five

Natuurbegraafplaats op Landgoed De Utrecht (noordelijk deel), gemeente Hilvarenbeek

收藏
DANS Data Station Archaeology2014-11-27 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X5F-QCE5
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Archeodienst BV heeft een Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O(verig); booronderzoek) uitgevoerd ten behoeve van de realisatie van een natuurbegraafplaats op het landgoed De Utrecht (gemeente Hilvarenbeek). In eerste instantie is voor het plangebied waarbinnen de natuurbegraafplaats zal worden aangelegd een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (Koeman 2014). Op basis van de resultaten van dit onderzoek is het plangebied onderverdeeld in lage en middelhoge verwachtingszones. Het advies is om vervolgonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek uit te voeren in de middelhoge verwachtingszone als de geplande bodemingrepen een groter oppervlak beslaan dan 2.500 m2 en dieper reiken dan 10 cm beneden maaiveld (in de gemeente Hilvarenbeek) en dieper dan 30 cm beneden maaiveld (in de gemeente Reusel – De Mierden). Deze ondergrenzen zijn conform het beleid van de gemeente.</p><p>Advies<br>In zone 1 is het archeologische niveau geheel intact voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle-Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Het archeologische niveau wordt in zone 1 vanaf 10 cm beneden maaiveld verwacht. In zone 2 is het archeologische niveau voor vuursteenvindplaat-sen grotendeels verdwenen, maar kunnen nog wel diepere grondsporen aanwezig zijn van nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle-Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). In deze zone kunnen de archeologische sporen vanaf ca. 30 cm beneden maaiveld worden verwacht.<br>Er kan voor worden gekozen om in zone 1 en zone 2 geen graafwerkzaamheden uit te voeren zo-dat het potentiële archeologische niveau intact blijft. Dit kan bijvoorbeeld door hier geen begra-vingen te realiseren of in aangepaste vorm. Een optie is om bijvoorbeeld de terreindelen op te hogen en vervolgens urnen te begraven, die veel minder diep hoeven te worden ingegraven dan begravingen in kisten. Voor een groot deel van het terrein is een ophoging van 30 cm voorzien in verband met de relatief hoge grondwaterstand. Hierdoor komt het potentiële archeologische ni-veau dieper te liggen en wordt de ondergrens voor zone 1 op 40 cm beneden maaiveld gesteld en voor zone 2 op 60 cm (Bijlage 7, zwart gearceerde deel).<br>Op basis van de resultaten van het onderzoek stelt de opdrachtgever voor om de westelijke zone 1 (oppervlakte van ca. 3.765 m2) met minimaal 1,0 m grond op te hogen, zodat hier in ieder geval begravingen kunnen worden gerealiseerd zonder het potentiële archeologische niveau te verstoren. Bovendien krijgt de hei op die manier meer reliëf wat een fraai landschappelijk resultaat geeft.<br>Wanneer het wenselijk is om zowel in zone 1 als in zone 2 begravingen te realiseren, kan ervoor worden gekozen om deze zones nader te onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische indicatoren die wijzen op een vindplaats. Als tijdens dit onderzoek geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een vindplaats kunnen deze terreindelen alsnog worden vrijgegeven voor de realisatie van de natuurbegraafplaats.<br>Gezien de specifieke verwachting voor vuursteenvindplaatsen in zone 1 vanwege de geheel intacte podzolbodem adviseert Archeodienst een karterend booronderzoek gericht op vuursteenvindplaatsen uit te voeren conform de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek (Tol e.a. 2012). Het voorstel is om een boorgrid van 20 x 25 m te hanteren (methode A1 conform de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek). Hiermee worden vuursteenvindplaatsen opgespoord met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 met een matig tot hoge vondstdichtheid. In de kleinste zones zal het minimum aantal van 5 boringen worden gezet, waardoor de boordichtheid plaatselijk hoger uitkomt. De boringen worden uitgevoerd met een boordiameter van minimaal 12 cm. Het opgeboorde sediment zal worden gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 3 mm.<br>In zone 2 geldt een verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle-Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). De verwachting is dat vondsten van een eventueel aanwezige vindplaats zijn opgenomen in de huidige bovengrond en daardoor goed door middel van een booronderzoek zijn op te sporen. Het voorstel is om een boorgrid van 30 x 35 m te hanteren (methode C1 conform de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek). Hiermee worden huisplaatsen opgespoord met een oppervlakte van minimaal 500 – 2.000 m2 met een matig tot hoge vondstdichtheid. De boringen worden uitgevoerd met een boordiameter van 15 cm. Het opgeboorde sediment zal worden gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm.<br>In zone 3 is de oorspronkelijke bodem geheel verdwenen en is daardoor ook het potentiële archeologische niveau grotendeels of geheel verdwenen of verstoord. In deze zone zijn geen beperkingen met betrekking tot de geplande werkzaamheden.</p>
提供机构:
Archeodienst BV
创建时间:
2014-11-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务