Archeologisch onderzoek ProRail tracé Beilen, gemeente Midden Drenthe
收藏DataCite Commons2025-10-06 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/WQ9NOZ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van ProRail heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch inventariserend
veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd ter hoogte van Eursing 36 te Beilen,
gemeente Midden-Drenthe (zie bijlage 1). De aanleiding voor dit onderzoek is de aanleg
van een 10 kV kabel langs het spoor. Enkel een klein deel van het volledige tracé is
onderzocht omdat in het grootste deel van het plangebied reeds kabels en leidingen
aanwezig zijn.
Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerd
verwachtingsmodel opgesteld.
Het uiterste noorden, het midden en het zuiden van het tracé is gelegen in een beekdalzone
met beekeerdgronden en moerige eerdgronden. Hier geldt een verwachting voor aan natte
context gerelateerde losse vondsten en sporen zoals constructies die verband houden met
infrastructuur (bruggen, voorden), voorzieningen voor visvangst (fuiken, visweren, strikken
en netten etc.), rituele deposities, afvalstortplaatsen en vaartuigen.
In de rest van het plangebied is in de top van het keileem een verwachting op archeologie
uit het Midden-Paleolithicum. Deze laag bevindt zich op ca. 1 meter onder maaiveld.
Vervolgens is op het keileem dekzand afgezet, waarop vanaf het Laat-Paleolithicum
bewoning plaats kon vinden. De verwachting op archeologische waarden uit het Laat-
Paleolithicum en Mesolithicum is laag. Deze resten bestaan uit vuursteen strooiingen en
haardplaatsen en deze raken snel verstoord door latere ploegwerkzaamheden en andere
ingrepen aan het maaiveld. Vanaf het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen, en specifiek
voor de IJzertijd is een middelhoge verwachting aanwezig in de top van het dekzand, onder
de bouwvoor of het eventuele esdek.
Vanaf de Late Middeleeuwen zijn de landbouwgronden opgehoogd, eerst met potstalmest,
en later met heideplaggen om de grond vruchtbaarder te maken. Het resultaat is een dik
esdek wat eventuele archeologische waarden in de ondergrond beschermd kan hebben.
Vanaf de late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kan bewoning in en op het esdek hebben
plaatsgevonden. De verwachting op archeologische waarden uit de Nieuwe tijd is
middelhoog. Er zijn op historische kaarten geen aanwijzingen voor historische bewoning
binnen het plangebied, dit kan echter ook niet uitgesloten worden.
Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht door F. van Keulen,
KNA Prospector. Hierbij zijn 5 handmatige grondboringen verricht met behulp van een
Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot 0,3 m in de
C-horizont en/of tot een maximale diepte van 1,8 m beneden maaiveld. De boringen zijn
gezet in een lijnsegment van elke 50 meter.
In vrijwel alle boringen is er dekzand, behorende tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket
van Wierden aangetroffen. Boring 1 en 5 laten verstoorde lagen zien en in deze boringen is
het dekzand enkel aanwezig in een dunne laag of volledig afwezig. De scherpe overgang van de bouwvoor naar het dekzand, zoals is te zien in boringen 2, 3 en 4, geeft aan dat er mogelijk in het verleden aftopping heeft plaatsgevonden. Waarschijnlijk is hierbij de natuurlijke A-horizont omgeploegd en gehomogeniseerd. In het gebied kunnen nog diep ingegraven archeologische sporen aanwezig zijn, maar de informatiewaarde van deze resten (indien aanwezig) worden als zeer gering beschouwd. Op basis van kosten en baten, wordt derhalve geadviseerd op het gebied op het vlak van archeologie vrij te geven
In boringen 1 en 5 is er keileem aangetroffen, behorende tot de Formatie van Drente. Deze keileem heeft een lage archeologsiche verwachting.
Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het
plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-10-06



