Transect-rapport 29: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. Culemborg - Rietveldseweg 9-A, Gemeente Culemborg (GD)
收藏DANS Data Station Archaeology2011-11-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZH4-QTKS
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Samenvatting</p><p>In opdracht van mevrouw C. Groen heeft Transect in oktober-november 2011 een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd naar de – mogelijke - aanwezigheid en verwachte relatieve kwaliteit van archeologische waarden op het perceel aan de Rietveldseweg 9-A te Culemborg. Aanleiding voor het onderzoek is het plan om op het perceel een schuur te realiseren.</p><p>Het plangebied heeft een omvang van circa 700 m2. Conform het gemeentelijk beleid moet voor bodemingrepen vanaf 100 m2 en dieper dan 30 cm onder maaiveld een archeologisch vooronderzoek worden uitgevoerd.</p><p>Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik bepalen van de kans dat binnen het plangebied sprake is van archeologische resten. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk aanvullen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door middel van veldonderzoek.</p><p>Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied, op de grens van crevasse-afzettingen en een rivierkomvlakte ligt. De exacte ligging is bepalend voor de archeologische verwachting. Indien het plangebied op crevasse-afzettingen ligt, heeft het een hoge verwachting voor wat betreft archeologische waarden uit het Laat Neolithicum (2850 – 2000 voor Chr.) tot en met de Romeinse tijd (12 voor Chr. – 450 na Chr.). Indien het plangebied in een rivierkomvlakte ligt, dan heeft het een lage archeologische verwachting voor alle perioden, mede gezien het feit dat het plangebied op de kadastrale minuutplan 1811 – 1832 als onbebouwd is aangegeven (weiland).</p><p>Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem uit een homogeen kleiig zandige toplaag van gemiddeld ongeveer 40 cm dik bestaat, gevolgd door dikke kleilagen, uiteenlopend van matig zandig in de top en vaak matig of zwak lemig in de onderzijde (zie bijlage 8). De dikte van dit totale pakket varieert tot een diepte van 150 cm –mv tot 180 cm -mv, afhankelijk van de diepte van de daaronder gelegen stroomgordel. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek (behoudens wat spikkels in de bouwvoor, overwegend recent). Evenmin zijn fosfaatresten of laklagen aangetroffen. Voor wat betreft de stroomrug duidt dit erop dat sprake is van snelle vernatting waardoor vegetatie geen kans kreeg zich te ontwikkelen. Dit deel van de stroomrug is daarmee waarschijnlijk onaantrekkelijk (te laag) geweest voor bewoning.</p><p>Op basis van het bureau- en verkennend booronderzoek adviseren wij dan ook om geen verdere archeologische (onderzoeks-)maatregelen te nemen.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2011-11-10



