five

Nissewaard Spijkenisse Watercompensatie. Een bureauonderzoek en een verkennend en karterend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen.

收藏
DANS Data Station Archaeology2015-08-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X34-9ZXD
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In het bureauonderzoek is onder meer is gekeken naar de historische situatie, de bodemopbouw ter plaatse en de bekende archeologische waarden in (de omgeving van) het plangebied. Er geldt een zeer hoge verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit de IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen. </p><p>Tijdens het verkennend en karterend inventariserend veldonderzoek is gebleken dat de grondopbouw intact is. Het plangebied is in het subrecente verleden ongeveer een halve meter opgehoogd met zandig materiaal. Direct langs de oeverzone van de plas is niet geboord; omdat in deze zone het maaiveld richting het water een meter afloopt is de kans aanwezig dat hier ongeveer een halve meter van de oorspronkelijke top is weggegraven ten behoeve van een natuurlijke oever van de plas.<br>In deze samenvatting wordt - vooruitlopend op het ontwikkelen van een regionale lithostratigrafische indeling van de holocene afzettingen in het Maasmondgebied - uitgegaan van de oude lithostratigrafische indeling zoals die door de toenmalige Rijksgeologische Dienst in 1975 is opgesteld (Zagwijn en Van Staalduinen 1975). Voor de volledigheid wordt wel de terminologie van de nieuwe indeling erbij vermeld. De bodemopbouw is als volgt. De top van het diepst aangeboorde klastisch pakket 1 ligt op 5,49 - NAP. De diepteligging van de onderkant van het pakket is niet bekend. Het zandpakket is uiterst siltig en kalkrijk. Het behoort tot de Afzettingen van Calais (thans Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer). Hierop ligt een pakket mineraalarm veen met riet en wortelhout. De dikte is enkel in boring 1 bepaald en bedraagt 65 cm. Behalve in boring 5 is de top geërodeerd in de periode voorafgaande aan de afzetting van de afdekkende sedimenten. Het veen behoort stratigrafisch tot het Hollandveen (thans Hollandveen Laagpakket). Bovenop het veen ligt een pakket klei en zand met een dikte van 3 tot 4,5 meter. In dit pakket is een onderscheid gemaakt in klastisch pakket 2 en 3. De grens tussen beide is niet met zekerheid aan te geven. De grens wordt mede bepaald door de aanwezigheid van enkele archeologische indicatoren op de grens van beide pakketten. Klastisch pakket 2 verschilt met name van klastisch pakket 3 door de grote gelaagdheid van met name klei- en zandlagen. Tevens bevinden zich in enkele boringen humus- en detrituslagen. De klei is veelal zwak humeus. Het pakket is ingesneden in het onderliggende veen. Hierbij is de top van het onderliggende veen aangetast. Enkel in boring 5 in het westen is de top van het veen intact gebleven. Klastisch pakket 3 bestaat uit een siltige klei of zand, onderaan soms met zandlagen. Het pakket lijkt ook gerijpter en steviger dan klastisch pakket 2. <br>Klastisch pakket 2 is mogelijk te interpreteren als een restgeul behorend tot de Afzettingen van Duinkerke I (thans Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren). Klastisch pakket 3 betreft een (overstromings)dek behorend tot de Afzettingen van Duinkerke I of III. Het is mogelijk dat de Afzettingen van Duinkerke III niet zijn te herkennen omdat ze in de bouwvoor zijn opgenomen. De hoge ligging van het niveau uit de Romeinse tijd van vindplaats 5 - iets ten zuiden van het plangebied - kan een aanwijzing zijn dat de Afzettingen van Duinkerke III ook hier in de bouwvoor zijn opgenomen.<br>De bovenste circa 50 cm van de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit opgebracht zwak siltig zand. Dit moet zijn gebeurd tijdens de aanleg van het Hartelpark in circa 1976. Het pakket was tijdens het veldwerk kurkdroog en hard. Hierdoor is er over de structuur weinig te zeggen. Omdat in dit pakket geen puintjes aanwezig zijn en het geen grof bouwzand betreft, is het daarom niet helemaal uit te sluiten dat de dikte van het pakket daadwerkelijk opgebrachte grond minder is, en een deel tot het klastisch pakket 3 moet worden gerekend. Ook kan het zijn dat het zandpakket de natuurlijke ondergrond betreft die is aangevoerd vanuit de nabije omgeving. <br>Archeologische indicatoren zijn aangetroffen in boring 1, 3 en 6. Het gaat om houtskoolflinters (boring 1 en 6) ter hoogte van de top van klastisch pakket 2 (circa 2,25 m - NAP; 1,76 - mv). In boring 3 is in de top van klastisch pakket 2 een scherfje inheems aardewerk aangetroffen op 2,34 m – NAP (1,80 m - mv). Het betreft een fragment aardewerk uit de Late IJzertijd of Romeinse tijd. Beide indicatoren bevinden zich niet in een duidelijk te herkennen ‘vuile laag’. Wel is de laag zwak humeus, wat kan duiden op de groei van vegetatie. De indicatoren zijn binnen de ontgravingsdiepte gesitueerd en kunnen door de grondwerkzaamheden worden aangetast. Omdat de aanwijzingen zich bevinden boven de oxidatie-reductie grens zijn de mogelijk aanwezige organische resten aangetast. <br>Tenslotte is het zeer aannemelijk dat de archeologische sporen van vindplaatsnummers 5 en 6 (zie Afb. 2) doorlopen tot in het plangebied Spijkenisse Watercompensatie.</p>
提供机构:
Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam
创建时间:
2015-08-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务