five

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen. N496a te Oostvoorne, gemeente Westvoorne

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-02-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XM3-SE84
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de provincie Zuid-Holland heeft Antea Group in december 2017 een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied N496a, gemeente Westvoorne. Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek (protocol 4002) en inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek.</p><p>Voor de N496a in de gemeente Westvoorne laat de provincie Zuid-Holland groot onderhoud uitvoeren. Bij de geplande werkzaamheden komen de aanwezige archeologische waarden niet in het geding, afgezien van de aanpassing van de kruising met de Valweg. Bij deze werkzaamheden vinden bodemverstorende werkzaamheden plaats, waarvan voorzien wordt dat deze dieper reiken dan 0,4 m – mv.</p><p>Het plangebied betreft de westelijke zijde van het kruispunt van de N496a met de Valweg. Aan beide zijden van de weg wordt de weg heringedeeld. Het plangebied heeft een omvang van ongeveer 700 m2.</p><p>Bureauonderzoek<br>Eventuele archeologische resten uit het neolithicum zijn te verwachten op grote diepte, en zullen dan ook niet verstoord worden bij de geplande werkzaamheden. Voor latere perioden bestaat de kans dat de archeologisch interessante niveaus door overstromingen zijn geërodeerd. Wel bestaat de kans dat er uit de ijzertijd en Romeinse tijd nog sporen bewaard zijn gebleven. Dit potentiele vondstniveau bevindt zich in (de top van) de zeeafzettingen (kreken) of op een eventueel intact bewaard gebleven veenpakket.</p><p>De aanwezigheid van archeologische sporen is sterk afhankelijk van het feit of de bodem in het plangebied verstoord is geraakt door wegaanleg of door natuurlijke processen. Dit kan niet voldoende worden bepaald door een bureauonderzoek alleen. Wij adviseren dan ook om in het plangebied een verkennend booronderzoek uit te voeren om de mate van intactheid van de bodemopbouw en eventueel aanwezige archeologische lagen te bepalen. Op die manier kan een gefundeerd advies worden gegeven over de impact van de herinrichting van het plangebied en de noodzakelijke archeologische onderzoeken die daarvoor moeten worden uitgevoerd.</p><p>Inventariserend veldonderzoek<br>De bodemopbouw van de onderzoekslocatie komt overeen met hetgeen verwacht werd op basis van het bureauonderzoek. Tot de maximaal geboorde diepte bestaat de bodem uit twee lagen van mariene afzettingen (zand- en kleilagen), die behoren tot de Formatie van Naaldwijk, het laagpakket van Wormer, resp. Walcheren (oude geologische indeling Duinkerke I en IIIb). In het westelijke deel worden deze lagen van elkaar gescheiden door een dunne veenlaag. Er zijn tot de geboorde diepte van 4,0 m-mv nergens archeologische niveaus of vondsten aangetroffen.</p><p>Conclusies en aanbevelingen<br>Er zijn tijdens het veldonderzoek dus geen archeologische indicatoren aangetroffen. Het gaat hier echter om een verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Het doel van de verkennende fase van het veldonderzoek is het in kaart brengen van de bodemopbouw en het aantonen van eventuele bodemverstoringen. De afwezigheid van archeologische indicatoren kan dan ook niet worden beschouwd als indicatie voor de afwezigheid van een archeologische vindplaats.</p>
提供机构:
Antea Group
创建时间:
2020-02-10
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务