five

Bureauonderzoek: Herinrichting N366 tussen Veendam – Pekela – Stadskanaal

收藏
DANS Data Station Archaeology2015-02-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XDX-YC8P
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Op basis van waarnemingen in de directe omgeving geldt de hoge verwachting met name voor vuursteenvindplaatsen uit het Mesolithicum. Een dergelijke vindplaats kan enkele tot enkele tientallen vierkante meters groot zijn en bestaat voornamelijk uit een strooiing van fragmenten vuursteen in de top van de oorspronkelijke podzolbodem in het dekzand. Plaatselijk kunnen ook diepere grondsporen voorkomen zoals haardkuilen. In de wijdere omgeving zijn ook vindplaatsen bekend uit het Laat-Paleolithicum dus resten uit deze periode behoren ook tot de mogelijkheden. Jongere vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Romeinse tijd worden niet verwacht omdat het plangebied in die periode onderdeel was van een groot hoogveencomplex dat ongeschikt was voor bewoning. Vanaf de Middeleeuwen werd het veengebied ontgonnen en vond sporadisch bewoning plaats. In deze periode zijn ook dorpen ontstaan zoals in het gebied ten noorden van het plangebied. Het plangebied is echter een jongere ontginning die dateert vanaf de 17e eeuw. Aan de locatie ter hoogte van de voormalige Zuidwendinger Hoofdiep (Nieuwe Meedener Diep) en ter hoogte van het Pekelderhoofd Diep is een hoge verwachting toegekend voor nederzettingsresten uit de Nieuwe tijd. Bij het Zuidwendinger Hoofddiep gaat het specifiek om restanten van de aardappelmeelfabriek uit de tweede helft van de 19e eeuw en de verwachting op resten van mogelijk 17e eeuwse bebouwing de Drieborg (mogelijk een Compagniehuis). Bij het Pekelderhoofd Diep zal het hoofdzakelijk gaan om bebouwing uit de 19e eeuw al kunnen oudere resten op voorhand niet worden uitgesloten.</p><p>Afhankelijk van de veendikte varieert de diepteligging van de top van het potentiële archeologische niveau van ca. 30 cm beneden maaiveld tot meer dan 1,0 m beneden maaiveld. Daar waar de weg wordt verbreed of een extra rijbaan worden aangelegd wordt het potentiële archeologische niveau bedreigd, tenzij dat niveau dieper ligt dan 1,0 m beneden maaiveld. De kans dat bij de aanleg van de nieuwe sloten het potentiële archeologische niveau wordt weggegraven, is groot want die reiken tot gemiddeld 1,5 – 2,2 m diepte. Ter plaatse van de huidige weg zal de bodem zijn verstoord, waarbij mogelijk archeologische resten verloren zijn gegaan. Bij het vernieuwen van het wegdek zal waarschijnlijk niet dieper worden verstoord dan de bestaande weg, dus zal geen ongeroerde bodem verstoord worden. In de zones waar bomen aangeplant gaan worden, zal de bodem worden verstoord tot ca. 1,0 m beneden maaiveld (diepte van het plantgat). De plantafstand tussen de bomen varieert van ca. 8 tot 13 m. Het is nog niet precies bekend hoe de bomen en bosschage verwijderd gaan worden. Een gedeelte zal worden verplant door middel van vrijgraven, een gedeelte zal met behulp van een verplantschop worden verplaatst. Daarnaast zullen er ook bomen worden omgezaagd en de wortels gefreesd of gerooid worden. Bij het verwijderen van de beplanting is de inschatting dat de verstoring van ongeroerde grond gering zal zijn. Voor het verplaatsen van een boom zal ruimer worden ontgraven, maar dat zal voor een lokale verstoring zorgen. Op diverse locaties wordt de berm vernieuwd en plaatselijk opgehoogd (aanleg van taluds). Door ophoging wordt het archeologisch niveau niet verstoord. Het niveau wordt afgedekt waardoor het in principe beter is beschermd tegen bodemingrepen.</p><p>Het advies is om de welvingen waarvoor een hoge verwachting geldt en graafwerkzaamheden zijn gepland nader te onderzoeken. Dit kan als de percelen daar geschikt voor zijn door middel van een veldkartering (eventueel uitgevoerd door de Werkgroep Prehistorie) en/of door het zetten van verkennende boringen om de bodemintactheid vast te stellen.</p>
提供机构:
Archeodienst BV
创建时间:
2015-02-23
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务