five

Archeologisch onderzoek in het kader van 150/50 kV hoogspanningsstation Hazerswoude-Rijndijk met kabelverbindingen langs de N11

收藏
DataCite Commons2024-07-11 更新2024-07-13 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/MXO75O
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Archol bv heeft in opdracht van Qirion een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in het kader van de aanleg van een 150/50 kV-hoogspanningsstation (onderstation Hazerswoude-Rijndijk) met bijbehorende ondergrondse kabelverbindingen in het plangebied langs de zuidzijde van rijksweg N11 tussen Zoeterwoude-Rijndijk en Hazerswoude-Rijndijk. In de huidige (ruime) begrenzing valt het plangebied grotendeels samen met de gemeenten Alphen aan den Rijn; alleen in de noordwesthoek wordt de randzone van gemeenten Leiderdorp en Zoeterwoude aangesneden. De exacte ligging van de daadwerkelijke bodemingrepen binnen dit plangebied was bij het opstellen van onderhavige rapportage nog onbekend. Wel was duidelijk dat deze ingrepen zich naar alle waarschijnlijkheid zullen beperken tot de gemeenten Alphen aan den Rijn. Voor de volledigheid zijn de (randzones van de) twee andere gemeenten echter ook opgenomen in het onderhavige bureauonderzoek. Doel van het bureauonderzoek was een inschatting te geven van de effecten van de geplande bodemingrepen op de bekende en te verwachten archeologische waarden binnen het plangebied en een advies voor de eventuele vervolgstappen van onderzoek. Voor alle landschappelijke eenheden (door de geschiedenis heen) is hiertoe een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen binnen het plangebied opgesteld op basis van landschappelijke, archeologische en historisch-geografische gegevens. Tevens zijn de voorgenomen bodemingrepen getoetst aan het gemeentelijk beleid, inzake archeologie. De geplande bodemingrepen vallen op de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidskaarten samen met een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Het ruimtelijk beleid is op deze verwachtingen gebaseerd; in de desbetreffende bestemmingsplannen binnen deze gemeenten is voorgeschreven dat archeologisch onderzoek verplicht is bij bodemingrepen: - dieper dan 30 cm en groter dan 100 m2 (volgens Bestemmingsplan Landelijk gebied - Waarde Archeologie, vastgesteld 2011-03-23, gemeente Zoeterwoude); - dieper dan 50 cm en groter dan 100 m2 (volgens Bestemmingsplan Barrepolder-Waarde Archeologie 2, vastgesteld 2011-04-14, gemeente Zoeterwoude); - dieper dan 30 cm (volgens Bestemminsplan Parapluplan Archeologie-Waarde Archeologie 2, vastgesteld 2019-03- 28, gemeente Alphen aan den Rijn; - dieper dan 30 cm en gelijk aan of groter dan 100 m2 (volgens Bestemmingsplan Parapluplan Archeologie-Waarde Archeologie 3, vastgesteld 2019-03-28, gemeente Alphen aan den Rijn); - dieper dan 30 cm en gelijk aan of groter dan 1000 m2 (volgens Bestemmingsplan Parapluplan Archeologie-Waarde Archeologie 4, vastgesteld 2019-03-28, gemeente Alphen aan den Rijn). De exacte ligging en diepte van de geplande bodemingrepen zijn bij het schrijven van onderhavig rapport nog niet bekend, maar naar verwachting zullen het geplande 150/50 kV-hoogspanningsstation en de bijbehorende kabelverbindingen samen in totaal een oppervlak van ca. 72.500 m2 bestrijken. In de praktijk vindt de aanleg van kabels in sommige trajecten (zoals kruispunten met wegen en sloten) middels een gestuurde boring plaats. Dergelijke boringen veroorzaken slechts een minimale bodemverstoring. Deze boormethode zal verwachting echter slechts voor ca. 10% van de geplande bodemingrepen, ca. 7.250 m2 aan kabelverbindingen, worden toegepast. Voor de overige 90% oftewel ca. 65.250 m2 van de geplande kabelverbindingen en het 150/50 kV-hoogspanningsstation wordt uitgegaan van een ontgraving (tussen ca. 0,8 en 2,0 m beneden maaiveld) die dieper zal reiken dan de ondergrens van 30 cm uit de voornoemde bestemmingsplannen. De conclusie is dan ook dat de geplande ontgravingen zowel in oppervlak als diepte de ondergrenzen uit de voornoemde dubbelbestemmingsgebieden overschrijden. Conform de bestemmingsplannen is archeologisch onderzoek dan ook verplicht voorafgaande aan de realisatie van de bouwplannen. Uitgaande van dit beleid, de aangetoonde archeologische waarden zoals bekende vondstlocaties, Romeinse Limes-weg en historische bouwzones en de daarop gebaseerde archeologische verwachtingen worden de volgende aanbevelingen gedaan ten aanzien van de ontwerpplannen en vervolgstappen van onderzoek: Zones met een hoge archeologische verwachting - Archol adviseert de noordelijke helft van het plangebied met hoge archeologische verwachting (roze in onderstaande advieskaart) zo veel mogelijk te mijden bij het ontwerp van de geplande bodemingrepen voor het hoogspanningsstation en de bijbehorende ondergrondse kabelverbindingen. Dit geldt met name voor gebieden met concreet aangetoonde archeologische waarden zoals de archeologische monumenten, Romeinse Limes-weg, vondstlocaties, historische bebouwde erven (met woningen of molens). Daar