Zeist, Utrechtseweg 37 (Eikenstein) Zeist, Utrechtseweg 37 (Eikenstein)
收藏DANS Data Station Archaeology2020-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X2K-X42H
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Fakton Capital/Plegt-Vos heeft BAAC Archeologie en Bouwhistorie (hierna BAAC) tussen 24 en 31 augustus 2020 een opgraving uitgevoerd in het plangebied Utrechtseweg 37 (Eikenstein) te Zeist. Binnen het onderzoeksgebied zijn voornamelijk nederzettingssporen uit de ijzertijd blootgelegd. Behalve prehistorische sporen zijn ook enkele greppels aangetroffen die met een perceleringsysteem uit de nieuwe tijd in verband gebracht zijn. De aanleiding voor de opgraving is de voorgenomen realisatie van woningbouw binnen het plangebied. De uitgevoerde opgraving is het vervolg op een proefsleuvenonderzoek (IVO-p) dat in 2018 door BAAC is uitgevoerd.</p><p>Tijdens dit vooronderzoek zijn drie vindplaatsen vastgesteld bestaande uit mogelijke bewoningssporen uit de ijzertijd (vindplaats 1), bewoningssporen uit de middentot late ijzertijd (vindplaats 2) en sporen van landinrichting en –gebruik uit de nieuwe tijd (vindplaats 3). Aan de hand van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek is besloten om vindplaats 2 op te graven. Tijdens de opgraving zijn ter hoogte van vindplaats 2 twee erven uit het begin van de late ijzertijd aangetroffen.</p><p>Zeist is gelegen in het Utrechts-Gelderse zandgebied, op de westelijke flank van de stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug. Het plangebied maakt deel uit van een vrij vlak dekzandgebied, waar het natuurlijke maaiveld varieert tussen 3,85 en 4,1 m +NAP. In het dekzand is in de loop van het Holoceen, onder relatief natte omstandigheden, een veldpodzol ontstaan. In een groot deel van het gebied is deze natuurlijke bodem nog intact aanwezig. De twee aangetroffen erven uit de ijzertijd bevinden zich op een dekzandkop die ook ten oosten van het onderzoeksgebied aanwezig zal zijn en vermoedelijk in zuidelijke richting verder doorloopt.</p><p>De bewoning stamt vermoedelijk uit het begin van de late ijzertijd en bestaat uit huizen, bijgebouwen en greppels. De bewoning lijkt in de tweede helft van de 3e eeuw voor Chr. te starten met een erf aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied (erf 1). Het erf bestond in ieder geval uit een huis (structuur 102) van het gebouwtype Maanen en werd aan de noordzijde begrensd door een greppel. Vermoedelijk was het gebied ten noorden van het erf in gebruik als bouwland waarbij door middel van greppels percelen waren afgebakend. Aan het eind van de 3e eeuw of aan het begin van de 2e eeuw voor Chr. werd ten noorden van erf 1 het tweede erf in gebruik genomen. Dit tweede erf bevond zich ter hoogte van de percelen die in de voorgaande periode vermoedelijk als bouwland zijn gebruikt. Bij de plaatsing van het huis (structuur 101), dat kenmerken van het gebouwtype Hijken en gebouwtype Maanen vertoont, lijkt de begrenzing van de afgebakende percelen enigszins aangehouden te zijn.</p><p>Vermoedelijk was erf 1 bij de in gebruik name van erf 2 nog enige tijd in gebruik maar was erf 2 uiteindelijk het enige erf in het onderzoeksgebied.<br>In het eerste kwart van de 2e eeuw voor Chr. lijkt de bewoning uit het onderzoeksgebied te verdwijnen. Bij de verlating van erf 2 lijken intentionele deposities in de ingangskuilen van structuur 101 en in een paalkuil van dit huis te zijn achter gelaten. Het betreft behalve een relatief grote hoeveelheid aardewerk afkomstig van meerdere potten (zowel secundair verbrand als onverbrand) ook weefgewichten en een slingerkogel die secundair verbrand zijn, fragmenten maalsteen en een polijst- of wetsteen.<br>Na de verlating van erf 2 lijken de perceelsgreppels hernieuwd uitgegraven te worden. Dit suggereert dat het gebied nog wel in gebruik is gebleven en de bewoning zich verplaatst heeft naar een locatie net buiten het onderzoeksgebied. De vindplaats is aan de noordwest- noordoost- en zuidwestzijde begrensd maar lijkt in (zuid)oostelijke richting buiten het onderzoeksgebied door te lopen. Voor het grootste deel van het plangebied geldt dat vrijgave geadviseerd kan worden. Aan de zuidoostzijde van het onderzoeksgebied bevond zich echter binnen het onderzoeksgebied een zone van ca. 450 m2 die door de aanwezigheid van bomen niet onderzocht kon worden. Structuur 102 bevindt zich deels in deze zone en de overige sporen lijken ook verder door te lopen. Er wordt daarom geadviseerd dat, indien de bomen alsnog gekapt worden en de zone toegankelijk wordt, ook dit deel van het onderzoeksgebied onderzocht wordt. Bovendien geldt dat de vindplaats vermoedelijk ook buiten het plangebied verder doorloopt in (zuid)oostelijke richting. Indien naast het plangebied in de toekomst werkzaamheden plaatsvinden, wordt geadviseerd om ook daar archeologisch onderzoek te laten plaatsvinden, zodat de vindplaats completer in kaart gebracht kan worden.</p>
提供机构:
BAAC BV
创建时间:
2021-01-01



