five

Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase door middel van boringen Lagestraat 20 te Niftrik (Gemeente Wijchen)

收藏
DataCite Commons2025-11-28 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/FHZAMB
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In de periode september - oktober 2025 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Lagestraat 20 te Niftrik (gemeente Wijchen). </p><p> De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) ten behoeve van de (her)ontwikkeling van de locatie De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Wijchen (2009) in een zone met een lage archeologische verwachting. Hiervoor geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 2.000 m2. Er is geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. Ester van der Linden (Beleidsadviseur Archeologie, Werkorganisatie Druten Wijchen) heeft per email op 3-2-2025 aangegeven dat het voormalige bestemmingsplan Buitengebied, nu opgenomen in het tijdelijke omgevingsplan, een conserverend bestemmingsplan betreft. Om die reden is de lage archeologische verwachting zonder archeologische dubbelbestemming gelaten. In geval van nieuwe ontwikkelingen (zoals woningbouwontwikkeling van circa 25 woningen) geldt wel dat hier archeologisch onderzoek nodig is, aangezien een dergelijke woningbouwontwikkeling niet rijmt met/voorbij gaat aan het conserverende karakter van het bestemmingsplan Buitengebied. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een stroomrug of stroomgordel. Deze stroomgordel was actief van 3.350 tot 2.950 voor Chr. (midden-neolithicum B – laat-neolithicum A). Dit betekent concreet dat het plangebied gedurende deze periode geen gunstige vestigingsplaats was. De perioden vóór het neolithicum, namelijk het paleolithicum en mesolithicum, zullen vanwege de kwetsbare aard van de archeologische sporen en vondsten niet meer in situ verwacht worden. Om deze redenen wordt een lage verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. De ligging van het plangebied in een relatief hoog gelegen deel van de stroomgordel zal voor latere landbouwende samenlevingen een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. De rivierbedding van de Maas zorgde ook voor een vaste wateraanvoer in de directe omgeving van het plangebied. Vindplaatsen uit het neolithicum, bronstijd, ijzertijd en uit de Romeinse tijd zijn niet bekend in de omgeving van het plangebied. Bij een van de twee proefsleuvenonderzoeken in de omgeving van het plangebied zijn archeologische sporen aangetroffen uit de (vroege) middeleeuwen. Voor het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode laat-neolithicum B tot en met de vroege middeleeuwen. Voor de periode vroeg-neolithicum A tot laat-neolithicum A geldt een lage verwachting gezien het plangebied in deze periode deel uitmaakte van de actieve Maasbedding. </p><p> Het plangebied ligt aan de Lagestraat. Deze straat vormde een secundaire uitvalsweg vanuit de historische kern en liep via een ontginningsveld met akkercomplexen tot in het poldergebied van Niftrik. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds tenminste circa 1800 deels bebouwd was en verder in gebruik was als bouwland. Later zijn delen van het plangebied in gebruik genomen als weiland en boomgaard. Er is bekend dat de huidige boerderij aan de Lagestraat 20 hoogstwaarschijnlijk een voorloper heeft gehad uit de nieuwe tijd en/of eerdere perioden. </p><p>   In de omgeving van het plangebied zijn bij het tweede proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in Niftrik enkele cultuurlagen gevuld met vondstmateriaal uit de late middeleeuwen aangetroffen. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd.</p><p> Bij kalkloze ooivaaggronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT VII) kunnen organische resten vaak enkel in diepere, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. Op basis van het uitgevoerde inventariserend veldonderzoek verkennende fase door middel van boringen kan worden gesteld dat in het plangebied de natuurlijke fluviatiele afzettingen zijn gevormd in het Holoceen. De bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een bouwvoor, oever- en komafzettingen. In boringen 1 en 5 zijn mogelijk geulafzettingen aangetroffen.</p><p> Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.</p><p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-11-27
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务