Waterfabriek Wilp, gemeente Voorst
收藏DANS Data Station Archaeology2021-03-21 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z2P-5NNA
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in oktober en november 2019 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de (mogelijke) aanwezigheid van archeologische waarden op de beoogde locatie ‘Waterfabriek Wilp’ aan de Oude Zutphenseweg en de Sluinerweg in Wilp, gemeente Voorst. De aanleiding van het onderzoek is een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de voorgenomen realisatie van een waterfabriek. Bij aanvang van het opstellen van voorliggend bureauonderzoek was de locatie van de waterfabriek niet exact bepaald en is uitgegaan van een ‘onderzoeksgebied’, dat op basis van de situatietekening van 18 mei 2018 is verkleind tot het ‘plangebied’. Volgens het naderhand aangeleverde concept-voorontwerp van 9 juni 2020 is de Waterfabriek Wilp in het noordoostelijk deel hiervan, nabij de Sluinerweg, beoogd. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit volgt dat het plangebied zich landschappelijk gezien uitstrekt in een relatief laaggelegen dekzandgebied in de IJsselvallei. In het grootste deel van de IJsselvallei was tot de ontginningen vanaf de Volle Middeleeuwen sprake van moerassige omstandigheden als gevolg van de slechte afwatering en overstromingen van de Gelderse IJssel. Hierdoor was het gebied onaantrekkelijk voor bewoning en geldt een lage archeologische verwachting voor archeologische resten vanaf het Laat- Paleolithicum. Eventuele resten zullen in een lage dichtheid voorkomen. Veel voorkomende structuren, objecten en sporen zijn bovendien van dien aard dat ze zich moeilijk met een inventariserend veldonderzoek laten opsporen. Vaak betreft het puntlocaties van zeer kleine omvang. In het centrale deel is op grond van de enigermate hogere ligging ten opzichte van de omgeving sprake van een dekzandwelving. Dekzandwelvingen nemen wat betreft hoogteligging, reliëf en bodemvochtigheid een tussenpositie in in het dekzandschap. Op verscheidene plaatsen zijn op deze landschappelijke eenheid vindplaatsen aangetroffen, maar het aantal is gering. Hiervoor geldt daarom een middelhoge verwachting voor resten vanaf het Laat-Paleolithicum. Resten uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum zullen bestaan uit restanten van kampementen van jager-verzamelaars en manifesteren zich in de vorm van een diffuse strooiing van vuursteen en houtskool. Resten uit het Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen zullen gerelateerd zijn aan nederzettingsterreinen en manifesteren zich in de vorm van een cultuurlaag, een omgewerkte laag onder(in) de bouwvoor of eventueel een dun plaggendek met daarin aardewerkscherven en houtskool, en grondsporen. Organische resten en bot zullen door de tegenwoordig relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Eventuele grondsporen (uitgezonderd diepe paalsporen, waterputten et cetera) zullen zich tot een halve meter in de natuurlijke ondergrond (dekzand) bevinden. Op grond van de historische ontwikkeling en het kaartbeeld op 19e en 20e eeuwse kaarten zijn in het plangebied geen bewoningresten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd te verwachten. Vermoedelijk werden de gronden waarvan uit historische bronnen is gebleken dat ze relatief laat, vanaf de 14e eeuw werden ontgonnen, uitsluitend als grasland of (hakhout)bos gebruikt. Wel zijn ontginningssporen zoals greppels, ploeg- en spitsporen en vergraven lagen te verwachten. Opgemerkt moet worden dat verkennende boringen die in het westelijk deel van het plangebied zijn verricht hebben uitgewezen dat bodem aldaar relatief diep is omgewerkt, vermoedelijk in het kader van de moderne landbouwactiviteiten. Het is niet uit te sluiten dat dit ook in de nog niet onderzochte delen het geval is en dat hierdoor het archeologisch niveau niet meer intact aanwezig is. In het oostelijk deel van het plangebied heeft nog geen inventariserend veldonderzoek plaatsgevonden. Mogelijk kent de bodem hier een vergelijkbare verstoringsgraad als in het westelijk deel. Er zijn evenwel geen bodemkundige gegevens uit dit gebied voorhanden die deze hypothese kunnen bevestigen.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2021-02-18



