five

Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen. Zuid-West 380 kV Oost – perceel 6, gemeente Loon op Zand.

收藏
DataCite Commons2024-07-08 更新2024-07-13 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/IQQQF2
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van TenneT TSO B.V. is door Antea Group een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase (IVO-O), uitgevoerd op delen van een (toekomstige) hoogspanningsverbinding binnen de gemeente Loon op Zand. TenneT TSO B.V. is voornemens een nieuwe hoogspanningsverbinding tussen Rilland en Tilburg te realiseren. Deze hoogspanningsverbinding ‘Zuid-West 380 kV Oost’ (ook wel ‘ZWO’ genoemd) omvat onder andere een nieuwe 380 kV-verbinding, verschillende 150 kV-kabelaansluitingen op deze 380 kV- verbinding en enkele stationsaanpassingen. Daarnaast zullen er bestaande 150 kV- en 380 kV- verbindingen omgelegd worden, de zogenaamde ‘reconstructies’. Dit IVO-O heeft alleen betrekking op de delen van de hoogspanningsverbinding binnen gemeente Loon op Zand waarvoor archeologisch vervolgonderzoek was geadviseerd; waarvoor betredingstoestemming van de grondeigenaar gold; en die door TenneT zijn vrij gegeven voor het archeologisch onderzoek (en voor de andere omgevingsonderzoeken). Conclusies Het plangebied is op basis van het landschap onder te verdelen in de volgende deelgebieden: • Het noordwestelijke gedeelte van het plangebied (asset 57, 59-61, 43, 46, 48-50; respectievelijk mast 1188, 1190-1192, 40, 42N, 44N-46N). Binnen dit deelgebied ligt dekzand aan het maaiveld, maar in de periode midden bronstijd tot en met de late middeleeuwen zijn grote delen bedekt geweest met veen. Tegenwoordig is dit gedeelte van het plangebied agrarisch gebied. • Het zuidoostelijke gedeelte van het plangebied (asset 110-111A, 63, 112-114, 64-65, 101-103,2, 52, 104-106, 53-54 en 107; respectievelijk mast 1196-1203 en 49N-58N). Een gedeelte van het plangebied ligt in een stuifzandgebied en is nu bebost. Een ander gedeelte van het plangebied ontbreekt stuifzand; er zijn voornamelijk gecultiveerde podzolen aanwezig. Dit gedeelte van het plangebied is in agrarisch gebruik. Het noordwestelijke gedeelte van het plangebied is van de midden bronstijd tot en met de late middeleeuwen bedekt geweest met veen (asset 57, 59-61, 43, 46, 48-50; respectievelijk mast 1188, 1190-1192, 40, 42N, 44N-46N). Ter plaatse van deze assets was het plangebied (ook door de relatief lage ligging van het dekzand) waarschijnlijk te nat om er te wonen tussen het laat paleolithicum tot en met de late middeleeuwen, waardoor er geen archeologische resten worden verwacht. Ook zijn de meeste bodemprofielen vergraven of afgetopt tot aan de onderkant van de inspoelingshorizont, of tot in de C-horizont. Asset 60-61 (mast 1191-1192) lagen mogelijk op of nabij de rand van het voormalig veengebied. Het is onzeker of deze assets in de periode van veengroei wel of niet bewoond zijn geweest en of er bewoning is geweest in de periode voor de veengroei. Binnen deze assets zijn bij boorpunt 150 en 153 resten van een inspoelingshorizont aangetroffen, waardoor de archeologische verwachting is ingeschat als middelhoog voor vindplaatsen van jager/verzamelaars. Binnen het zuidoostelijke gedeelte van het plangebied komen (jonge) stuifzanden en een agrarisch gebied voor (asset 110-111A, 63, 112-114, 64-65, 101-103,2, 52, 104-106, 53-54 en 107; respectievelijk mast 1196-1203 en 49N-58N). Onder het stuifzand zijn binnen een aantal assets volledig intacte podzolen binnen het dekzand aangetroffen, bestaande uit een gehumificeerde strooisellaag (het oude maaiveld) die bovenop een uit- en inspoelingshorizont ligt. Binnen andere assets is onder het stuifzand een gedeeltelijk intacte podzol aangetroffen waar (delen van) de gehumificeerde strooisellaag en de uitspoelingshorizont ontbreken, maar waar in ieder geval de inspoelingshorizont nog intact is. In beide gevallen is de archeologische verwachting voor de periode laat paleolithicum tot en met het midden neolithicum ingeschat als hoog (dit geldt voor delen van asset 110-111A, 63, 112, 102-104, 106; respectievelijk mast 1196-1199, 50N-51AN, 53N, 55N). De archeologische verwachting voor landbouwersgemeenschappen (midden neolithicum tot en met de late middeleeuwen) is getoetst op basis van het oorspronkelijke maaiveldsniveau van het dekzand, waarbij de hoogste verwachting geldt voor de (flanken van) hoger gelegen dekzandruggen in het oorspronkelijke dekzandlandschap. De hoogste (en droogste) gedeeltes van de oorspronkelijke dekzandruggen waren het meest geschikt om af te plaggen. Zodoende zijn daar geen intacte podzolen meer aanwezig. De oorspronkelijke flanken van