Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O) Nieuwolda, Hoofdweg 84 Gemeente Oldambt (GR)
收藏DataCite Commons2025-01-20 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/IQRDLP
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Het plangebied is gesitueerd in een vlakte van getij-afzettingen en op het zuidelijk deel op een getij-inversierug. Op het AHN ligt het plangebied circa 0,6 m hoger ten opzichte van de omliggende percelen. Vermoedelijk betreft het een kunstmatige ophoging. Rond 5500 v.Chr. bestond het gebied uit een dekzandlandschap. Tussen 3850 – 2750 v.Chr. treedt vernatting op en ontstaat een kwelderlandschap dat later rond circa 150 v. Chr. wordt bedekt met veen. Vanaf 500 v.Chr. ontstaat opnieuw een kwelderlandschap waarbij ter hoogte van het plangebied een waterstroom aanwezig was. Na 1250 na Chr. wordt het gebied bedijkt en valt het plangebied binnen een landschapszone van bedijkte kwelders en riviervlakten. De waterstroom die vanaf de ijzertijd zichtbaar is betreft de Munter Ae en wordt in de 17e eeuw gekanaliseerd en heet tegenwoordig het Termunterzijldiep. In het plangebied en de directe omgeving ervan zijn geen AMK-terreinen aangewezen. Verder oostelijk bevindt zich een terrein met sporen van het klooster Campus Silvae (monumentnummer 6808). Het klooster werd in 1259 gesticht door de abdij van Aduard. In 1507 is het klooster door de Dollard weggespoeld. Binnen het plangebied staan geen onderzoeks- en/of vondstmeldingen geregistreerd. In het onderzoeksgebied staan wel een aantal onderzoeksmeldingen geregistreerd. Deze onderzoeksmeldingen betreffen bureau- en booronderzoeken. Het landschap is voor een lange periode vanaf het vroeg-neolithicum onaantrekkelijk voor bewoning geweest vanwege vernatting en veenvorming. Vanaf de 5e eeuw v. Chr. trekken mensen naar het kweldergebied. Het plangebied valt volgens de beleidskaart binnen de historische kern van Nieuwolda. Het zuidelijke gedeelte van het plangebied is gekenmerkt als een historische boerderij welke te zien is op historische kaarten. De huidige woning en schuur is in 1880 gebouwd. Voor het laat-paleolithicum tot het neolithicum geldt een onbekende verwachting op archeologische resten. Voor het neolithicum tot en met de bronstijd geldt een lage verwachting op archeologische resten omdat het gebied in deze perioden vermoedelijk te nat voor bewoning was. Voor de ijzertijd – late middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting op archeologische resten gerelateerd aan wierdebewoning op de getij-inversierug. Resten kunnen in de top van de getij-afzettingen en in eventuele ophogingsniveaus voorkomen. Voor de nieuwe tijd geldt een hoge verwachting in verband met de historische kern van Nieuwolda en de boerderijplaats in het zuidelijk deel van het plangebied. Resten kunnen vanaf het maaiveld voorkomen tot in de top van de getij-afzettingen. Het veldwerk betrof verkennende boringen met een 3 cm guts, 7 cm Edelman en 7 cm Riverside. Er zijn 6 boringen verspreid over het plangebied gezet in een driehoeksgrid. De boringen zijn tot minimaal 30 cm in de onverstoorde getij-afzettingen doorgezet. De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit antropogeen ophogingspakket, gelegen op getijdenafzettingen behorende bij een getij-inversierug. In de boringen 5 en 6 is het antropogene pakket geïnterpreteerd als een vuile ophogingslaag of cultuurlaag. Deze hoort bij de huisplaats die op de kadastrale minuut uit 1832 zichtbaar is in het zuidelijke deel van het plangebied. In de boringen 1-4 is een ophogingspakket aangetroffen dat is opgeworpen ten tijde van de bouw van de huidige boerderij aan het einde van de 19e eeuw. In de boringen zijn geen oudere cultuurlagen of vegetatieniveaus waargenomen. De kans op het aantreffen van resten ouder dan de late 19e eeuw wordt hier dan ook klein geacht. De archeologische verwachting op dit deel kan naar laag worden bijgesteld. De locatie van de historische boerderijplaats, direct ten zuiden van de huidige schuur, behoudt zijn hoge verwachtingswaarde. Funderingsresten uit de nieuwe tijd kunnen vanaf vlak onder het maaiveld voorkomen. Overige sporen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd zijn vanaf circa 40 cm -mv te verwachten. De archeologische verwachting in het noordelijk deel van het plangebied kan naar laag worden bijgesteld. In het zuidelijk deel zijn resten van een oudere huisplaats aanwezig, en hier geldt daarom een hoge verwachting. De werkzaamheden vinden echter plaats buiten dit deel. Daarmee kan het plangebied vrij worden gegeven ten behoeve van voorgenomen werkzaamheden.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-06



