
创建时间:
2020-08-17
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务