Plangebied Speellocatie Ziende te Utrecht, gemeente Utrecht .
收藏DataCite Commons2026-05-08 更新2026-05-10 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/BHDNOT
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>
In opdracht van de gemeente Utrecht heeft RAAP in augustus – oktober 2025 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Speellocatie Ziende te Utrecht in de gemeente Utrecht (figuur 1).
</p><p>
Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:
</p><p>
<ul>
<li>Tijdens het onderzoek zijn oeverafzettingen van de Heldammer stroomgordel aangetroffen. De top van deze afzettingen bleek echter verstoord, waardoor uitsluitend de kalkrijke basis van de oeverafzettingen intact in de ondergrond aanwezig is gebleven.
</li><li>In en op deze oeverafzettingen werden geen resten uit de bovengenoemde perioden verwacht. Aangezien de top van de oeverafzettingen – waarin zich vermoedelijk de kalkloze lagen en het voor de archeologie relevante deel van de oever bevonden – is verstoord, en binnen de resterende afzettingen geen waarneembare bodemvorming is aangetroffen die als archeologisch relevant kan worden aangemerkt, lijkt het aantreffen van archeologische resten klein. Diepe grondsporen kunnen echter in het plangebied aanwezig zijn en worden vanaf 0,90
m -mv verwacht.
</li><li>Ter plaatse van boring 4 zijn rommel ige afzettingen aangetroffen die in eerste instantie kunnen worden geïnterpreteerd als een gedempte sloot of drainagekanaal. In het uitwerkingsrapport van de opgraving uit 1997 (Graafstal & den Braven, 2020) is in de nabijgelegen werkput 3 een sloot in het westen aangetroffen (zie figuur 10). Deze sloot staat op de oorspronkelijke
profieltekening als recent aangegeven. Vermoedelijk was de sloot ten tijde van de opgraving recentelijk gedempt, aangezien boven de sloot een bouwvoor is ingetekend. Als wordt gekeken naar de ligging van de sloot ten opzichte van boring 4 lijkt de sloot ten westen van de boorlocatie te liggen, wat de interpretatie van slootvulling voor boring 4 uitsluit. Mogelijk gaat het hier om een drainagesleuf, die zich vermoedelijk ook in de andere boringen bevinden.
</li><li>Onder de door de drainagesleuf verstoorde afzettingen is een tweede verstoringslaag aangetroffen, tot 2,0 m -mv, waarin in de top enkele grind- en houtfragmenten zijn waargenomen. De aanwezigheid van deze fragmenten zou in eerste instantie kunnen wijzen op de nabijgelegen Romeinse Limesweg, die op circa 10 m ten oosten van het plangebied is gelegen. Mogelijk betreft het hier verspoelde resten van deze weg, hetgeen de aanwezigheid van zowel hout- als grindfragmenten in de laag zou kunnen verklaren. Verder zou de top van
de Limesweg volgens het rapport van Graafstal & den Braven (2020) op circa 0,60 m -NAP (Destijds circa 1 m -mv in werkput 3) zijn aangetroffen. De in boring 4 waargenomen laag ligt met een ligging rond 1,44 m -NAP (1,25 m -mv) aanzienlijk dieper dan het niveau van de Limesweg. Dit hoogteverschil maakt indien sprake is van verspoelde resten een directe relatie met de Limesweg waarschijnlijk.
</li><li>Desondanks kan een directe relatie tussen deze verstoringslaag en de Limesweg niet met zekerheid worden vastgesteld. Gezien de afstand tot de weg lijkt de kans aanwezig dat het niet om verspoelde resten van de Limesweg gaat, maar de aanwezige indicatoren en de diepteligging de mogelijkheid van verspoelde resten (die vermoedelijk in een latere fase zijn geroerd) niet uitsluiten.
</li><li>In de komafzettingen is een donkere, humeuze kleilaag aangetroffen. De eerdere beschreven ontstaanswijze van de laag wijst op een nat milieu. Een dergelijk milieu wordt niet gezien als een geschikte locatie voor bewoning. Hierdoor worden bewoningsresten in de komafzettingen verwacht. Daarentegen kunnen wel watergerelateerde resten als visfuiken in het plangebied verwacht.
</li><li>De natuurlijke ondergrond is tussen 0,90 – 1,25 m -mv verstoord. De ‘verstoorde’ ondergrond die in boring 4 vanaf 1,25 m -mv is aangetroffen is hier niet meegenomen, aangezien mogelijk sprake is van een archeologisch relevante laag.
Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan door niet dieper te reiken dan 0,60 m -mv, dit is inclusief een buffer van 30 cm.</li></ul></p>
<p>
Op basis van de diepte van de ingrepen (0,80 m -mv) is de reeds genoemde dieptegrens ter bescherming van de archeologische resten te niet haalbaar. Daarom wordt aanbevolen om in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen.
</p><p>
Geadviseerd wordt om een onderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding conform protocol Opgraven uit te laten voeren. Dit houdt in dat tijdens de sloop van de woning (waaronder de sloop van de ondergrondse funderingen) en de graafwerkzaamheden voor de nieuwbouw door een erkend archeologisch onderzoeksbureau er op wordt toegezien dat er geen archeologisch relevante sporen, structuren en vondsten worden aangetast en indien nodig dat deze worden ingemeten, gedocumenteerd en geborgen.
</p><p>
Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-29



