five

Rotterdam Steigersgracht. Een bureauonderzoek en een verkennend en een karterend inventariserend veldonderzoek door middel van mechanische grondboringen en bulkmonsters.

收藏
DataCite Commons2026-04-03 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/FJU7IB
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van RiF010 BV heeft het team Onderzoek en Rapportage van Archeologie Rotterdam (BOOR) een verkennend en een karterend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Steigersgracht in Rotterdam. De veldonderzoeken zijn verspreid over de periode van december 2022 tot en met april 2023 verricht en bestonden uit het uitvoeren, beschrijven en analyseren van in totaal zestien mechanische grondboringen. Daarnaast zijn door Mobilis BV en Verboon Maasland B.V., in juli 2023 tijdens de civieltechnische werkzaamheden, op zeven locaties binnen het plangebied zogenaamde bulkmonsters in kisten verzameld ten behoeve van het archeologisch onderzoek. De archeologische monstername vormde de laatste stap van het karterend inventariserend veldonderzoek. Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het gebied een bureauonderzoek gedaan. De onderzoeken zijn verricht, omdat ter plaatse het watersportgebied RiF010 werd gerealiseerd. Hierbij zijn grondroerende (hei)werkzaamheden uitgevoerd. Op basis van de verschillende onderzoeken kon antwoord gegeven worden op de vraag of eventueel archeologische waarden aanwezig waren, die bij de werkzaamheden zouden worden aangetast of vernietigd.</p><p> Uit het bureauonderzoek komt naar voren dat voor het hele plangebied een lage archeologische verwachting geldt voor vindplaatsen uit het Paleolithicum, het Neolithicum en de Bronstijd. Dit hangt samen met het ontbreken van stratigrafische niveaus met, voor deze periodes, archeologische potentie. Voor vindplaatsen uit het Mesolithicum geldt een onbekende archeologische verwachting, omdat er geen bruikbare informatie beschikbaar is over het relevante deel van de bodemopbouw ter plaatse. Daarnaast geldt voor vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (tot de 12e-eeuwse overstromingen) een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting. Eventueel aanwezige archeologische resten kunnen in de top van het veenpakket (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket) en/of in de bovenliggende kleilaag (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren en/of Formatie van Echteld; voorheen Afzettingen van Duinkerke I-II/Tiel I-II) aanwezig zijn. Tot slot geldt een zeer hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen (vanaf de 12e/13e eeuw) en de Nieuwe tijd. Archeologische resten uit deze periodes kunnen in de top van de overstromingsafzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren en/of Formatie van Echteld; voorheen Afzettingen van Duinkerke III/Tiel III) of in/op bovenliggende antropogene (ophogings)lagen voorkomen. Uit het bureauonderzoek blijkt dat onder meer het dijklichaam van de ringdijk van het voormalige Westnieuwland en resten van de verdwenen bebouwing ten zuiden en ten noorden van de oude Steigersgracht aangetroffen kunnen worden. In de noordelijke helft kan ook een dik pakket grachtvulling van de oorspronkelijke Steigersgracht aanwezig zijn. Voor dit deel geldt dan ook een zeer hoge verwachting voor water gerelateerde objecten en infrastructurele werken, zoals kadebeschoeiingen- en funderingen, steigertjes, aanmeerpalen, bruggenhoofden en deposities. Als gevolg van het bombardement van 14 mei 1940 en de daarna uitgevoerde opruimwerkzaamheden is het bovenste deel van de ondergrond in het plangebied waarschijnlijk wel verstoord. Tot welke diepte en met welke omvang, is echter niet duidelijk. Bij het herstel van de Steigersgracht in de jaren 40 van de vorige eeuw is de gracht in noordelijke en in zuidelijke richting verbreed, waarbij in ieder geval een deel van de voormalige bebouwing aan het Hang en een klein gedeelte ter hoogte van de Zijl is vergraven.</p><p> Tijdens de onderzoeken zijn geen stratigrafische niveaus aangeboord, die kansrijk zijn voor het aantreffen van archeologische resten uit het Paleolithicum tot en met de Bronstijd. Wel zijn op twee verschillende niveaus stroomgordelafzettingen (Formatie van Echteld; voorheen Afzettingen van Gorkum) aangetroffen. De bijbehorende oeverafzettingen, die geschikt zijn geweest voor betreding en/of bewoning in het Neolithicum, zijn echter niet waargenomen. Ook zijn in het natuurlijke Hollandveen Laagpakket, op gemiddeld 5,49 m - NAP, en alle eronder gelegen bodemlagen geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen.