Legmeerdijk 174 te Amstelveen
收藏DataCite Commons2025-10-06 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/L9HOCB
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Pottuijt Projectdiensten Civiel bv heeft ADC ArcheoProjecten in september-oktober 2024 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Legmeerdijk 174 te Amstelveen De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop van de bestaande woning gevolgd door vervangende nieuwbouw. Daarbij zal de bodem over een oppervlakte van ca. 153 m2 worden geroerd. Deze ontwikkeling betreft een binnenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor een vergunning nodig is. Deze ontwikkeling betreft een binnenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor een vergunning nodig is.
De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop van de bestaande woning gevolgd door vervangende nieuwbouw. Daarbij zal de bodem over een oppervlakte van ca. 153 m2 worden geroerd. Deze ontwikkeling betreft een binnenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor een vergunning nodig is. Deze ontwikkeling betreft een binnenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor een vergunning nodig is.
Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Hieruit volgt dat het plangebied zich op de flank van een veenrestdijk bevindt. In de ondergrond zijn vanaf ca. 40-140 cm -mv (ca. 3,70-4,80 m -NAP) wad- en kwelderafzettingen (Laagpakket van Wormer van de Formatie van Naaldwijk) aanwezig. Indien sprake is van geul- en oeverafzettingen van kreeksystemen moet in de top hiervan rekening worden gehouden met archeologische sporen uit het Neolithicum. Aangezien in de wijde omgeving van het plangebied tot op heden geen vondsten of sporen uit deze periode zijn aangetroffen, is het echter de vraag in hoeverre het toenmalige wad-/kweldergebied geschikt was voor bewoning.
Vanaf het Laat-Neolithicum drong de zee niet meer door tot in het onderzoeksgebied en begon een periode met uitgebreide veengroei (Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop) die tot na het begin van de jaartelling doorging. Mogelijk was het onderzoeksgebied in deze periode te nat voor permanente bewoning, maar werd het wel door de mens bezocht en gebruikt voor andere activiteiten (bijvoorbeeld voor rituele deposities). Volgens milieukundige boringen kan de top van dit veen in het plangebied vanaf maaiveld voorkomen, tot ca. 15-50 cm beneden maaiveld. Op grond van de natte omstandigheden en afwezigheid van rivieren met voor bewoning geschikte oeverzones wordt de kans op archeologische sporen vanaf de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen in het veen echter gering geacht.
Vanaf de Late Middeleeuwen werd het gebied op grote schaal ontgonnen en in gebruik genomen voor de landbouw. De intensieve ontginningen leidden tot oxidatie en inklinking van het veen, waardoor het gebied steeds lager kwam te liggen en de bewoning zich verplaatste naar de hogere delen. Ook de winning van turf droeg bij aan de daling van het maaiveld. Dit leidde tot het ontstaan van meren, die door oevererosie sterk in omvang toenamen en aaneengroeiden tot grote plassen. Dit proces werd nog verstrekt door natte verveningen. De bewoning concentreerde zich op smalle landstroken, waaronder aan weerszijden van de Legmeerdijk. Dit betreft een zogenoemde veenrestdijk die als een ontginningsbasis kan worden beschouwd en in gebruik was als doorgaande weg. Direct langs de dijk kunnen bewoningsresten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 12e eeuw) en de Nieuwe tijd worden aangetroffen. Een archeologisch niveau zal zich manifesteren als een veraarde veentop en/of opgebrachte klei- en veenlagen. Oude kaarten uit de 18e en 19e eeuw tonen echter geen bebouwing in het plangebied zelf. In de eerste helft van de 19e eeuw was het plangebied zelfs onderdeel van een veenplas, die in de 19e eeuw is drooggemalen. Uit de geringe maaiveldhoogte van 3,3-4,0 m -NAP moet worden aangenomen dat het grootste deel van het oorspronkelijk aanwezig veenpakket in het plangebied niet meer aanwezig is. Dit wordt bevestigd door milieuboringen, waaruit blijkt dat het veen ten hoogste 50 cm dik is. De kans op de aanwezigheid van intacte sporen wordt gering geacht.
Vanwege de aanleg van de huidige bebouwing in 1935 moet ter plaatse daarvan rekening worden gehouden met de aanwezigheid van funderingen tot ca. 1,10 m onder maaiveld en ter plaatse van de huidige aanbouw tot ca. 1,4 m beneden het maaiveld. De kruipruimte onder het huidige huis is ca. 40 cm diep; onder de huidige aanbouw ca. 80 cm diep. De nieuwbouw overlapt deels met de bestaande bebouwing; ca. 100 m2 valt erbuiten. De nieuwbouw zal gefundeerd worden op een onderheide balkenfundering, waarvan de balken tot ca. 85 cm -mv komen te liggen. Ter plaatse van de huidige bebouwing wordt daarom minder diep verstoord dan reeds tijdens de bouw is gebeurd. De negentien heipalen van 7 m lengte hebben slechts een zeer beperkt verstoringsoppervlak. De zone van ca. 100 m2 die buiten de bestaande bebouwing ligt kan mogelijk nog wel archeologische resten verstoren. De kans op de aanwezigheid hiervan wordt voor alle perioden echter als laag ingeschat.
ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.
Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zo¬als aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Amstelveen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-10-02



