Ambachtslieden, arme vrouwen en arbeiders. Archeologisch onderzoek naar de Vroegmiddeleeuwse ambachtswijk en latere periodes aan de Bruynssteeg 6-10 te Deventer
收藏DANS Data Station Archaeology2004-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XXB-HS85
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>De onderzoekslocatie is aantoonbaar in gebruik geweest vanaf de 9de eeuw. De belangrijkste bewoning in de 9de eeuw concentreerde zich langs de IJssel. De Bruynssteeg ligt in de zone hier direct achter. De verkaveling van het terrein vertoont echter nog alle kenmerken van een stedelijke nederzetting. Greppels en sporen zijn allen georiënteerd op straten evenwijdig aan de IJssel. Op het eerste gezicht lijkt het onderzochte gebied aan de Bruynssteeg niet direct aan de straat te liggen maar meer op het achterterrein. De opgraving heeft dan ook geen sporen van huizen of boerderijen opgeleverd maar wel verschillende hutkommen, greppels, afvalkuilen en paalzettingen. In de afvalkuilen zijn aanwijzigen gevonden voor been en leerbewerking. Opvallend is verder het grote aantal fragmenten maalsteen. De Bruynssteeg is één van de eerste onderzoeken naar de 9de tot 11de eeuwse stad die structureel is uitgevoerd en uitgewerkt. Samen met ander recent onderzoek zoals dat aan de Smedenstraat 475 (2003-2004), Smedenstraat 38-44 (2003) en de Polstraat (1999) bied het voor het eerst enig houvast voor een systematische analyse van sporen en vondsten. De totale onderzochte oppervlakte is gering. Desondanks blijkt uit het onderzoek dat er op een kleine oppervlakte veel informatie kan worden vergaard over de 9de-11de eeuwse ontwikkeling. Voorlopig beantwoordt dit onderzoek niet alleen vragen maar werpt vooral ook veel vragen op. Een goede samenvoeging van alle informatie over de bewoning in deze periode kan ons veel leren over de verkaveling van de stad, de ontwikkeling van de nederzetting vóór de Vikingaanval en daarna.<br>Tussen de 11de eeuw en de 14de eeuw was het gebied waarschijnlijk als landbouwareaal in gebruik. Het werd in deze periode meer dan een meter opgehoogd. Aan het eind van de 14de of het begin van de 15de eeuw werd het weer gebruik genomen voor bewoning. Op het terrein werd een groot gebouw neergezet met een lengte van 20,5 m en een breedte van 6,5 m op een fundering van spaarbogen. De Deventernaar Hendrick Bruyns stelde dit gebouw dat zijn eigendom was ter beschikking aan een groep van acht arme vrouwen die er mochten wonen. Naast dit huis werden op de locatie verschillende bescheiden woningen geplaatst. Waarschijnlijk was deze buurt van meet af aan een wijk waar arbeiders en armen woonden. De rijkeren vestigden zich aan de belangrijker straten zoals de Polstraat en de Assenstraat. Rond 1500 was het Hendrick Bruynsshuis ernstig in verval geraakt en moest worden afgebroken. Nadat het was afgebroken werd het iets naar het noorden herbouwd. Na deze verbouwing kwam het onder de hoede van het Heilig-Sacramentsgilde. Deze beheerde het tot de reformatie. Op de rest van het terrein werd de laatste beschikbare ruimte volgebouwd met huisjes.Woningen zijn met een breedte van 4 á 5 m en een diepte van 7 á 8 m bescheiden van omvang. Daarnaast enig onderzoek in de achtertuinen van de Nieuwstraat. Dit leverde de resten op van een “buitenkeuken” of een werkplaats, een aantal andere bijgebouwen.<br>De huizen aan de Nieuwstraat waren waarschijnlijk iets groter van opzet en hadden mogelijk ook meer werkplaatsen en dergelijke in de tuinen. <br>In de loop van de 18de eeuw ontstond er geleidelijk een gebrek aan woonruimte door een steeds sneller groeiende bevolking. In de armere wijken werden de achtererven langzaam volgebouwd met allerlei één- en tweekamerwoningen. Deze woningen stonden veelal aan smalle gangen zonder licht, hadden geen schoon water en geen riolering. Zo ook aan de Bruynssteeg. Achter de huizen en in de grote panden werden kleine éénkamerwoningen gemaakt waar men met hele gezinnen dicht op elkaar leefde. Veel van de bewoners hadden geen werk en konden maar met moeite rondkomen. Het is dan ook niet vreemd dat juist in deze huisjes achter de straten de meeste slachtoffers van cholera en tyfus vielen. Over de leefomstandigheden van de bewoners van deze huizen is veel geschreven. Dit gebeurde echter vooral door de rijkeren die het geheel vanaf een veilige afstand aan konden zien. Het archeologisch onderzoek bied hier de kans om meer te weten te komen over deze huisjes waarvan de meesten inmiddels zonder enige vorm van documentatie verdwenen zijn. De geschiedenis is immers meestal die van de overwinnaar is het niet op het militair dan wel op het economisch vlak. Daarnaast geeft dergelijk onderzoek enig inzicht in de materiële cultuur van deze bevolkingsgroepen.</p>
创建时间:
2004-01-01



