Rapportage Archeologie Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) Plangebied 2e Daalsedijk gebied fase 1 te Utrecht, gemeente Utrecht
收藏DANS Data Station Archaeology2016-11-29 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X7Z-ZEXT
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Conclusie <br>Het verkennende booronderzoek bevestigt de landschappelijke situatie zoals deze in het gespecificeerde verwachtingsmodel is opgesteld. In het plangebied is sprake van een stroomgordel-reliëf, met (grotendeels) afgegraven oeverafzettingen op beddingafzettingen en een mogelijke restgeul die deels door het plangebied slingert. De bovenste meter van het bodemprofiel in het noordelijk deel van het plangebied (fase 1) bestaat uit opgebrachte grondlagen van zand, grind en zandige klei voor de realisatie van het voormalige emplacement van het Werkspoor (NS Wisselspoor). Tijdens het booronderzoek zijn geen sporen van archeologische indicatoren aangetroffen, zoals houtskoolfragmenten, aardewerkscherven. In sommige boringen zijn wel ontkalkte bodems aangetroffen. Archeologische vindplaatsen worden verwacht in de top van de oeverafzettingen. </p><p>Deze zijn echter in het plangebied grotendeels subrecent geroerd. Hierbij moet wel vermeld worden dat boring 1, 8 en 14 voortijdig gestuit zijn, waardoor hier niet een volledig overzicht van de bodem kon worden verkregen tot in de ongeroerde natuurlijke ondergrond. Mogelijk ondiep gelegen archeologische lagen en grondsporen zijn door subrecente bodemingrepen verstoord geraakt en niet meer in het plangebied aanwezig. De opmerking moet geplaatst worden dat aan de hand van de boringen niet onomstotelijk vastgesteld kan worden dat de verstoringen in de top van de oeverafzettingen vlakdekkend zijn. Ook kan bij ondiep verstoorde terreinen de informatiewaarde nog hoog zijn. Veel archeologische terreinen in buitengebieden zijn immers ook geploegd. Waar de beddingafzettingen hoog in het profiel voorkomen is er een theoretische kans op de aanwezigheid van diep (tot in de beddingafzettingen) ingegraven archeologische grondsporen van grotendeels verstoorde vindplaatsen, zoals waterputten. De Daalsedijk als middeleeuwse ontginningsbasis maakt de trefkans op middeleeuwse boerderijen zeer hoog. De ondiepe (plaatselijke) verstoringen hoeven aan de informatiewaarde niet veel af te doen. Ook over de bij ontginningen horende percelering kan veel informatie gewonnen worden.</p><p>Selectieadvies <br>De verwachting is dat de bovenste natuurlijke bodemlagen bestaan uit oeverafzettingen van voor de bedijking. Deze liggen op eerder door de Vecht gevormde kronkelwaarden met kleiige oeverop zandige beddingafzettingen. Ter plaatse van kronkelwaardgeulen kunnen dikkere kleilagen voorkomen. In verlaten geulen worden aanzienlijk dikkere (humeuze) klei- en veenlagen verwacht. De in het plangebied aangetroffen dikkere kleilagen, maar het ontbreken van natuurlijke humeuze klei- en veenlagen, maakt de interpretatie kronkelwaardgeul de meest voor de hand liggende. In het plangebied is, voor zover kon worden vastgesteld, de basis van het bodemprofiel, de beddingafzettingen en de onderkant van de oeverafzettingen, nog intact. De afzettingen met een hoge trefkans op archeologische vindplaatsen, de top van de oeverafzettingen, zijn deels verstoord als gevolg van de aanleg van het spooremplacement. De verkennende boringen zijn echter niet in een voldoende dicht grid gezet om uit te sluiten dat er in het plangebied geen restgeulen van de Vecht meer aanwezig zijn. In dat kader adviseren wij om aanvullende boringen te zetten volgens een karterend boorgrid (20 per ha). De boringen worden doorgezet tot minimaal 50 cm in het beddingzand of zover als fysiek haalbaar is.</p><p>Voorbehoud <br>Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat het bovenstaand geformuleerd advies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het bevoegd gezag, de gemeente Utrecht, heeft de resultaten van het inventariserend veldonderzoek voor fase 1 getoetst op 13 juli 2016 en 3 oktober 2016. De opmerkingen zijn verwerkt in deze definitieve versie die op 18 november 2016 in het bijzijn van de opdrachtgever met mw. A. Bakker besproken zijn op het Stadskantoor in Utrecht. Afhankelijk van de definitieve inrichtingsplannen en het funderingsplan en palenplan voor de geplande nieuwbouw zal door het bevoegd gezag een besluit genomen worden of vervolgonderzoek noodzakelijk is en zo ja, in welke vorm. </p><p>Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de gemeentelijk archeoloog (e-mail: archeologie@utrecht.nl</p>
提供机构:
Hamaland Advies
创建时间:
2016-11-30



