Transect-rapport 1945: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Winssen, Molenstraat 20. Gemeente Beuningen (GD).
收藏DANS Data Station Archaeology2021-02-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X8Z-9TJJ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In november 2018 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Molenstraat 20 in Winssen (gemeente Beuningen). De aanleiding voor het onderzoek is de verbouwing van het transportbedrijf naar een woning en de bouw van een extra vrijstaande levensloopbestendige woning met bijgebouw. Bij voorgenomen werkzaamheden zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord.</p><p>In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is.</p><p>Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een gecombineerd onderzoek, te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied.</p><p>• Op basis van het bureauonderzoek bevindt het plangebied zich vermoedelijk op een oeverwal van de Waal. Hierop is theoretisch gezien bewoning mogelijk geweest vanaf de IJzertijd (aangezien in die tijd de Waal actief geworden is). Sindsdien lag het plangebied naar verwachting relatief hoger in het landschap en bood het bewoningsmogelijkheden tot in de Late Middeleeuwen. Ook na de bedijking was het plangebied bewoonbaar. De verwachting op archeologische resten uit die periode is volgens het bureauonderzoek hoog. Voor wat betreft de archeologische perioden vòòr de IJzertijd is de verwachting laag, aangezien voor die periode binnen het plangebied geen aanwijsbare archeologisch relevante landschapselementen aanwezig zijn (kom).<br>• Voor wat betreft de Nieuwe tijd geldt op basis van het bureauonderzoek een lage archeologische verwachting. Er zijn geen aanwijzingen dat in het plangebied in het begin van de 19e eeuw bebouwing gestaan heeft. Hiermee is de verwachting op oudere bebouwing eveneens laag (teruggaand tot 1500 na Chr.). <br>• Op basis van het veldonderzoek is vastgesteld dat het plangebied in de overstromingsvlakte van de rivier de Waal heeft gelegen, waarvan in de ondergrond overstromingsafzettingen zijn gevonden (komafzettingen). De verhoogde siltigheid van het traject tussen circa 60 en 80 cm -Mv wijst op de aanwezigheid van oeverafzettingen. De dikte van dit pakket is echter gering; de oorspronkelijke top ervan lijkt hier te zijn verdwenen. Waar dit exact mee samenhangt is niet exact duidelijk, maar getuige de aanwezigheid van puin in de lagen direct op deze oeverafzettingen zou het samen kunnen hangen met de ingebruikname van het terrein als bedrijfslocatie. Van een oeverwal is in ieder geval geen sprake. Ook concrete archeologische aanwijzingen zijn niet gevonden. De geringe dikte van oeverafzettingen in het plangebied, het ontbreken van archeologische aanwijzingen in de boringen en de beperkte intactheid van de bodemopbouw ter plaatse van het toekomstig bouwvlak bevestigt de op voorhand hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek niet. De kans is klein dat op deze plek nog intacte nederzettingsresten aangetroffen zullen worden. Het is zelfs mogelijk dat het aangetroffen puin deel uitmaakt van een vroegere woning die in het onderzochte deel van het plangebied gestaan heeft. Voor de rest van het plangebied blijft de verwachting van het terrein bestaan, aangezien daar geen toetsing van het verwachtingsmodel heeft plaatsgevonden.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2021-02-01