</p><p> In het oostelijke deel van het plangebied is echter wel een vindplaats uit de Midden-Romeinse tijd aangetroffen (BOOR-vindplaats 12-116). In een antropogene laag direct op het natuurlijke veenpakket en in de basis van de bovenliggende komafzettingen (Formatie van Echteld; voorheen Afzettingen van Tiel I-II) zijn tientallen archeologische indicatoren gevonden. Het gaat onder meer om handgevormd en gedraaid aardewerk, houtskool, (on)verbrand zoogdierbot, verkoolde graankorrels, een vijgenpitje, een fragment van een houten paaltje of staakje en talrijke sporen van mestschimmels. Zeer bijzonder is de vondst van diverse brokjes verkoold voedsel, die laten zien dat ter plaatse een licht gerezen brood of koek werd bereid met fijngemalen meel van emmertarwe en van gerst. De bewoningslaag kan vermoedelijk gerelateerd worden aan een eenvoudige rurale nederzetting. Waarschijnlijk moet de vindplaats geïnterpreteerd worden als een erf met een boerderij. Het relevante archeologische niveau uit de Midden-Romeinse tijd bevindt zich tussen 6,53 m en 4,88 m - NAP. De top ligt op een gemiddelde diepte van 5,20 m - NAP.</p><p> In het zuidwestelijke deel van het plangebied is op de natuurlijke ondergrond het dijklichaam van de ringdijk van het Westnieuwland aangeboord (BOOR-vindplaats 12-117). Iets voor 1340 (mogelijk vanaf 1325) is gestart met de aanleg van een ringdijk rond de voormalige polder en in latere perioden is deze steeds verder verhoogd en verbreed. Een fasering is echter niet gezien of herkend. Wel is in de basis van het dijklichaam, dat bestaat uit opgebrachte klei met enkele rietlagen, een fragment 14e-eeuws aardewerk gevonden. Het dijklichaam is waargenomen tussen 5,09 m en 3,45 (mogelijk al op 3,08) m - NAP in boring 1 en tussen 5,84 m en 2,40 m - NAP in boring 7.</p><p> Verspreid over het plangebied zijn tevens verschillende antropogene lagen uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd aangetroffen (BOOR-vindplaats 12-116). Het dijklichaam wordt ook afgedekt door deze heterogene lagen. Het betreft een pakket ophogings- en bewoningslagen dat is gerelateerd aan de ontwikkeling van dit deel van Rotterdam vanaf de Late Middeleeuwen. Het relevante archeologische niveau is aangeboord op een maximale diepte van 6,61 m - NAP en een minimale diepte van 0,04 m - NAP op het land. In alle boringen in de Steigersgracht ontbreekt het bovenste deel van het pakket en ligt de top een stuk dieper. De gemiddelde diepteligging van de top bedraagt daarom 3,33 m - NAP. Het vondstmateriaal uit de antropogene lagen dateert voornamelijk uit de periode 14e tot en met 18e eeuw. Tussen de ophogings- en bewoningslagen kon over het algemeen geen onderscheid gemaakt worden, al zijn vermoedelijk wel her en der bewoningsniveaus waargenomen. Het antropogene pakket vormt in ieder geval de archeologische neerslag van de gesloopte bebouwing aan de ringdijk en aan het Steiger (huidige Zijl) vanaf de 14e eeuw tot in de jaren 40 van de vorige eeuw. De aanwezigheid van ijzeren strips, (klink)nagels en/of (scheeps)sintels duiden er mogelijk op dat aan de oude Steigersgracht in het verleden (kleine) scheepswerven hebben gelegen.</p><p> Tot slot zijn in geen van de boringen die zijn gezet in de oorspronkelijke Steigersgracht een (natuurlijk) gelaagde grachtopvulling of (duidelijke) grachtbodem gezien. Mogelijk moet het onderste deel van het geroerde en/of opgebrachte pakket dat is aangetroffen in boringen 4, 8 en 14, wel als grachtvulling worden geïnterpreteerd. Dit zou betekenen dat de bodem van de oude gracht in het plangebied op een gemiddelde diepte van 5,29 m - NAP ligt. Er wordt echter getwijfeld aan deze interpretatie, omdat het venige pakket er erg rommelig en verstoord uit zag. Vooralsnog wordt er daarom van uitgegaan dat het pakket deels is opgebracht en deels is aangetast tijdens de herinrichting van het gebied in de vorige eeuw. Tijdens de onderzoeken zijn ook geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van water gerelateerde objecten en infrastructurele werken. Twee grote stukken hout die zijn gevonden tijdens de archeologische monstername, zijn mogelijk onderdeel geweest van een houten beschoeiing. Dit echter onzeker.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-03-26
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务