five

Mebin-locatie te Oud-Beijerland in de gemeente Oud-Beijerland

收藏
DANS Data Station Archaeology2015-09-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2AT-XN4D
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Econsultancy heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de Mebin-locatie te Oud-Beijerland in de gemeente Oud-Beijerland. Op dit moment is nog niet bekend hoe het plangebied ingericht gaat worden. Mogelijke functies voor de Mebin-locatie is wonen, recreatie, detailhandel, horeca e.d. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Daarom is het binnen het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg uit 2007 (WAMZ), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren.<br>Het onderzoek is uitgevoerd in het kader de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied.</p><p>Volgens de archeologische verwachtingskaart van de Hoeksche Waard ligt het westelijke deel van het plangebied in een gebied met een lage archeologische verwachting (complextype nederzetting). Dit geldt in het algemeen voor het buitendijkse gebied langs de rivier het Spui. De oostelijke helft van het plangebied heeft voor de perioden Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd een hoge archeologische verwachting omdat het gerekend wordt tot de historische bewoningskern van Oud-Beijerland. Tevens heeft het uiterst oostelijke deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van havenrestanten (complextype havens en havenkanalen).</p><p>Op basis van de archeologische verwachtingskaart is er een archeologische beleidskaart opgesteld. Voor de westelijke helft van het plangebied geldt het beleid dat bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening, bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv en een onderzoekslocatie groter dan 10 hectare, een archeologisch vooronderzoek dient te worden uitgevoerd. Voor de oostelijke helft geldt dat bij een onderzoekslocatie groter dan 30 m² al een archeologisch vooronderzoek dient te worden uitgevoerd.</p><p>Doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden, om daarmee een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied op te stellen.</p><p>Archeologische verwachting<br>Het gehele plangebied heeft een lage archeologische verwachting voor resten uit alle archeologische perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum. Alleen het uiterst oostelijke deel van het plangebied heeft een hoge verwachting voor restanten van een deel van het havenkanaal (waterkundige structuren zoals restanten van beschoeiingen of van een aanlegplaats, scheepswrakken). Deze restanten worden verwacht in het afdekkende pakket getijafzettingen (Laagpakket van Walcheren van de Formatie van Naaldwijk) maar kunnen ook tot grotere diepte doorlopen (bijvoorbeeld houten palen van beschoeiingen).</p><p>Advies<br>Op grond van de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd indien de geplande graafwerkzaamheden (uitgraven bouwputten), ten behoeve van de herontwikkeling van het plangebied niet dieper reiken dan 2 meter beneden het huidige maaiveld (beperkend tot de ophogingslaag die een minimale dikte heeft van 2 meter in het oostelijke deel van het plangebied). Archeologisch vriendelijk bouwen wordt verder bewerkstelligd door de nieuwbouw te funderen op palen. Uitgangspunt hierbij is de hart op hart afstand van minimaal 5 meter tussen de palen en dat tevens binnen het uiterst oostelijke deel van het plangebied de totale te verstoren oppervlakte door het zetten van de palen niet meer bedraagt dan 30 m² (vrijstellingsgrens voor gebieden met een hoge verwachting (historische kern).</p><p>Indien (toekomstige) verstoringen toch dieper dan 2 meter beneden het huidige maaiveld gaan plaatsvinden, dan wordt geadviseerd een vervolgonderzoek te laten uitvoeren door middel van een verkennend booronderzoek. Dit booronderzoek dient zich te richten op de oostelijke helft van het plangebied, dat nog een hoge archeologische verwachting heeft voor restanten van een deel van het havenkanaal (waterkundige structuren zoals restanten van beschoeiingen of van een aanlegplaats, scheepswrakken). </p><p>De westelijke helft van het plangebied heeft een lage archeologische verwachting op het voorkomen van archeologische resten (zie figuur 18). Tevens zijn er geen aanwijzingen dat binnen dit deel van het plangebied menselijke (bewonings)activiteiten hebben plaatsgevonden die te relateren zijn aan de vroege bewoningsperiode van Oud-Beijerland, dat gesticht werd in de tweede helft van de 17e eeuw. Voor dit deel van het plangebied wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren.</p>
提供机构:
Econsultancy bv
创建时间:
2015-08-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务