de dekzandruggen zijn waarschijnlijk de plekken waar nu podzolen binnen het dekzand het hoogst liggen ten opzichte van hun omgeving (waar in ieder geval de inspoelingshorizont intact is. Zo geldt de hoogste archeologische verwachting voor landbouwersgemeenschappen voor de locaties rondom boorpunt 167 en 273 (asset 111; mast 1197), 274 en 312 (asset 103,1; mast 51N), 313 en 314 (asset 103,2; mast 51AN), 170-172 (asset 63; mast 1198), boorpunt 177, 175 en 173 (asset 112; mast 1199) en nabijgelegen boorpunten 298 en 321 (asset 104; mast 53N), boorpunt 325 en 326 (asset 106; mast 55N), en boorpunt 504 (asset 107, mast 58N). Op veel plekken is het oorspronkelijke bodemprofiel afgestoven (of afgegraven/recentelijk geroerd) tot aan de onderkant van de inspoelingshorizont (BC-horizont) of tot in de C-horizont, waardoor er geen archeologische verwachting meer is. Binnen asset 111 (mast 1197) zijn bij boorpunt 167, gelegen op een duintje, mogelijk resten van een verdedigingswerk aangetroffen. Het vermoeden is gebaseerd op het microreliëf in combinatie met het aangetroffen bodemprofiel. Het duintje heeft aan de zuid- en westzijde een abrupte rand, met een hoek in de rand die richting het zuidwesten is gericht. Het bodemprofiel bestaat uit een stuifzandpakket, waarbinnen een humushoudende, opgebrachte laag aanwezig is (tussen 15 en 70 cm beneden maaiveld). Over de aanwezigheid van verdedigingswerken is echter niets aangegeven op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart en maatregelenkaart van de gemeente Loon op Zand (2017). Binnen het agrarische gebied ontbreekt stuifzand; er zijn voornamelijk gecultiveerde podzolen aanwezig (veld- of laarpodzolen) of bodemprofielen waar een podzol volledig ontbreekt (de bouwvoor ligt op de C-horizont). Bij deze bodemprofielen geldt, net als bij het stuifzand, dat als er minimaal een intacte inspoelingshorizont (Bh-horizont) van een podzol aanwezig is er nog een archeologische verwachting is voor vindplaatsen van jagers/verzamelaars. Dit geldt voor delen van asset 113, 65, 52, 54, 107; respectievelijk mast 1200, 1203, 52N, 57N, 58N. Binnen asset 65 (mast 1203) is bij boorpunt 215a een mesolithisch vuurstenen klingetje (aangetroffen in de laag onder de recente bouwvoor). Deze bodemlaag is houtskoolhoudend en heeft een vlekkerige bodemkleur (het leek op een grauwe inspoelingshorizont en zou een oude akkerlaag kunnen zijn). Advies Vanwege de vondst van een mesolithisch vuurstenen klingetje binnen asset 65 (mast 1203; boorpunt 215a) wordt er archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, karterende fase. Geadviseerd wordt om binnen een straal van 20 m van de vondst te boren met een boordiameter van 15 cm; een boorgrid te hanteren van 8 x 10 m; ende bodem te zeven met een 3 mm zeef (methode A4). Buiten de straal van 20 m wordt geadviseerd om te boren met een boordiameter van 12 cm; een boorgrid te hanteren van 13 x 15 m; en de bodem eveneens te zeven met een 3 mm zeef (methode A3). Vanwege de middelhoge of hoge archeologische verwachting voor de periode laat paleolithicum tot en met het midden neolithicum binnen (delen van) asset 60-61 (mast 1191-1192) en bij 110-111A, 63, 112-113, 102-103,2, 52, 104, 106, 54 en 107 (respectievelijk mast 1196-1200, 50N-53N, 55N en 57N-58N), wordt eveneens een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, karterende fase (methode A3) geadviseerd. Hierbinnen liggen tevens de mogelijke resten van een verdedigingswerk (asset 111; mast 1197). Bij een aantal van deze assets geldt dit advies alleen als er daadwerkelijk grondroering gaat plaatsvinden (bijv. door cultuurtechnisch herstel of egalisatie voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden). Op het moment dat er binnen het karterende booronderzoek onder de methode A3 artefacten worden aangetroffen (zoals vuursteen, etc.), wordt geadviseerd om in de boringen rondom het betreffende boorpunt direct over te gaan naar methode A4. Vanwege de archeologische verwachting voor landbouwersgemeenschappen (midden neolithicum tot en met de late middeleeuwen) binnen delen van asset 111 (mast 1197), 103,1 (mast 51N), 103,2 (mast 51AN), 63 (mast 1198), 112 (mast 1199), 104 (mast 53N), 106 (mast 55N), en 107 (mast 58N), wordt er (ook) een proefsleuvenonderzoek geadviseerd (IVO-P; protocol 4003). Bij een aantal van deze assets geldt dit advies alleen als er daadwerkelijk grondroering gaat plaatsvinden (bijv. door cultuurtechnisch herstel of egalisatie voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden). Het bevoegd gezag stemde in met dit advies.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-07-08
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务