five

Transect-rapport 1991: Archeologisch Bureauonderzoek. Appelscha, Drentseweg en Tilgrupsweg, Gemeente Ooststellingwerf (FR)

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-06-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZBG-54X5
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In december 2018 is een archeologisch bureauonderzoek (BO) uitgevoerd in twee deelgebieden in Appelscha. Deze liggen aan de Drentseweg en Tilgrupsweg (gemeente Appelscha). De aanleiding van het onderzoek is het egaliseren en draineren van het terrein. Het onderhavige onderzoek vindt plaats in het kader van een subsidieaanvraag ‘kavelverbeteringswerken,’ waarvoor op basis van het bestemmingsplan ook een archeologische onderbouwing noodzakelijk is. Vanuit het bestemmingsplan ‘Buitengebied (2016)’ bestaat voor het plangebied een archeologische onderzoeksplicht. De reden hiervoor is dat er bij de voorgenomen ingreep dermate grondverzet zal plaatsvinden, dat de oorspronkelijke bodem - en eventueel aanwezige archeologische resten - in het gebied kunnen worden verstoord. Daarom is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Dit rapport beschrijft de resultaten van een archeologisch vooronderzoek in het plangebied en voorziet in die plicht. Conclusie Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden in het noordelijk zandgebied. Deelgebied 1 (Tilgrupsweg) maakt deel uit van een dekzandvlakte en veenkoloniale ontginningsvlakte, deelgebied 2 (Drentseweg) ligt op een dekzandrug en een veenkoloniale ontginningsvlakte. Het keileem in de ondergrond wordt niet binnen 2 m –Mv verwacht. Zowel de dekzandrug als de dekzandvlakte zijn aantrekkelijk voor bewoning geweest in de prehistorie, al kan de dekzandrug door zijn hogere ligging en vanwege het oprukkende veen gedurende langere tijd aantrekkelijk voor bewoning zijn geweest dan de dekzandvlakte. Uit vondsten in de omgeving blijkt dit vooralsnog echter niet; zowel op de dekzandrug als in de dekzandvlakte zijn vondsten bekend uit de periode Laat-Paleolithicum-IJzertijd. Alleen daar waar de dekzandrug nog hoger was dan ter plaatse van deelgebied 2, zijn nog jongere vondsten in de omgeving bekend (Vroege-Middeleeuwen). Het plangebied heeft al met al dus een middelhoge archeologische verwachting op vondsten en/of sporen uit de periode Laat-Paleolithicum- IJzertijd. Vondsten jonger dan de IJzertijd worden niet binnen de deelgebieden verwacht. Het plangebied is dan overdekt met veen dat onaantrekkelijk voor bewoning was. Daarnaast geldt dat eventuele woonplaatsen in het veen ten gevolge van de veenontginningen en turfwinning verdwenen zijn. Tevens ontbreken op historisch kaartmateriaal aanwijzingen voor bewoning; het plangebied heeft tot in de 19e/begin 20e eeuw deel uitgemaakt van een veen- en heidegebied. De verwachting op archeologische vondsten en/of sporen uit de periode Romeinse Tijd-Nieuwe Tijd is dan ook laag. Wel zouden sporen van landgebruik aanwezig kunnen zijn, maar gezien de historische ontwikkeling van het plangebied zijn deze vermoedelijk niet ouder dan de Nieuwe Tijd. In hoeverre nog daadwerkelijk archeologische vondsten en/of sporen in het plangebied aanwezig zijn hangt af van de mate van intactheid van de bodem. Uit het bureauonderzoek blijkt dat de bodem in deelgebied 1 plaatselijk al tot 90 cm –Mv verstoord is, waardoor het archeologische niveau plaatselijk al verdwenen is. De ruimtelijke spreiding van deze bodemverstoring is echter vooralsnog niet bekend. Verder lijkt de noordwesthoek van deelgebied 2 op basis van het AHN ongeveer 50 cm te zijn afgegraven. In hoeverre hiermee het archeologische niveau ter plaatse verdwenen is, is niet bekend.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-04-16
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务