waar de geplande graafwerkzaamheden ter hoogte van gebieden met een hoge verwachting niet aan te passen zijn binnen het huidige ontwerp, adviseert Archol om eerst een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Om de realisatie van de plannen niet onnodig te vertragen, adviseert Archol af te zien van de gebruikelijke eerstvolgende stap van verkennende grondboringen en meteen over te gaan op een karterend grondbooronderzoek. Gezien de verwachte smalle landschapselementen van o.a. kreken, crevassen en relatief kleine woonerven adviseert Archol om (althans ter hoogte van de geplande ondergrondse kabelsleuven) binnen een boorraai rekening te houden met een onderlinge afstand van maximaal 50 m. Ter hoogte relatief kleine/smalle verwachte (bekende) vindplaatsen zoals de Limes-weg uit de Romeinse tijd dient sowieso rekening te worden gehouden met een kortere onderlinge boorafstand: bij verwachte vindplaatsen van 200- 1000 m2 binnen een grid van 20 x 25 m en bij vindplaatsen van 50-200 m2 binnen een grid van 9 x 11 m. Zodra de exacte ligging van het hoogspanningsstation en de kabeltracés ten opzichte de verwachtingszones bekend is, dient de boorintensiteit op maat nader vastgesteld te worden. - Daar waar de kabels middels een gestuurde boring worden aangelegd, worden (mogelijk) aanwezige archeologische lagen niet of nauwelijks verstoord. Ten aanzien dergelijke tracédelen met een gestuurde boring adviseert Archol dan ook om ze zonder nader onderzoek vrij te geven. Een uitzondering geldt hierbij wel voor de in- en uittredepunten van elke gestuurde boring. Op deze punten vindt namelijk wel aanzienlijke verstoring plaats. Archol adviseert dan ook om per in- en uittredepunt rekening te houden met minimaal één boring. Zones met een middelhoge archeologische verwachting - Het archeologisch bureauonderzoek bevestigt de grotendeels lagere, middelhoge archeologische verwachting voor de zuidelijke helft van het plangebied; althans buiten de zones met ondergrondse crevassen die vanaf de Romeinse tijd en lokaal al vanaf prehistorie zijn bewoond (geel in bovenstaande advieskaart). Ofschoon landschappelijk gezien archeologische waarden uit de pre- en protohistorie in deze (geel gemarkeerde) zuidelijke helft zijn te verwachten, hebben (tot op heden) uitgevoerde onderzoeken geen of nauwelijks aanwijzingen daarvoor opgeleverd. Dit wil niet zeggen dat de (geel gemarkeerde) zuidelijke helft is te bestempelen als een gebied met een lage verwachting, waar geen archeologisch onderzoek hoeft plaats te vinden. Conform het archeologische beleid dat verankerd is in de bestemmingsplannen, zijn grootschalige infrastructurele projecten zoals het onderhavig project van het geplande hoogspanningsstation met kabelverbindingen juist een uitgelezen kans om de archeologische middelhoge verwachting in de praktijk goed te toetsten. Daar waar de geplande graafwerkzaamheden ter hoogte van gebieden met een middelhoge niet aan te passen zijn binnen het huidige ontwerp, adviseert Archol dan ook om eerst een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Om de realisatie van de plannen niet onnodig te vertragen, adviseert Archol wederom af te zien van de gebruikelijke eerstvolgende stap van verkennende grondboringen en meteen over te gaan op een karterend grondbooronderzoek. Gezien de verwachte smalle landschapselementen van o.a. kreken, crevassen en relatief kleine woonerven adviseert Archol om (althans ter hoogte van de geplande kabelsleuven) binnen een boorraai rekening te houden met een onderlinge afstand van maximaal 50 m. In zones met een verwachting van relatief kleine/smalle vindplaatsen dient sowieso rekening te worden gehouden met een kortere onderlinge afstand: bij verwachte vindplaatsen van 200-1000 m2 binnen grid van 20 x 25 m en bij vindplaatsen van 50-200 m2 binnen een grid van 9x11 m. Zodra de exacte ligging van het hoogspanningsstation en de kabeltracés ten opzichte van de verwachtingszones bekend is, dient de boorintensiteit op maat nader vastgesteld te worden - Daar waar de kabels middels een gestuurde boring worden aangelegd, worden (mogelijk) aanwezige archeologische lagen niet of nauwelijks verstoord. Ten aanzien dergelijke tracédelen met een gestuurde boring adviseert Archol dan ook om ze zonder nader onderzoek vrij te geven. Een uitzondering geldt hierbij wel voor de in- en uittredepunten van elke gestuurde boring. Op deze punten vindt wel aanzienlijke verstoring plaats. Archol adviseert dan ook om per in en uittredepunt rekening te houden met minimaal één boring. Archol stelt ten slotte voor om op basis van onderhavig bureauonderzoek een meer gericht archeologisch advies op te stellen ten aanzien van het vervolgonderzoek en eventuele vrijstellingen (zoals de gestuurde boringen), zodra de concrete ligging en diepte van de verschillende bodemingrepen binnen het plangebied van het hoogspanningsstation en de ondergrondse kabelverbindingen zijn vastgesteld.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-07-10
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务