five

Verslag van een archeologische begeleiding bij graafwerkzaamheden voor de aanleg van een wegcunet langs de N996 te Winsum en Onderdendam (Gr.)

收藏
DANS Data Station Archaeology2006-01-05 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZMV-TH73
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In dit verslag wordt de archeologische begeleiding beschreven van de graafwerkzaamheden voor de aanleg van een fietspad langs de N996, de weg van Winsum, gemeente Winsum naar Onderdendam, gemeente Bedum. In mei en juni 2004 heeft De Steekproef hier een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is op onderzoekslocatie III een vegetatieniveau waargenomen op een diepte van ongeveer 40 tot 50 cm beneden het maaiveld. Dit duidt op een fase waarin de zee (lokaal) minder actief was en er landplanten hebben kunnen groeien. Tijdens deze drogere periode, vermoedelijk tot de Romeinse tijd, zou er menselijke bewoning plaatsgevonden kunnen hebben. Omdat tijdens het veldonderzoek gebleken is dat de bodem intact is zouden eventuele archeologische grondsporen op deze locatie nog in goede staat kunnen verkeren. Om deze reden is geadviseerd de graafwerkzaamheden uit te laten voeren onder archeologische begeleiding. In dit kader is het huidige onderzoek uitgevoerd. Daarnaast zijn ook de graafwerkzaamheden op onderzoekslocatie IV op verzoek van de provinciaal archeoloog, dhr. H. Groenendijk, begeleid. De onderstaande informatie is deels overgenomen uit het rapport uit 2004. Het plangebied wordt op de Fysisch-Geografische Kaart van de Provincie Groningen deels aangemerkt als een vlakke getij- en afzettingsvlakte (MV2; locaties III, IV en V). Ten zuiden van de N996 heeft een steenfabriek gestaan. De bodem ter hoogte van locaties I, II, IV en V bestaat uit een knippige kalkarme poldervaaggrond met zavel en lichte klei (classificatie bodemkaart kMn63C met grondwatertrap V: gemiddelde hoogste grondwaterstand minder dan 40 cm en gemiddelde laagste grondwaterstand meer dan 120 cm beneden het maaiveld). Op onderzoekslocatie III vinden we een kalkarme nesvaaggrond in klei (classificatie bodemkaart Mo80C met grondwatertrap II/III: gemiddelde hoogste grondwaterstand minder dan 40 cm en gemiddelde laagste grondwaterstand tussen de 50 en 120 cm beneden het maaiveld). De onderzochte locaties liggen op ongeveer 0,3 m boven het NAP. Uit het onderzoeksgebied zelf zijn geen vondstmeldingen in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) en geen vermeldingen van archeologische terreinen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) aanwezig. Wel ligt er naast onderzoekslocatie IV direct ten zuiden van de N996 een plaatselijk afgegraven wierde, vermoedelijk daterend vanaf de middenijzertijd (beginnend 500 vC) tot de Romeinse tijd (eindigend 450 nC) [ARCHIS-nummer 5280/07BN-44]. Deze wierde is de meest noordelijke van een serie van zeven wierden op een noordzuid georiënteerde kwelderrug. Het terrein ligt volgens de Indicatieve Kaart voor Archeologische Waarden (IKAW) in een gebied met een middelhoge trefkans op het aantreffen van archeologische resten. Deze begeleiding werd uitgevoerd in opdracht van de provincie Groningen, vertegenwoordigd door dhr. P.J. Boerema.</p>
创建时间:
2006-01-06
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务